Onderscheid in gezondheidseffecten door kortdurende en door langdurige blootstelling

Bij de effecten van luchtverontreiniging maken we onderscheid tussen effecten van fijn stof, ozon en stikstofdioxide en tussen effecten van kortdurende verhoogde blootstelling (gedurende enkele dagen tot weken) en de effecten van langdurige blootstelling (gedurende meerdere jaren). Een rapport van de Gezondheidsraad en twee rapporten van de Wereldgezondheidsorganisatie geven een uitgebreider overzicht van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging ( Gezondheidsraad 2018 Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 2018/01 (2018) WHO Europe 2013 WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013) Héroux et al. 2015 Héroux, M, Anderson, H. R., Atkinson, R, Brunekreef, B., Cohen, A, Forastiere, F, Hurley, F, Katsouyanni, K, Krewski, D, Krzyzanowski, M, Künzli, N, Mills, I, Querol, X, Ostro, B, Walton, H, Quantifying the health impacts of ambient air pollutants: recommendations of a WHO/Europe project. (2015) ).

Meer informatie

RIVM-website: Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging


    Nederlanders leven 9 maanden korter door fijn stof

    Fijn stof veroorzaakte in 2013 een verkorting van de gemiddelde  levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) van ongeveer 9 maanden ( Fischer et al. 2015 Fischer, P. H., Marra, M., Ameling, C. B., Hoek, G, Beelen, R, de Hoogh, K, Breugelmans, O. R. P., Kruize, H., Janssen, NA. H., Houthuijs, D. J. M., Air Pollution and Mortality in Seven Million Adults: The Dutch Environmental Longitudinal Study (DUELS). (2015) ). Toch wordt vrijwel overal in Nederland aan de normen voor fijn stof voldaan. Gezondheidseffecten treden echter ook op bij fijn stofconcentraties onder de huidige grenswaarden. Dit komt doordat er voor fijn stof geen concentratie is waar beneden fijn stof geen gezondheidseffecten heeft ( WHO Europe 2013 WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013) ). Gezondheidseffecten van fijn stof kunnen zowel optreden door kortdurende blootstelling als door langdurende blootstelling. In 2013 overleden 1.200 mensen aan longkanker door langdurende blootstelling aan fijn stof. Kortdurende blootstelling aan fijn stof leidt tot meer ziekenhuisopnamen: In 2013 ongeveer 2.500 extra spoedopnamen door hart- en vaatziekten en 2.100 door ziekten aan de ademhalingswegen  ( Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J, Houthuijs, D. J. M., Cassee, F, Luchtkwaliteit en gezondheidswinst, Bilthoven (2015) ).

    Toename levensverwachting met 3 maanden bij 33% daling in fijn stof-concentraties

    Het Europese klimaat- en luchtbeleid kan naar schatting leiden tot een daling van de PM2,5-concentratie met circa 5 µg/m3 tussen 2013 en 2030 ( Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J., Cassee, F., Gezondheidswinst door betere luchtkwaliteit. Is schonere lucht in Nederland mogelijk? (2015) ). Dat is een daling van 33%. Lagere PM2,5-blootstelling betekent doorgaans ook een lagere blootstelling aan PM10, roet en andere onderdelen van fijn stof. De daling van 33% zal waarschijnlijk leiden tot een navenante vermindering van de gezondheidseffecten. Zo zal de levensverwachting in dezelfde periode met 3 maanden toenemen door de daling van de fijn stof-concentraties ( Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J, Houthuijs, D. J. M., Cassee, F, Luchtkwaliteit en gezondheidswinst, Bilthoven (2015) ).

    Vooral verbrandingsaerosol heeft negatief gezondheidseffect

    De schadelijke gezondheidsgevolgen van fijn stof zijn vermoedelijk afhankelijk van de chemische samenstelling en grootte van de fijn stofdeeltjes. De grovere PM10-deeltjes zijn waarschijnlijk minder schadelijk (maar vermoedelijk niet onschadelijk) dan PM2,5 omdat ze in de bovenste luchtwegen worden tegengehouden. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de kleine (zwarte) roetdeeltjes schadelijker zijn voor de gezondheid dan de grovere deeltjes van het fijn stof (PM10 met een diameter tussen 2,5 en 10 µm) of stikstofdioxide (NO2) ( WHO Europe 2005 WHO Europe, Health effects of transport-related air pollution, Copenhagen (2005) Janssen et al. 2011 Janssen, N. A. H., Hoek, G, Simic-Lawson, M, Fischer, P. H., ten Brink, H, Keuken, M, Atkinson, RW., Anderson, H. R., Brunekreef, B., Cassee, FR., van Bree, L., Black Carbon as an Additional Indicator of the Adverse Health Effects of Airborne Particles Compared with PM10 and PM2.5 (2011) ). Dit zogeheten verbrandingsaerosol bestaat hoofdzakelijk uit deeltjes die nog veel kleiner zijn dan PM2,5. Omdat er nog geen definitieve en kwantitatieve gegevens zijn over de mogelijke verschillen in schadelijkheid tussen bestanddelen van fijn stof ( WHO Europe 2006 WHO Europe, Health risks of particulate matter from long-range transboundary air pollution, Copenhagen (2006) ) adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie vooralsnog om de omvang van de gezondheidseffecten in de bevolking te berekenen alsof in het heterogene fijn stofmengsel van zowel PM10 als PM2,5 elke component gezondheidskundig even belangrijk is ( WHO Europe 2005 WHO Europe, Air quality guidelines; Global update 2005, Copenhagen (2005) ). Dit is dan ook als uitgangspunt bij de risicoschatting genomen ( Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J, Houthuijs, D. J. M., Cassee, F, Luchtkwaliteit en gezondheidswinst, Bilthoven (2015) ).

