Jaarprevalentie slechthorendheid 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie slechthorendheid 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • Slechthorendheid:  ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes H84-H86

795.000 mensen met diagnose slechthorendheid

In 2020 waren er 795.000 mensen met de diagnose slechthorendheid bekend bij de huisarts: 418.000 mannen en 376.900 vrouwen (48,2 per 1.000 mannen en 43,0 per 1.000 vrouwen). In deze cijfers zijn lawaai- en ouderdomsslechthorendheid niet van elkaar en van andere vormen van slechthorendheid/doofheid onderscheiden, omdat de huisarts dit onderscheid niet altijd maakt en/of kan maken. Vooral vanaf de leeftijd van vijftig jaar neemt het percentage mensen met slechthorendheid sterk toe, het meest voor mannen. De  jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor slechthorendheid. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor slechthorendheid.

Meer informatie


Beperkingen in horen 2020

Sla de grafiek Beperkingen in horen 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête 

  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Beperkingen in horen vooral bij 75-plussers

Beperkingen in het uitvoeren van activiteiten die te maken hebben met horen nemen toe met de leeftijd. Bij 75-plussers komen beperkingen in horen duidelijk het meeste voor. In de hele bevolking (12+) meldt 2,9% beperkingen in horen (niet in figuur).

Meer informatie


Vroegtijdige opsporing maakt eerdere behandeling en begeleiding mogelijk

Door vroegtijdige opsporing van gehoorverlies bij pasgeborenen kunnen behandeling en begeleiding eerder van start gaan. Dat draagt bij aan betere ontwikkelingsmogelijkheden van slechthorende kinderen.

Per jaar ongeveer 200 kinderen met gehoorverlies opgespoord vanuit JGZ

In de periode 2013-2020 werden in Nederland vanuit de  JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg) gemiddeld 125 kinderen per jaar met een dubbelzijdig gehoorverlies en 81 kinderen met een enkelzijdig gehoorverlies opgespoord (respectievelijk 0,75 en 0,48 per 1.000 kinderen die in aanmerking kwamen voor screening). Hier komen nog de kinderen bij die door middel van de gehoorscreening op de intensive care afdelingen voor pasgeborenen ( NICU Neonatale intensive care unit (Neonatale intensive care unit)'s) worden opgespoord.

Per jaar ongeveer 120 kinderen met gehoorverlies opgespoord in NICU's

In de periode 2011-2020 werden in de Neonatale Intensive Care Units (NICU's) gemiddeld 82 kinderen per jaar opgespoord met een bilateraal gehoorverlies en 33 kinderen met een unilateraal gehoorverlies. In 2020 ging het om 74 kinderen met een bilateraal verlies en 27 kinderen met een unilateraal verlies (respectievelijk 2,1% en 0,8% van de gescreende kinderen) ( de Graaff-Korf et al. 2022 de Graaff-Korf, K.S., Van Dommelen, P., Verkerk, P.H., Jaarverslag neonatale gehoorscreening in de Neonatale Intensive Care Units 2020 (nog niet gepubliceerd), Zwolle (2022) ).

Tabel: Aantal pasgeborenen met gehoorverlies ontdekt via screening. Screening door jeugdgezondheidszorg (JGZ) en Neonatale Intensive Care Units (NICU’s)
 

