Jaarprevalentie angststoornissen 2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie angststoornissen in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P74 en P79

Bijna een half miljoen mensen met angststoornissen bekend bij huisarts

In 2021 waren er naar schatting 492.600 mensen met  een angststoornis bekend bij de huisarts: 158.800 mannen en 333.800 vrouwen (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)). Dit komt overeen met 18,2 per 1.000 mannen en 37,9 per 1.000 vrouwen. Angststoornissen komen in elke leeftijdscategorie vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Angsstoornissen komen het meest voor bij mensen in de leeftijd van 25-29 jaar. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2021 bekend waren bij de huisarts voor angststoornissen. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2021 contact te hebben gehad met de huisarts voor angststoornissen.

Prevalentie op basis van bevolkingsonderzoek is veel hoger

De prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) op basis van de huisartsenregistratie is veel lager dan de prevalentie op basis van een epidemiologische bevolkingsonderzoek. De hieronder gepresenteerde cijfers uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 gaan over 2011. NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. De update van de data wordt in 2023 verwacht.


Jaarprevalentie angststoornissen in huisartsenpraktijk 2011-2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie angststoornissen in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code P74 en P79
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie angststoornissen gestegen

In de periode 2011-2021 is het aantal mensen met angststoornissen dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) met meer dan de helft gestegen. De stijging was voor vrouwen groter dan voor mannen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met angststoornissen dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 97.600 in 2011 naar 158.800 in 2021. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 189.500 in 2011 naar 333.800 in 2021 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Mogelijk lagere aantallen in 2020 en 2021 door COVID-19

In de jaren 2020 en 2021 zijn de cijfers over door huisartsen geregistreerde klachten en aandoeningen beïnvloed door de COVID-19-uitbraak en de daarvoor genomen landelijke maatregelen. Ook zijn de jaarcijfers mogelijk beïnvloed door de uitgestelde zorg in ziekenhuizen. In 2020 is het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). Het totaal aantal ziekteregistraties lag in 2021, na een daling in 2020, weer op hetzelfde niveau als in 2019. Dit wijst erop dat de COVID-19-uitbraak minder invloed heeft gehad op de cijfers van 2021 (Heins et al. 2022Heins, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, de Leeuw, Urbanus, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2021 en trendcijfers 2017-2021, Utrecht (2022)).


Jaarprevalentie angststoornissen 2011

Sla de grafiek Jaarprevalentie angststoornissen 2011 over en ga naar de datatabel

Bron: NEMESIS-2; gegevens bewerkt door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

Bijna 1,1 miljoen personen met angststoornissen

In 2011 hadden naar schatting 1.068.700 personen van 18 tot 65 jaar een angststoornis, van wie 413.600 mannen en 655.100 vrouwen. Dit komt overeen met 78 per 1.000 mannen en 125 per 1.000 vrouwen. Deze schattingen zijn gebaseerd op een epidemiologisch bevolkingsonderzoek uitgevoerd van 2007 tot 2012 (NEMESIS-2). Dit is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 

Meer vrouwen dan mannen met angststoornis

Vrijwel alle angststoornissen komen meer voor onder vrouwen dan onder mannen. Dit is onafhankelijk van de leeftijd. Op alle leeftijden is vooral het aantal personen met fobieën erg hoog.


Ruim 50.400 ouderen met angststoornis

In 2011 hadden naar schatting 50.419 personen boven de 65 jaar een angststoornis, van wie 11.975 mannen en 38.444 vrouwen. Dit komt overeen met 10,5 per 1.000 mannen en 26,4 per 1.000 vrouwen (LASA). Ook bij ouderen zijn er meer vrouwen dan mannen met een angststoornis.


Incidentie angststoornissen 2011

Sla de grafiek Incidentie angststoornissen 2011 over en ga naar de datatabel

Bron: NEMESIS-2; gegevens bewerkt door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

Bijna 197.000 personen nieuwe diagnose angststoornis in 2011

In 2011 kregen naar schatting 196.900 personen van 18 tot 65 jaar de diagnose angststoornis, 61.300 mannen en 135.600 vrouwen. Dit komt overeen met 12,5 per 1.000 mannen en 29,6 per 1.000 vrouwen. Deze schattingen zijn gebaseerd op een epidemiologisch bevolkingsonderzoek uitgevoerd van 2007 tot 2012 (NEMESIS-2). Dit is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 


Prevalentie op basis van huisartsenregistratie veel lager dan bevolkingsonderzoek

De prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) op basis van de huisartsenregistratie (Nivel Zorgregistraties eerste lijn) is veel lager dan de prevalentie op basis van het bevolkingsonderzoek NEMESIS. Er is sprake van onderregistratie in de huisartsenregistratie, doordat:

Tabel: Angststoornissen bevolkingsonderzoek versus huisartsenregistratie (2011)

Bron

Prevalentie

Bevolkingsonderzoek 2011 (NEMESIS, 18 t/m 64 jaar)

1.068.700

Huisartsenregistratie 2011 (Nivel Zorgregistraties eerste lijn, alle leeftijden)

287.100


Verwachte stijging aantal mensen met angststoornissen verwacht door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met angststoornissen (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 8% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 10% voor mannen en 8% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van angststoornissen beïnvloeden.  Zie ook Demografische prognose ziekten en aandoeningen en Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV): Trendscenario ziekten en aandoeningen voor meer informatie.


  • C. Zomer (RIVM)
  • J.W. Vanhommerig (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)
  • C.H. van Gool (RIVM)