Zorguitgaven soa naar sector

Sla de grafiek Zorguitgaven soa naar sector 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: A50-A56, A60, A63.0, A74, I98.0, K67.0-K67.2, M03.1, M73.0-M73.1, N29.0, N74.2-N74.4, O98.1-O98.2

Zorguitgaven voor soa 73 miljoen euro in 2017

De uitgaven van zorg voor soa Seksueel overdraagbare aandoeningen bedroegen 73,1 miljoen euro in 2017, exclusief de uitgaven van zorg voor hiv Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus)-infectie en aids Acquired Immune Deficiency Syndrome. Dat is 0,08% van de totale uitgaven voor de gezondheidszorg in Nederland in dat jaar. De zorguitgaven voor soa's zijn 4,8% van de zorguitgaven die gemaakt worden voor de totale hoofdgroep infectieziekten en parasitaire ziekten. Van de totale zorguitgaven voor soa is 51% toe te schrijven aan de sector openbare gezondheidzorg en preventie. Dit zijn directe uitgaven voor de Centra Seksuele Gezondheid (CSG Centra Seksuele Gezondheid, in Nederland bestaan acht regio's voor de uitvoering van de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg.) bij de GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst 'en in Nederland. De ziekenhuis- en medisch-specialistische zorg is verantwoordelijk voor 22% van de totale zorguitgaven voor soa in 2017 en bijna 14% gaat naar eerstelijnszorg.

Meer informatie


Zorguitgaven soa naar leeftijd en geslacht

Sla de grafiek Zorguitgaven soa naar leeftijd en geslacht 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: A50-A56, A60, A63.0, A74, I98.0, K67.0-K67.2, M03.1, M73.0-M73.1, N29.0, N74.2-N74.4, O98.1-O98.2

Meeste zorguitgaven soa  voor 20- tot 30-jarigen

De zorguitgaven voor soa Seksueel overdraagbare aandoeningen in 2017 waren het hoogst in de leeftijdscategorie van 20 tot 30 jaar. Bijna 45% van de totale zorguitgaven voor soa ging naar deze leeftijdscategorie. De zorguitgaven nemen daarna snel af met de leeftijd. De zorguitgaven zijn ongeveer gelijk voor mannen en vrouwen (54 en 46% respectievelijk). De totale zorguitgaven voor soa bedroegen 73,1 miljoen euro in 2017 (exclusief de uitgaven van zorg voor hiv Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus)-infectie en aids Acquired Immune Deficiency Syndrome).

Meer informatie


Zorguitgaven hiv en aids naar sector

Sla de grafiek Zorguitgaven hiv en aids naar sector 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: B20-B24, Z21

Zorguitgaven voor hiv en aids 237 miljoen euro in 2017

In 2017 bedroegen de zorguitgaven voor hiv Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus) en aids Acquired Immune Deficiency Syndrome 236,6 miljoen euro. Hiervan ging 173 miljoen euro (73%) naar genees- en hulpmiddelen en 43 miljoen euro (18%) naar ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg. De zorguitgaven voor hiv en aids maken 15,6% uit van de totale uitgaven voor infectie- en parasitaire ziekten en 0,27% van de totale uitgaven van de gezondheidszorg in Nederland.

Meer informatie


Zorguitgaven hiv en aids naar leeftijd en geslacht

Sla de grafiek Zorguitgaven hiv en aids naar leeftijd en geslacht 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: B20-B24, Z21

Meeste zorguitgaven hiv en aids voor mannen

Van alle zorguitgaven in 2017 voor hiv Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus) en aids Acquired Immune Deficiency Syndrome ging 84% naar de zorg voor mannen en 16% naar de zorg voor vrouwen. Gemiddeld worden de meeste zorguitgaven voor hiv en aids gemaakt in de leeftijdsgroep 40 tot 60 jaar. Deze verschillen in zorguitgaven naar leeftijd en geslacht houden verband met het vóórkomen van hiv en aids onder verschillende leeftijdsgroepen bij mannen en vrouwen. In 2017 bedroegen de totale zorguitgaven voor hiv en aids 236,6 miljoen euro.

Meer informatie


Zorguitgaven hepatitis naar sector

Sla de grafiek Zorguitgaven hepatitis naar sector 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: B15, B16, B17.0-B17.2, B17.8-B17.9, B18.0-B18.2, B18.8-B18.9, B19, B25.1, B94.2, O98.4, P35.3

Zorguitgaven hepatitis 213 miljoen euro

In 2017 werd 212,9 miljoen euro uitgegeven aan de zorg voor hepatitis. Dit betreft 0,24% van de totale uitgaven voor de gezondheidszorg in Nederland en 14% van de totale zorguitgaven voor infectie- en parasitaire ziekten. Van de zorguitgaven voor hepatitis gaat 58% naar genees- en hulpmiddelen. Bijna 21% gaat naar openbare zorg en preventie en bijna 11% gaat naar ziekenhuiszorg en medisch-specialistische zorg. De Kosten van Ziekten studie maakt geen onderscheid tussen hepatitis B en andere vormen van virale hepatitis.

Meer informatie


Zorguitgaven hepatitis naar leeftijd en geslacht

Sla de grafiek Zorguitgaven hepatitis naar leeftijd en geslacht 2017 over en ga naar de datatabel

Bron: Kosten van Ziekten

  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision code: B15, B16, B17.0-B17.2, B17.8-B17.9, B18.0-B18.2, B18.8-B18.9, B19, B25.1, B94.2, O98.4, P35.3

Meeste zorguitgaven hepatitis voor mannen

In 2017 ging 67% van de uitgaven van zorg voor hepatitis naar mannen en 33% naar vrouwen. De meeste zorguitgaven werden gemaakt bij nuljarigen en bij mensen in de leeftijdscategorie van 45 tot 65 jaar. De relatief hoge zorguitgaven bij nuljarigen worden veroorzaakt doordat baby's sinds 2011 via het Rijksvaccinatieprogramma worden gevaccineerd tegen hepatitis B. De uitgaven voor de screening van zwangere vrouwen op hepatitis B vallen in de Kosten van Ziektenstudie onder 'zwangerschap, geboorte en kraambed', en zijn niet opgenomen in bijgaande figuur. In 2017 werd in totaal 212,9 miljoen euro uitgegeven aan de zorg voor hepatitis.

Meer informatie

  • M.H.D. Plasmans (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • V.R. Ramjiawan (RIVM)
  • R.A.A. Vonk (RIVM)
  • T. Hulshof, red. (RIVM)