Opgespoord
gehoorverlies JGZ

Opgespoord
gehoorverlies NICU's

Jaar

dubbelzijdig

enkelzijdig

dubbelzijdig

enkelzijdig

2011

99

88

82

37

2012

119

91

94

34

2013

113

87

77

40

2014

124

95

89

38

2015

113

82

75

26

2016

128

68

101

31

2017

119

74

87

30

2018

146

85

68

29

2019

129

77

75  34 
 2020 125  81  74  27
 

Meer informatie


Schattingen werkgerelateerde gehoorproblemen lopen sterk uiteen

Op basis van meldingen van bedrijfsartsen (Peilstation Intensief Melden van het NCvB) was er in 2019 sprake van naar schatting 170 nieuw gemelde gevallen van werkgerelateerde gehoorproblemen onder werknemers (bron:  Arbobalans 2020 Arbobalans, Arbobalans 2020: Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland, Leiden (2020) ). Werknemers rapporteren zelf veel meer nieuwe gevallen van gehoorproblemen. Op basis van de resultaten van Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden waren dat er 8.200 in 2018. Op basis van de huisartsenregistraties van het  NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) schatte het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) het aantal nieuwe gevallen van werkgerelateerde gehoorproblemen in de werkzame beroepsbevolking op ruim 2.050 in 2018.

Verschillen en onzekerheden in schattingen

De meldingen door bedrijfsartsen, de zelfrapportages door werknemers en de huisartsenregistraties leiden tot verschillende schattingen van het aantal nieuwe gevallen van werkgerelateerde gehoorproblemen. De schattingen op basis van meldingen van bedrijfsartsen zijn een onderschatting doordat niet iedere werknemer een bedrijfsarts heeft en bedrijfsartsen niet iedere werknemer zien. Dit geldt voor zzp’ers in sterkere mate dan voor werknemers.
Het kan voorkomen dat bedrijfsartsen, huisartsen of werknemers zelf onterecht de link niet leggen tussen een ziekte en het werk. Hierdoor wordt een ziekte die door het werk is ontstaan niet altijd als een beroepsziekte aangemerkt en geregistreerd. Het omgekeerde kan ook voorkomen: artsen of werknemers leggen een verband tussen het ontstaan van het gehoorprobleem en het werk, terwijl die er niet is.

Meer informatie


Jaarprevalentie slechthorendheid 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie slechthorendheid 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code H84-H86
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie slechthorendheid toegenomen

In de periode 2011-2020 is het aantal mensen met slechthorendheid dat bekend was bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) toegenomen. Voor vrouwen was de toename (41%) iets groter dan voor mannen (34%). De trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met slechthorendheid dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 254.400 in 2011 naar 418.000 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 236.000 in 2011 naar 376.900 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Geen duidelijke trend tussen 1991 en 2014

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van slechthorendheid is in de periode 1991-2014 niet duidelijk toe- of afgenomen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen slechthorendheid 1991-2014 (pdf; 124 kB)).

Meer informatie


Percentage personen met beperking in horen 1997-2020

Sla de grafiek Percentage personen met beperking in horen 1997-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2020
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Lichte afname in beperkingen in horen 

Het percentage 12-plussers met een beperking in horen is tussen 2001 en 2020 licht gedaald. Deze daling is significant. Dit geldt voor de hele bevolking van 12 jaar en ouder en voor mannen afzonderlijk. Bij vrouwen is het percentage met een beperking in horen niet gedaald.  

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie. Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.

Meer informatie


Percentage personen met beperking in horen naar leeftijd 1997-2020

Sla de grafiek Percentage personen met beperking in horen naar leeftijd 1997-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2020
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Afname percentage 65-plussers met beperking in horen

Het percentage 65-plussers met beperking in horen is tussen 2001 en 2020 gedaald. Dit is zowel een significante daling voor de 65-plussers als totale groep als voor mannen en vrouwen afzonderlijk (niet in figuur). Bij de andere leeftijdsgroepen is het percentage met een beperking in horen gelijk gebleven.

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie. Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.

Meer informatie


Verwachte stijging aantal mensen met gehoorstoornissen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met gehoorstoornissen ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 43% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 46% voor mannen en 40% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van gehoorstoornissen beïnvloeden.

Meer informatie

  • M.M.J. Nielen ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.M. Gommer (RIVM)
  • M.H.D. Plasmans (RIVM)
  • I. Laseur (RIVM)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)
  • E.M. Zantinge, red. (RIVM)
  • M. Rodriguez, red. (RIVM)