    Werkingsmechanisme fijn stof

    Fijn stof kan via inademing terecht komen in neus, de bovenste en onderste luchtwegen en in de longen. Daar kan het ontstekingsreacties en weefselschade veroorzaken en kan de zuurstofopname worden bemoeilijkt. De ontstekingsreacties kunnen ook schadelijk zijn voor de hartfunctie en dus ook voor hartpatiënten. Fijn stof heeft ook neurologische effecten die bijvoorbeeld de hart(spier)functie negatief kunnen beïnvloeden ( RIVM 2013 RIVM, RIVM-Dossier ‘Fijn stof ’, hoofdstuk 4 Effecten, Bilthoven (2013) ).

    Tabel: Gezondheidseffecten van blootstelling aan fijn stof (PM2,5), 2013
    Gezondheidsindicator Duur blootstelling Ziektelast door fijn stof  Aandeel in de totale  ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). (De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten).)
    Levensduurverkorting bij langjarige blootstelling langdurend  9 maanden per persoon gemiddeld  Ca. 1%
    Postneonatale sterfte (1-12 maanden) langdurend 13 sterfgevallen per jaar 8%
    Bronchitisklachten onder kinderen (6-12 jaar) met luchtwegaandoeningen langdurend 12.400 15% van kinderen met klachten; 1% van alle kinderen
    Jaarlijks aantal nieuwe gevallen van chronische bronchitis bij volwassenen langdurend 6.900 21% van alle bronchitispatiënten;
    Aantal vroegtijdige doden tijdens smogepisoden kortdurend 2.300 2% van totale sterfte
    Ziekenhuisspoedopnamen voor hart- en vaatziekten kortdurend 2.500 1% van alle  klinische opnamen Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. (Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. )
    Ziekenhuisspoedopnamen voor ziekten aan de ademhalingswegen kortdurend 2.100 2% van alle klinische opnamen
    Werkverzuim (dagen) langdurend 4.500.000 6% van het totale aantal verzuimdagen
    Aantal dagen met klachten bij kinderen met astma kortdurend 500.000 6% van het totale aantal astmaklachten onder astmatische kinderen
    Dagen met beperkte lichamelijke activiteit (inclusief werkverzuim, ziekenhuisspoedopnamen, dagen met klachten) langdurend 20.000.000 6% van het totale jaarlijkse aantal dagen met beperkte activiteit (gemiddeld 1 dag per jaar door luchtverontreiniging)
    Laag geboortegewicht (<2500 g) langdurend 4.300 37% van alle lage geboortegewichten (3% van alle geboortes)
    Sterfte aan longkanker langdurend 1.200 11% van alle longkankersterfte

    Bron:  Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J, Houthuijs, D. J. M., Cassee, F, Luchtkwaliteit en gezondheidswinst, Bilthoven (2015) Maas et al. 2015 Maas, R. J. M., Fischer, P. H., Wesseling, J., Cassee, F., Gezondheidswinst door betere luchtkwaliteit. Is schonere lucht in Nederland mogelijk? (2015)

