Jaarprevalentie ADHD-achtige symptomen 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie ADHD-achtige symptomen 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistratiestraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes: P20 (tot 45 jaar) en P21

Ruim 260.000 personen met ADHD-symptomen bij huisarts

In 2020 waren er naar schatting 261.300 mensen met  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen bekend bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)). Het ging om 163.500 mannen en 97.800 vrouwen (18,9 per 1.000 mannen en 11,1 per 1.000 vrouwen). ADHD-achtige symptomen komen het meest voor onder 10- tot en met 19-jarigen. In alle leeftijdsgroepen is de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) bij mannen hoger dan bij vrouwen. ADHD-achtige symptomen worden geregistreerd onder twee verschillende codes: geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen ( ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P20) en overactief kind/hyperkinetisch syndroom (ICPC-code P21). In negen op de tien gevallen van ADHD-achtige symptomen wordt laatstgenoemde diagnose geregistreerd.


Ongeveer 110.600 nieuwe gevallen van ADHD-achtige symptomen in 2020

In 2020 zijn er naar schatting 110.600 nieuwe gevallen van  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen bij de huisarts geregistreerd. Het ging om 67.000 mannen en 43.600 vrouwen. Hier kunnen dubbeltellingen in zitten, wat mogelijk een overschatting veroorzaakt. ADHD-achtige symptomen worden onder twee verschillende codes geregistreerd: geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen ( ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P20) en overactief kind/hyperkinetisch syndroom (ICPC-code P21). Van de mensen bij wie ADHD-achtige symptomen werden vastgesteld, was er bij 18.100 mensen sprake van een geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornis en bij 92.500 mensen was sprake van een overactief kind/hyperkinetisch syndroom.

Tabel: ADHD-achtige symptomen naar type in 2020
  Mannen Vrouwen
Per 1.000 personen
Geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornis (P20) 1,2 0,9
Overactief kind/hyperkinetisch syndroom (P21) 6,6 4,0
Absolute aantallen
Geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornis (P20) 10.000 8.100
Overactief kind/hyperkinetisch syndroom (P21) 57.000 35.500

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC-codes: P20 (tot 45 jaar) en P21

Jaarprevalentie en nieuwe gevallen ADHD 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie en nieuwe gevallen ADHD 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P21
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses van ADHD-achtige symptomen toegenomen

Het aantal nieuwe diagnoses van  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen ( ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P21) is in de periode 2011-2020 toegenomen. Bij vrouwen was in deze periode sprake van een ruime verdubbeling, bij mannen nam het aantal nieuwe diagnoses met ongeveer 50% toe. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe diagnoses van ADHD-achtige symptomen is toegenomen. Voor vrouwen nam dit aantal toe van 16.300 in 2011 naar 35.500 in 2020. Voor mannen is dit aantal toegenomen van 38.900 in 2011 naar 59.400 in 2019. In 2020 was dit aantal weer iets afgenomen naar 57.000 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). Dus, ondanks de veel grotere relatieve toename in het aantal nieuwe diagnoses bij vrouwen in de periode 2011-2020, is het aantal nieuwe diagnoses bij vrouwen in 2020 nog niet zo groot als het aantal nieuwe diagnoses bij mannen in 2011.

Prevalentie ADHD-achtige symptomen toegenomen

In de periode 2011-2020 is ook het aantal mensen met ADHD-achtige symptomen (ICPC-code P21) dat bekend was bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) toegenomen. De relatieve toename in de jaarprevalentie was voor vrouwen (ruim 160%) ongeveer twee keer groter van voor mannen (bijna 80%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met ADHD-achtige symptomen dat bekend was bij de huisarts is voor vrouwen toegenomen van 31.500 in 2011 naar 83.800 in 2020. Voor mannen is dit aantal toegenomen van 81.200 in 2011 naar 145.600 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). Dus, ondanks de veel grotere relatieve toename in het aantal vrouwen met ADHD-achtige symptomen in de periode 2011-2020, is het aantal vrouwen met ADHD-achtige symptomen in 2020 ongeveer even groot als het aantal mannen met deze symptomen in 2011.

