Jaarprevalentie reumatoïde artritis 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie reumatoïde artritis 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn 

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L88

Bijna 270.000 mensen met reumatoïde artritis in 2020

In 2020 waren er naar schatting 267.300 mensen met de diagnose reumatoïde artritis (RA) bekend bij de huisarts: 100.100 mannen en 167.300 vrouwen ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)). Dit komt overeen met 11,5 per 1.000 mannen en 19,1 per 1.000 vrouwen. Als gevolg van afronding komt de som van het aantal mannen en vrouwen met reumatoïde artritis niet precies overeen met het totaal aantal mensen met reumatoïde artritis. Op alle leeftijden komt reumatoïde artritis vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en het aantal mensen met de aandoening neemt toe met de leeftijd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor reumatoïde artritis. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor  RA Reumatoïde artritis (Reumatoïde artritis).

Reumatische aandoeningen in Nederland

Uit een rapport van het Nivel blijkt dat in 2013 ongeveer 1 op de 9 mensen in Nederland een reumatische aandoening had. Dit komt neer op 1,95 miljoen mensen. Dit cijfer betreft alle personen met een aandoening die volgens de definitie van het Reumafonds onder reuma vallen en waarvoor (huis)artsen een diagnostische codering kunnen opgeven: chronische ontstekingsreuma, artrose, jicht en osteoporose. Overige vormen van reuma zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Ieder jaar krijgt 1 op de 66 mensen in Nederland de diagnose reumatische aandoening ( Korevaar et al. 2016 Korevaar, J., Nielen, M.M.J., Sloot, R., Flinterman, L., Heins, M., Lafeber, M., Boeije, H., Poos, M. J. J. C., Eysink, P. E. D., Reumatische aandoeningen in Nederland: Ervaringen en kengetallen, Utrecht (2016) ).

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( ).

Meer informatie


Nieuwe gevallen reumatoïde artritis 2020

Sla de grafiek Nieuwe gevallen reumatoïde artritis 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L88

Bijna 12.000 nieuwe patiënten met reumatoïde artritis in 2020

In 2020 werden naar schatting 11.800 nieuwe patiënten door de huisarts met reumatoïde artritis gediagnosticeerd: 4.800 mannen en 7.000 vrouwen. Dit komt overeen met 0,6 nieuwe patiënten per 1.000 mannen en 0,8 per 1.000 vrouwen. Het aantal neemt toe met de leeftijd voor zowel mannen als vrouwen.

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( ).

Meer informatie


Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen reumatoïde artritis 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen reumatoïde artritis 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L88
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses reumatoïde artritis flink gedaald

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van reumatoïde artritis is in de periode 2011-2020 gehalveerd, voor zowel mannen als vrouwen. De daling in het aantal nieuwe diagnoses trad voor mannen met name op in de periode 2011-2017. Bij vrouwen bleef het aantal nieuwe diagnoses ook na 2017 afnemen.  Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van reumatoïde artritis is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 8.000 in 2011 naar 4.400 in 2017. Daarna nam het aantal  weer licht toe tot 4.800 in 2020. Voor vrouwen is het aantal afgenomen van 14.500 in 2011 naar 7.000 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie reumatoïde artritis laatste jaren licht gestegen

In de periode 2011-2020 is het aantal mensen met reumatoïde artritis dat bekend was bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) licht gestegen, met name in de laatste jaren. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met reumatoïde artritius dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 74.300 in 2011 naar 100.100 in 2020. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 134.400 in 2011 naar 167.300 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Aantal nieuwe gevallen en prevalentie reumatoïde artritis tussen 1991 en 2014 gestegen

Het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van reumatoïde artritis is in de periode 1991-2014 toegenomen, met name vanaf het jaar 2000. Voor mannen was deze toename groter dan voor vrouwen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg.
Ook de gestandaardiseerde jaarprevalentie van reumatoïde artritis is in de periode 1991-2014 gestegen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen reumatoïde artritis 1991-2014 (pdf; 118 kB)).

Meer informatie


Verwachte stijging aantal mensen met reumatoïde artritis door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met reumatoïde artritis ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 24% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 27% voor mannen en 22% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van reumatoïde artritis beïnvloeden.

Meer informatie

  • M.M.J. Nielen ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • S.J. van der Linden (Maastricht UMC Universitair Medisch Centrum (Universitair Medisch Centrum)+)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)