Cijfers over ADHD bij kinderen

Binnen het onderwerp ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit)) op VZinfo worden cijfers uit verschillende bronnen gepresenteerd. Deze bronnen maken gebruik van verschillende meetinstrumenten, wat veel invloed heeft op prevalentiecijfers van ADHD. Op deze pagina over kinderen wordt gebruik gemaakt van cijfers uit de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)-Gezondheidsenquête. In dit onderzoek is aan ouders gevraagd naar symptomen van ADHD bij hun kind. Het CBS-Gezondheidsenquête-onderzoek geeft alleen een indicatie van ADHD-achtige symptomen en stelt geen diagnose. Voor meer informatie, zie definities.


ADHD-achtige symptomen bij kinderen

Sla de grafiek ADHD-achtige symptomen bij kinderen 2022 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête, gegevens bewerkt door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

2,1% van kinderen heeft ADHD-achtige symptomen

Bij 2,1% van de kinderen van 2 tot en met 11 jaar rapporteerden de ouders dat er sprake was van ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen. De prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) bij jongens (2,5%) is hoger dan bij meisjes (1,6%). De prevalentie neemt toe met de leeftijd. Deze gegevens zijn afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête, waarbij aan ouders vragen over het gedrag van hun kind zijn voorgelegd.
Op basis van het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 (uitgevoerd in de periode 2019-2022) wordt de prevalentie van ADHD bij kinderen geschat op 3,6% (ten Have et al. 2023 ten Have, M., Tuithof, M., Dorsselaer, S., Schouten, f., Luik, A.I., de Graaf, R., Prevalence and trends of common mental disorders from 2007-2009 to 2019-2022: results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Studies (NEMESIS), including comparison of prevalence rates before vs. during the COVID-19 pandemic. (2023)). Voor meer informatie, zie de pagina totale bevolking.


Trend ADHD-achtige symptomen bij kinderen

Sla de grafiek Trend ADHD-achtige symptomen bij kinderen 2014-2022 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête, gegevens bewerkt door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd (gestand.) naar de Nederlandse bevolking van 2022
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 en 2021 verstoord door de Covid-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid en leefstijl van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

ADHD-achtige symptomen bij kinderen gelijk gebleven

Tussen 2014 en 2022 is het percentage kinderen van 2 tot en met 11 jaar met ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit))-achtige symptomen gelijk gebleven, al zijn er ook schommelingen. Dit geldt zowel voor jongens als voor meisjes. Ook in de afgelopen vijf jaar is het percentage kinderen met ADHD-achtige symptomen gelijk gebleven. De gegevens zijn afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête, waarbij aan ouders vragen over het gedrag van hun kind zijn voorgelegd.


  • M.H.D. Plasmans (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • C. Hendriks (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)