Jaarprevalentie schizofrenie 2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie schizofrenie in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code: P72

50.400 mensen met schizofrenie bekend bij de huisarts

In 2021 stonden 50.400 mensen bij de huisarts geregistreerd met schizofrenie, 33.000 mannen en 17.400 vrouwen. Dit komt overeen met 3,8 per 1.000 mannen en 2,0 per 1.000 vrouwen. De diagnose wordt doorgaans niet gesteld door de huisarts, maar door een gespecialiseerd psycholoog of psychiater.

Meer mannen dan vrouwen met schizofrenie

Op basis van de gegevens van huisartsenregistraties komt schizofrenie meer voor  onder mannen dan onder vrouwen. Dit is in overeenstemming met bestaande literatuur, waaruit ook blijkt dat er bij mannen vaker dan bij vrouwen sprake is van een ernstige vorm van schizofrenie. Bij mannen duurt de stoornis vaak langer en zijn er meer symptomen. De prognose is doorgaans gunstiger voor vrouwen (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. 2014American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, Washington, D.C. (2014)Roy et al. 2001Roy, M. A., Maziade, M., Labbé, A., Mérette, C., Male gender is associated with deficit schizophrenia: a meta-analysis (2001)Kahn et al. 2015Kahn, R. S., Sommer, IE., Murray, RM., Meyer-Lindenberg, A, Weinberger, DR., Cannon, TD., O'Donovan, M, Correll, CU., Kane, JM., Os, J, Insel, TR., Schizophrenia (2015)). 


Huisartsen registreerden bijna 1.400 nieuwe gevallen van schizofrenie in 2021

In 2021 registreerden huisartsen 1.360 nieuwe gevallen van schizofrenie (0,1 per 1.000 personen). Het betrof 910 mannen en 460 vrouwen. De diagnose wordt doorgaans niet gesteld door de huisarts, maar door een gespecialiseerd psycholoog of psychiater. In internationale studies zijn soortgelijke cijfers van het aantal nieuwe gevallen van schizofrenie gevonden; gemiddeld genomen ging het om 15 per 100.000 personen (McGrath et al. 2004McGrath, J, Saha, S, Welham, J, Saadi, OEl, MacCauley, C, Chant, D, A systematic review of the incidence of schizophrenia: the distribution of rates and the influence of sex, urbanicity, migrant status and methodology. (2004)). 

Mannen ontwikkelen schizofrenie eerder dan vrouwen

Schizofrenie ontwikkelt zich bij mannen gemiddeld 5 jaar eerder dan bij vrouwen. Bij mannen heeft de eerste psychose meestal plaats tussen het 16e en 35e levensjaar; bij vrouwen is dit meer variabel. In de menopauze hebben vrouwen een verhoogde kans op schizofrenie. Ontwikkeling van schizofrenie op late leeftijd bij mannen is zeldzaam (van Alphen et al. 2012van Alphen, C., Ammeraal, M., Blanke, C., Boonstra, N., Boumans, H., Bruggeman, R., Dekker, F. L., van Duin, D., van Ewijk, W. M., Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Castelein, S., Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie, Utrecht (2012)Castle & Murray 1993Castle, D. J., Murray, R. M., The epidemiology of late-onset schizophrenia. (1993)Veling et al. 2017Veling, W., Bak, M., Boonstra, N., Castelein, S., Gaag, M., Gijsman, H., van Gool, R., Kleiwegt, H., Lansen, M., de Pater, M., Pijnenborg, M., Rosema, B. S., Sommer, I., van Weeghel, J., van Veelen, N., Zorgstandaard Psychose, Utrecht (2017)).


Jaarprevalentie schizofrenie 2011-2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie schizofrenie in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P72
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Tot 2018 prevalentie schizofrenie licht gestegen bij mannen

Over de gehele periode 2011-2018 is het aantal personen met schizofrenie dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) licht toegenomen. Deze toename werd gevolgd door een afname in 2019. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met schizofrenie dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 30.200 in 2011 naar 36.900 in 2018. Voor 2021 is het aantal geschat op 33.000. Het geschatte aantal vrouwen met schizofrenie is toegenomen van 18.000 in 2011 naar 20.600 in 2017. Over de gehele periode 2011-2021 is het geschatte aantal vrouwen met schizofrenie nagenoeg gelijk gebleven  (17.400 in 2021; absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).