Prevalentie ADHD-achtige symptomen tussen 1995 en 2014 sterk gestegen

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van ADHD-achtige symptomen is in de periode 1995-2014 sterk gestegen. In het tijdvak 2010-2014 was de jaarprevalentie tien keer hoger dan in het tijdvak 1995-1999; acht keer voor mannen en ruim 22 keer voor vrouwen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie  FaMe-net (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen ADHD-achtige symptomen 1995-2014 (pdf; 140 kB)).


Prevalentie van ADHD 2007-2009

Sla de grafiek Prevalentie van ADHD 2007-2009 over en ga naar de datatabel

Bron: NEMESIS-2, gegevens bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Prevalentie van ADHD bij kinderen 2,9%

De  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit)) in de kindertijd (onder de 18 jaar) wordt in Nederland op basis van het epidemiologisch bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 (uitgevoerd in de periode 2007-2009) geschat op 2,9%. Van de personen met ADHD in de kindertijd is 75% man en 25% vrouw. Het voorkomen van ADHD is niet gemeten bij kinderen zelf, maar is retrospectief vastgesteld, door volwassenen van 18-44 jaar te vragen naar het voorkomen van symptomen in de kindertijd ( Tuithof et al. 2010 Tuithof, M, Dorsselaer, S., de Graaf, R., Ten Have, M, ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2, Utrecht (2010) ).

Prevalentie van ADHD bij volwassenen 2,1%

De prevalentie van ADHD onder volwassenen van 18-44 jaar wordt in Nederland op basis van het NEMESIS-2 onderzoek geschat op 2,1% ( Tuithof et al. 2010 Tuithof, M, Dorsselaer, S., de Graaf, R., Ten Have, M, ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2, Utrecht (2010) ). ADHD komt ook hier vaker voor bij mannen dan bij vrouwen; 72% van deze volwassenen is man en 28% vrouw. ADHD komt vaker voor bij jongvolwassenen (18-24 jaar) dan bij personen van 35-44 jaar. Bij 72% van de volwassenen met ADHD die in de kindertijd ADHD hadden was ADHD nog steeds aanwezig ( Tuithof et al. 2010 Tuithof, M, Dorsselaer, S., de Graaf, R., Ten Have, M, ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2, Utrecht (2010) ).

Prevalentie van ADHD bij ouderen 2,8%

De prevalentie van ADHD onder personen van 60-94 jaar is 2,8%. Dat blijkt uit de LASA-studie, uitgevoerd in 2008-2009 (zie  Michielsen et al. 2012 Michielsen, M, Semeijn, E, Comijs, HC., van de Ven, P, Kooij, J. J. S., Beekman, A. T. F., Deeg, D. J. H., Prevalence of attention-deficit hyperactivity disorder in older adults in The Netherlands. (2012) ).


Meer bekendheid en betere herkenning leiden mogelijk tot stijgende trends

Het is opvallend dat de gegevens uit de  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)-gezondheidsenquête geen verschil in  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen laten zien, het  HBSC Health Behaviour in School-aged Children (Health Behaviour in School-aged Children)-onderzoek een beperkte stijging laat zien, en de huisartsenregistraties een nogal sterke stijging. Vooral dat laatste kan het gevolg zijn van het feit dat de stoornis steeds bekender is bij hulpverleners, leerkrachten en ouders, en dat de stoornis door hen ook beter wordt herkend ( Buitelaar 2001 Buitelaar, J. K., Discussies over aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD): feiten, meningen en emoties (2001)  ;  Gezondheidsraad 2014 Gezondheidsraad, ADHD: medicatie en maatschappij (2014) ). Tevens zijn de toename van wetenschappelijk onderzoek naar ADHD en een betere bereikbaarheid van de hulpverlening van invloed geweest (NEMESIS-2).


Verwachte stijging aantal mensen met ADHD door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met  ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit)) ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 4% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 5% voor mannen en 2% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van ADHD beïnvloeden.

Meer informatie


  • M.H.D. Plasmans ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • I. Laseur (RIVM)
  • C. Zomer (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • M.M.J. Nielen ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)