Prevalentie overspannenheid in huisartsenpraktijk

Sla de grafiek Jaarprevalentie overspannenheid in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel
  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P78 (neurasthenie/surmenage)

Bijna twee keer zoveel vrouwen als mannen met overspannenheid bekend bij de huisarts

In 2021 waren er naar schatting 240.400 personen met de diagnose neurasthenie/surmenage (overspannenheid) in de huisartsenpraktijk: 81.800 mannen en 158.600 vrouwen. Dit komt overeen met 9,4 per 1.000 mannen en 18,0 per 1.000 vrouwen. De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2021 bekend waren bij de huisarts met overspannenheid. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2021 contact te hebben gehad met de huisarts voor overspannenheid. Deze cijfers geven een onderschatting van het vóórkomen van overspannenheid in de bevolking, doordat niet iedereen met deze problemen zich bij de huisarts meldt. Een deel van de mensen meldt zich bijvoorbeeld alleen bij de bedrijfsarts.


    Nieuwe gevallen overspannenheid in huisartsenpraktijk

    Sla de grafiek Nieuwe gevallen overspannenheid in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel
    • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P78 (neurasthenie/surmenage)

    Ruim 130.000 nieuwe gevallen van overspannenheid in 2021

    In 2021 kregen naar schatting 130.400 nieuwe patiënten de diagnose neurasthenie/surmenage (overspannenheid) bij de huisarts: 44.500 mannen en 86.000 vrouwen. Dit komt overeen met 5,1 nieuwe patiënten per 1.000 mannen en 9,8 per 1.000 vrouwen. 


    Trend nieuwe gevallen overspannenheid

    Sla de grafiek Nieuwe gevallen overspannenheid in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

    Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P78 (neurasthenie/surmenage)
    • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
    • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

    Trend jaarprevalentie overspannenheid

    Sla de grafiek Jaarprevalentie overspannenheid in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

    Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P78 (neurasthenie/surmenage)
    • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
    • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

    Tot 2017 aantal nieuwe diagnoses overspannenheid toegenomen

    Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van overspannenheid is in de periode 2011-2017 toegenomen en vervolgens licht afgenomen. Het aantal nieuwe diagnoses lag in het COVID-19-jaar 2020 duidelijk lager ten opzichte van voorgaande jaren. Het is niet te achterhalen of overspannenheid daadwerkelijk minder voorkwam in 2020 of dat de huisartsenpraktijk hiervoor minder werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). In 2021 is het aantal nieuwe diagnoses weer toegenomen voor zowel mannen als vrouwen. Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van overspannenheid is in de periode 2011-2017 toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 39.300 in 2011 naar 48.700 in 2017. In 2021 bedroeg het aantal nieuwe diagnoses bij mannen 44.500. Voor vrouwen is het aantal nieuwe diagnoses toegenomen van 65.900 in 2011 naar 95.800 in 2017. In 2021 bedroeg het aantal nieuwe diagnoses bij vrouwen 86.000 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

    Prevalentie overspannenheid gestegen tot 2018

    In de periode 2011-2018 is het aantal mensen met overspannenheid dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) toegenomen. Voor mannen was de toename minder groot dan voor vrouwen. Tussen 2018 en 2021 is de jaarprevalentie weer iets afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met overspannenheid dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 68.600 in 2011 naar 87.500 in 2018. Voor 2021 is het aantal mannen met overspannenheid geschat op 81.800. Het aantal geschatte vrouwen met overspannenheid is toegenomen van 118.400 in 2011 naar 177.300 in 2018. Voor 2021 is dit aantal geschat op 158.600 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

    Mogelijk lagere aantallen in 2020 en 2021 door COVID-19

    In de jaren 2020 en 2021 zijn de cijfers over door huisartsen geregistreerde klachten en aandoeningen beïnvloed door de COVID-19-uitbraak en de daarvoor genomen landelijke maatregelen. Ook zijn de jaarcijfers mogelijk beïnvloed door de uitgestelde zorg in ziekenhuizen. In 2020 is het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). Het totaal aantal ziekteregistraties lag in 2021, na een daling in 2020, weer op hetzelfde niveau als in 2019. Dit wijst erop dat de COVID-19-uitbraak minder invloed heeft gehad op de cijfers van 2021 (Heins et al. 2022Heins, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, de Leeuw, Urbanus, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2021 en trendcijfers 2017-2021, Utrecht (2022)).


      Ruim 17% van de werknemers ervaart burn-outklachten

      In 2018 bleek 16,4% van de mannelijke werknemers en 18,1% van de vrouwelijke werknemers enkele keren per maand of vaker burn-outklachten te ervaren. In totaal zijn dat 1,2 miljoen werknemers. Slechts een fractie van de werknemers met burn-outklachten ontwikkelt ook daadwerkelijk een burn-out. De gevoelens van vermoeidheid en uitputting zijn gemeten aan de hand van vijf items waaronder emotionele uitputting, leeg voelen en vermoeidheid. Dit blijkt uit zelfrapportage van werknemers in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden)) onder werknemers. Meer vrouwelijke werknemers ervaren burn-outklachten. Dit geldt voor alle leeftijdscategorieën. Burn-outklachten komen het meest voor in het onderwijs (23%) en in de ICT Informatie- en communicatietechnologie (Informatie- en communicatietechnologie) (19,1%) en het minst in de landbouw (11,2%) en recreatie (14%) (Hooftman et al. 2019Hooftman, W. E., Mars, G. M. J., Janssen, B., de Vroome, E. M. M., Janssen, B. J. M., Pleijers, A. J. S. F., Ramaekers, M. M. M. J., van den Boscche, S. N. J., Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten, Leiden / Heerlen (2019)). 