Bevolkingsonderzoek versus huisartsenregistratie: Niet iedereen met schizofrenie bij de huisarts bekend

De cijfers over het aantal mensen met schizofrenie zijn in huisartsenregistraties lager dan de cijfers uit bevolkingsonderzoek. Hier zijn ten minste drie oorzaken voor aan te wijzen: 

  • Vanwege een gebrek aan ziekte-inzicht zoeken niet alle mensen met schizofrenie professionele hulp (Mintz et al. 2003Mintz, AR., Dobson, KS., Romney, DM., Insight in schizophrenia: a meta-analysis (2003)). 
  • In de tweede lijn gestelde diagnoses worden niet altijd goed opgenomen in huisartsenregistraties (door incomplete terugkoppeling door ggz-zorgverleners aan huisartsen, en/of incomplete toevoeging van diagnose-informatie aan het patiëntendossier).
  • Een deel van de mensen met schizofrenie gaat niet eerst naar de huisarts, maar direct naar een vrijgevestigd psycholoog.

61.870 personen met DBC Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC geeft het geheel van activiteiten van de behandelaar weer (bijvoorbeeld vormen van diagnostiek, behandeling, begeleiding, et cetera) voortvloeiend uit de zorgvraag van de patiënt. (Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC geeft het geheel van activiteiten van de behandelaar weer (bijvoorbeeld vormen van diagnostiek, behandeling, begeleiding, et cetera) voortvloeiend uit de zorgvraag van de patiënt.)-gefinancierd zorgtraject voor schizofrenie  en andere psychotische stoornissen

In 2019 waren er 61.870 mensen die een zorgtraject De zorg die wordt geleverd vanaf het moment dat iemand zich met een zorgvraag bij een medisch specialist meldt. In dit zorgtraject worden alle uitgevoerde zorgactiviteiten vastgelegd die in het kader van diagnostiek en behandeling worden uitgevoerd. (De zorg die wordt geleverd vanaf het moment dat iemand zich met een zorgvraag bij een medisch specialist meldt. In dit zorgtraject worden alle uitgevoerde zorgactiviteiten vastgelegd die in het kader van diagnostiek en behandeling worden uitgevoerd. ) voor schizofrenie en andere psychotische stoornissen ontvingen in de GGZ Geestelijke gezondheidszorg (Geestelijke gezondheidszorg). Dit zijn stoornissen die worden gekenmerkt door wanen, hallucinaties en/of desorganisatie van het gedrag. Het betrof 37.025 mannen en 24.845 vrouwen. Dit komt overeen met 532 per 100.000 mannen en 347 per 100.000 vrouwen. Dit aantal is gebaseerd op het aantal diagnose-behandelcombinatie (DBC's) met schizofrenie en andere psychotische stoornissen als primaire of nevendiagnose in 2019. In de gegevens zijn mensen met schizofrenie met en zonder verblijf opgenomen. 


Ongeveer 0,5% van mensen in de leeftijd van 18 tot 65 jaar heeft schizofrenie (gehad)

In 2010 had naar schatting 0,5% van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 18 tot 65 jaar ooit in zijn of haar leven schizofrenie (gehad). Dit is een schatting op basis van gegevens uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 (lifetime-prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.)). Een uitsplitsing naar leeftijd en geslacht kon in dit onderzoek niet worden gemaakt (de Graaf et al. 2010de Graaf, R., ten Have, M. M., Dorsselaer, S., De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten, Utrecht (2010)). NEMESIS-2 is het meest recente bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. In internationale studies zijn vergelijkbare percentages van de lifetime prevalentie van schizofrenie gevonden, namelijk tussen 0,3-1,0% (Kahn et al. 2015Kahn, R. S., Sommer, IE., Murray, RM., Meyer-Lindenberg, A, Weinberger, DR., Cannon, TD., O'Donovan, M, Correll, CU., Kane, JM., Os, J, Insel, TR., Schizophrenia (2015)Os & Kapur 2009Os, J, Kapur, S, Schizophrenia. (2009)). 


Verwachte stijging aantal mensen met schizofrenie door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met schizofrenie (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 5% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 4% voor mannen en 7% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van schizofrenie beïnvloeden. Voor meer informatie zie demografische prognose ziekten en aandoeningen en Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV): Trendscenario ziekten en aandoeningen.

  • F.L. Hakstege (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • J.W. Vanhommerig (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • N. Boonstra (NHL Non-Hodgkin lymfomen (Non-Hodgkin lymfomen) Hogeschool)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)