Ruim 550.300 mensen van 18 t/m 64 jaar met een depressie

Van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 64 jaar hadden naar schatting 42 per 1.000 mannen en 63 per 1.000 vrouwen in 2011 een depressieve stoornis. Depressieve stoornissen vormen het grootste deel van de groep stemmingsstoornissen Dit is geschat op basis van gegevens uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 ( de Graaf et al. 2010 de Graaf, R., ten Have, M. M., Dorsselaer, S., De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten, Utrecht (2010) ). In totaal ging het om 649.500 mensen, waarvan 550.300 een depressieve stoornis hadden en 93.200 dysthymie. Daarnaast hadden 91.100 volwassenen te kampen met een bipolaire stoornis. NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. Zo valt dysthymie tegenwoordig in de categorie persisterende depressieve stoornis.

Aantal mensen met stemmingsstoornis geschat op 800.000

Het totaal aantal Nederlanders (alle leeftijden) met een stemmingsstoornis in 2011 ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) wordt geschat op 800.000. Voor deze schatting zijn cijfers uit de huisartsenregistratie en uit het NEMESIS-onderzoek gecombineerd. De prevalentiecijfers uit de huisartsenpraktijk zijn opgehoogd overeenkomstig de leeftijdsspecifieke verhouding tussen die cijfers en de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) in de huisartsenregistratie. Als de prevalentie in NEMESIS voor de 18-64-jarigen twee maal zo hoog is als de prevalentie in de huisartsenregistratie, dan wordt verondersteld dat de bevolkingsprevalentie onder 0-17-jarigen en 65-plussers ook twee keer zo hoog is als in de huisartsenregistratie.

Tabel: Prevalentie van stemmingsstoornissen in 2011. Geschatte jaarprevalentie onder 18- tot en met 64-jarigen
Stemmingsstoornis Prevalentie per 1.000 Prevalentie absoluut
  Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Totaal
Enigerlei stemmingsstoornis 49,1 74,1 260.800 388.700 649.500
Depressieve stoornis 41,9 62,6 222.300 328.000 550.300
Dysthymie 4,1 13,6 21.800 71.400 93.200
Bipolaire stoornis 7 10,3 37.000 54.000 91.100

Bron: NEMESIS-2


Aantal nieuwe gevallen stemmingsstoornissen 2011

Sla de grafiek Aantal nieuwe gevallen stemmingsstoornissen 2011 over en ga naar de datatabel

Bron: NEMESIS-2; gegevens bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

In 2011 kregen 280.000 volwassenen een stemmingsstoornis

In 2011 kregen bijna 280.000 volwassenen (18 t/m 64 jaar) een stemmingsstoornis, waarvan 96.100 mannen en 183.700 vrouwen. Dit komt overeen met 19,1 per 1.000 mannen en 37,9 per 1.000 vrouwen. Deze schattingen zijn gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 


Jaarprevalentie stemmingsstoornissen 2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie stemmingsstoornissen in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes P73 en P76

562.100 mensen met stemmingsstoornissen bekend bij huisarts

In 2021 waren er naar schatting 562.100 mensen bekend bij de huisarts met een stemmingsstoornis: 197.200 mannen en 364.900 vrouwen ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)). Dit komt overeen met 22,6 per 1.000 mannen en 41,4 per 1.000 vrouwen. Op alle leeftijden komen stemmingsstoornissen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen (Nivel Zorgregistraties eerste lijn). 

​Stemmingsstoornissen vooral op middelbare leeftijd

In de huisartsenregistraties is te zien dat stemmingsstoornissen vooral veel voorkomen onder mensen van middelbare leeftijd. Deze stoornissen lijken minder voor te komen onder kinderen, jongvolwassenen en ouderen. Het is bij kinderen en ouderen echter ook lastiger om een diagnose te stellen, omdat de criteria van stemmingsstoornissen vooral op maat van volwassenen zijn geschreven. De gevonden leeftijdsverschillen in depressie komen overeen met de literatuur ( Kessler et al. 2007 Kessler, R. C., Amminger, G. P., Aguilar-Gaxiola, S., Alonso, J., Lee, S, Üstün, T. B., Age of onset of mental disorders: a review of recent literature (2007) ).


524.800 mensen met depressieve stemmingsstoornis bekend bij huisarts

Er zijn twee verschillende categorieën stemmingsstoornissen: depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen. In 2021 waren er naar schatting 524.800 mensen met een depressieve stemmingsstoornis bekend bij de huisarts. Bij 193.300 van deze mensen werd de diagnose in 2021 gesteld. De overigen hadden de aandoening ook al in 2020. In 2021 waren er naar schatting 41.500 mensen bekend bij de huisarts met een bipolaire stemmingsstoornis. Daarvan is bij 13.500 mensen de diagnose in 2021 vastgesteld.

Tabel: Stemmingsstoornissen naar type in 2021
  Nieuwe gevallen  Jaarprevalentie
  Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen
Per 1.000 personen        
Bipolaire stemmingsstoornis (P73) 0,7 0,8 2,1 2,6
Depressie (P76) 7,9 14,1 20,7 39,0
Absolute aantallen         
Bipolaire stemmingsstoornis (P73) 6.000 7.500 18.300 23.200
Depressie (P76) 69.000 124.300 180.700 344.100

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn


Jaarprevalentie stemmingsstoornissen 2011-2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie stemmingsstoornissen in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes P73 en P76
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie stemmingsstoornissen tussen 2013 en 2015 gestegen

Tussen 2013 en 2015 is het aantal mensen met stemmingsstoornissen dat bekend was bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) licht gestegen, voor zowel mannen als vrouwen. Na 2015 was het aantal stabiel. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met stemmingsstoornissen dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 170.200 in 2011 naar 207.400 in 2018, en vervolgens weer iets afgenomen naar 197.200 in 2021. Voor vrouwen is het aantal  toegenomen van 316.700 in 2011 naar 382.500 in 2018, en vervolgens weer iets afgenomen naar 364.900 in 2021 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Mogelijk lagere aantallen in 2020 en 2021 door COVID-19

In de jaren 2020 en 2021 zijn de cijfers over door huisartsen geregistreerde klachten en aandoeningen beïnvloed door de COVID-19-uitbraak en de daarvoor genomen landelijke maatregelen. Ook zijn de jaarcijfers mogelijk beïnvloed door de uitgestelde zorg in ziekenhuizen. In 2020 was het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ). Het totaal aantal ziekteregistraties lag in 2021, na een daling in 2020, weer op hetzelfde niveau als in 2019. Dit wijst erop dat de COVID-19-uitbraak minder invloed heeft gehad op de cijfers van 2021 ( Heins et al. 2022 Heins, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, de Leeuw, Urbanus, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2021 en trendcijfers 2017-2021, Utrecht (2022) ).


Verwachte stijging aantal mensen met stemmingsstoornissen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met stemmingsstoornissen ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 6% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 7% voor mannen en 5% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van stemmingsstoornissen beïnvloeden.

Meer informatie

  • J.W. Vanhommerig ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • C.H. van Gool (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)