    Meer informatie


    Nederlanders leven gemiddeld 4 maanden korter door stikstofdioxide

    De effecten van verkeer op de gezondheid zijn gerelateerd aan de niveaus van stikstofdioxide (NO2) in de buitenlucht. Hoewel vrijwel overal in Nederland aan de normen voor stikstof wordt voldaan, veroorzaakt stikstofdioxide bij de huidige luchtverontreinigingsniveaus nog steeds een verkorting van de gemiddelde levensverwachting van ongeveer 4 maanden ( Fischer et al. 2015 Fischer, P. H., Marra, M., Ameling, C. B., Hoek, G, Beelen, R, de Hoogh, K, Breugelmans, O. R. P., Kruize, H., Janssen, NA. H., Houthuijs, D. J. M., Air Pollution and Mortality in Seven Million Adults: The Dutch Environmental Longitudinal Study (DUELS). (2015) ). Bij langdurige blootstelling aan relatief hoge concentraties NO2 wordt onder andere een verminderde longfunctie waargenomen bij kinderen. Ook een toename van astma-aanvallen en ziekenhuisopnamen voor astma en een verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties komen voor ( WHO Europe 2013 WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013) ). Volgens de Gezondheidsraad is de relatie tussen langdurige blootstelling en de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van luchtwegklachten in kinderen en mortaliteit (waarschijnlijk) bewezen. De relatie tussen kortdurende blootstelling en nadelige effecten op de luchtwegen is volgens de Gezondheidsraad ook aangetoond, terwijl de relatie met hart- en vaatziekten minder sterk is, maar wel waarschijnlijk ( Gezondheidsraad 2018 Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 2018/01 (2018) ). De gezondheidseffecten treden vooral op bij hoge inspanning, tijdens periodes met hoge concentraties NO2 in de buitenlucht. Het is niet helder of NO2 zelf een effect op de gezondheid heeft of dat NOalleen een goede gidsstof is voor het door verkeersemissies gedomineerde luchtverontreinigingsmengsel. Er komt wel steeds meer wetenschappelijk bewijs dat het aannemelijk maakt dat NO2 zelf effecten op de gezondheid heeft ( WHO Europe 2013 WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013) ).

    Meer informatie


    In 2013 overleden 2.200 mensen vroegtijdig door kortdurende blootstelling aan ozon

    In 2013 veroorzaakte de kortdurende blootstelling aan ozon 2.200 vroegtijdige sterfgevallen, waarvan 200 aan ziekten van de ademhalingswegen en 1.100 aan hart- en vaatziekten. Bij vroegtijdige sterfte gaat het om een vermoede levensduurverkorting van enkele dagen tot weken. Daarnaast was in 2012 ongeveer 2% van de spoedopnamen voor ziekten aan de ademhalingswegen en 3% voor hart- en vaatziekten in Nederland het gevolg van kortdurende blootstelling aan ozon (Bron: Berekening gezondheidseffecten ozon). Sinds begin jaren 90 is de voortijdige sterfte door kortdurende blootstelling aan ozon licht toegenomen. Dit weerspiegelt de stabilisering van de ozonniveaus in de buitenlucht ( CBS et al. 2015 CBS, PBL, Wageningen UR, Gezondheidseffecten van fijn stof en ozon, 1992 - 2013 (indicator 0340, versie 11, 13 mei 2015) (2015) ). De meest typische klachten van acute blootstelling aan ozon tijdens perioden van zomersmog zijn toename van luchtwegklachten, verergering van astma, meer medicijngebruik, longfunctiedaling en ontstekingsreacties. Er is nog onvoldoende informatie beschikbaar voor een kwantitatieve schatting van de gezondheidseffecten van langdurige blootstelling aan ozon ( van Pul et al. 2011 van Pul, W. A. J., Fischer, P. H., de Leeuw, F. A. A. M., Maas, R. J. M., Mooibroek, D., van Noije, T. P. C., Roemer, M. G. M., Sterkenburg, A., Dossier ozon 2011: Een overzicht van de huidige stand van kennis over ozon op leefniveau in Nederland, Bilthoven (2011) ).

    Werkingsmechanisme ozon

    Inademing van ozon kan leiden tot (ontstekings)schade aan weefsel van luchtwegen en longen, en veranderingen in longfuncties ( van Pul et al. 2011 van Pul, W. A. J., Fischer, P. H., de Leeuw, F. A. A. M., Maas, R. J. M., Mooibroek, D., van Noije, T. P. C., Roemer, M. G. M., Sterkenburg, A., Dossier ozon 2011: Een overzicht van de huidige stand van kennis over ozon op leefniveau in Nederland, Bilthoven (2011) ).

    Tabel: Sterfte en ziekenhuisopnamen door kortdurende blootstelling aan ozon in Nederland
      Ziektelast door ozon Aandeel in de totale ziektelast 
    Vroegtijdige sterfte in 2013    
    Alle oorzaken 2.200 2%

    Ziekten van de ademhalingswegen 

    200

    2%

    Hart- en vaatziekten

    1.100 3%
    Spoedopnamen in 2012    
    Ziekten van de ademhalingswegen 2.100 2%
    Hart- en vaatziekten 9.700 3%

    Bron: Berekening gezondheidseffecten ozon.

    Meer informatie


    • P.H. Fischer † (RIVM)
    • L. van Bree ( PBL Planbureau voor de Leefomgeving (Planbureau voor de Leefomgeving))
    • M. Harbers, red. (RIVM)