      Werkstress bij ruim 37% van de werknemers oorzaak van verzuim

      In 2018 gaf ruim 35,3% van de werknemers aan dat werkstress de belangrijkste oorzaak is het werkgerelateerde verzuim. Dit blijkt uit zelfrapportage van werknemers in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (Hooftman et al. 2019Hooftman, W. E., Mars, G. M. J., Janssen, B., de Vroome, E. M. M., Janssen, B. J. M., Pleijers, A. J. S. F., Ramaekers, M. M. M. J., van den Boscche, S. N. J., Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten, Leiden / Heerlen (2019)). Werkstress is uiteraard niet hetzelfde als burn-out of overspannenheid, maar er zijn wel overeenkomsten. Verschijnselen van werkstress zijn bijvoorbeeld ernstige vermoeidheid, gespannenheid of nervositeit.


      Bijna tweederde van meldingen beroepsziekten betreft burn-out

      In 2019 werden 2.222 meldingen van een psychische aandoening geregistreerd bij de Nationale Registratie van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB). Dit is 60% van het totaal aantal meldingen van beroepsziekten (3.691). Van de 2.222 meldingen van psychische aandoeningen, betrof 74,9% een melding voor overspannenheid en burn-out (NCvB 2020NCvB, Beroepsziekten in Cijfers 2020, Amsterdam (2020)). Een deel van de meldingen kwam van bedrijfsartsen die deelnemen aan het Peilstation Intensief Melden (PIM). Dit is een verdiepende registratie door een selectieve groep bedrijfsartsen waarmee incidenties geschat kunnen worden. De incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) van overspannenheid en burn-out op basis van de PIM Peilstation Intensief Melden (Peilstation Intensief Melden)-meldingen werd geschat op 78 per 100.000 werknemers (NCvB 2020NCvB, Beroepsziekten in Cijfers 2020, Amsterdam (2020)). 

      Tabel: Meldingen van burn-out als beroepsziekte door bedrijfsarts 2019

       

      Aantal meldingen

      Percentage

      Totaal meldingen beroepsziekte

      3.691

      100

      Psychische aandoeningen

      2.222

      60

      Overige aandoeningen

      1.469

      40

      Psychische aandoeningen naar diagnose

      Overspannenheid en burn-out

      1.664

      74,9

      Posttraumatische stress-stoornis

      298

      13,4

      Depressie

      94

      4,2

      Overige reacties op ernstige stress

      84

      3,8

      Overige aandoeningen

      82

      3,7

      Burn-outklachten 2007-2018

      Sla de grafiek Burn-outklachten 2007-2018 over en ga naar de datatabel

      Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

      • Geïndexeerd (2007 = 100)
      • Door wijziging in methodologie tussen 2013 en 2014 kan er mogelijk sprake zijn van een trendbreuk.

      Toename burn-outklachten onder werknemers

      In de periode 2007-2018 is het percentage werknemers dat aangeeft burn-outklachten te hebben licht gestegen. In 2007 was het percentage voor mannen 11,6% en voor vrouwen 10,9%. In 2018 is dit gestegen naar 16,4% voor mannen en 18,1% voor vrouwen. Tot 2013 verliep de trend voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Vanaf 2013 is er een iets sterkere stijging te zien onder vrouwelijke werknemers dan onder mannelijke werknemers die aangeven burn-outklachten te hebben. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden)) onder werknemers (Hooftman et al. 2019Hooftman, W. E., Mars, G. M. J., Janssen, B., de Vroome, E. M. M., Janssen, B. J. M., Pleijers, A. J. S. F., Ramaekers, M. M. M. J., van den Boscche, S. N. J., Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten, Leiden / Heerlen (2019)).


      Burn-out vaker geregistreerd als beroepsziekte

      Het aantal meldingen van overspannenheid en burn-out als beroepsziekte is in de periode 2012-2017 flink gestegen. Daarna is er een afname in het aantal meldingen zichtbaar. In 2019 werden er 1.664 meldingen gedaan door bedrijfsartsen van overspannenheid en burn-out (NCvB 2020NCvB, Beroepsziekten in Cijfers 2020, Amsterdam (2020)). Dit is bijna 75% van het totaal aantal meldingen voor psychische aandoeningen (2.222) die dat jaar bij het NCvB binnen zijn gekomen. Dit blijkt uit het rapport 'Beroepsziekten in Cijfers' van het NCvB en de registratie van het Peilstation Intensief Melden (PIM Peilstation Intensief Melden (Peilstation Intensief Melden)). Een mogelijke verklaring voor de stijging vanaf 2012 kan bewustwording zijn. In 2013 is de campagne 'Check je werkstress' van SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gestart (SZW, 2017). Of dit daadwerkelijk de reden is voor de stijging van het aantal meldingen, is echter uit onderzoek niet te achterhalen.  


      Verwachte stijging aantal mensen met overspannenheid en burn-out door alleen demografie

      Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met overspannenheid en burn-out (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 3% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 4% voor mannen en 3% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van overspannenheid en burn-out beïnvloeden. 


      • J.W. Vanhommerig (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
      • M.J.J.C. Poos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
      • E.M. Zantinge (RIVM)
      • P.E.D. Eysink (RIVM)
      • H.B.M. Hilderink (RIVM)
      • A.M. Gommer, red. (RIVM)
      • I.L.D. Houtman (TNO-GL)
      • T. Hulshof, red. (RIVM)