Naar schatting 545.900 patiënten met COPD

In 2021 hadden 545.900 mensen COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten) (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)) (chronische bronchitis en/of emfyseem): 270.600 mannen en 275.300 vrouwen (31,0 per 1.000 mannen en 31,2 per 1.000 vrouwen). De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft een schatting van alle COPD-patiënten die gedurende een jaar bekend zijn bij de huisarts. Deze patiënten hoeven niet allemaal in dat betreffende jaar contact te hebben gehad met de huisarts voor hun COPD.

Huisartsencijfers lager dan zelfgerapporteerde cijfers

In CBS-Gezondheidsenquête gaf 4,3% van de ondervraagden aan dat zij en/of hun kind in 2021 COPD-klachten hebben gehad. Dit percentage is hoger dan de jaarprevalentie op basis van registratie door de huisarts. Daarvoor zijn tenminste drie verklaringen:

  • Niet alle patiënten met chronische hoestklachten, slijm opgeven en kortademigheid komen bij de huisarts.
  • Patiënten met luchtwegobstructie kunnen langzaam gewend zijn geraakt aan de benauwdheid en/of hun leven hierop hebben aangepast.
  • Niet alle gevallen van COPD worden door de huisarts (meteen) onderkend.

17.500 nieuwe patiënten met emfyseem en 5.600 met chronische bronchitis in 2021

In 2021 kwamen er 17.500 nieuwe patiënten met emfyseem bij (8.900 mannen en 8.600 vrouwen). Het aantal nieuwe gevallen van chronische bronchitis was 5.600 (2.270 mannen en 3.300 vrouwen). Deze schattingen zijn gebaseerd op de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.

COPD naar type in 2021
  Nieuwe gevallen Jaarprevalentie
  Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen
Per 1.000 personen
Chronische bronchitis/bronchiëctasieën (R91) 0,3 0,4 6,7 8,3
Emfyseem/COPD (R95) 1 1 25,5 24,4
COPD (R91, R95) a     31,0 31,2
Absolute aantallen
Chronische bronchitis/bronchiëctasieën (R91) 2.270 3.300 58.700 72.800
Emfyseem/COPD (R95) 8.900 8.600 222.700 215.100
COPD (R91, R95) a     270.600 275.300

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes R91 en R95

a) De totale jaarprevalentie van COPD komt overeen met het aantal mensen dat in 2021 ten minste één vorm van COPD had. Mensen met meerdere vormen van COPD tellen dus maar één keer mee in het totaal.


Jaarprevalentie COPD 2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie COPD in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes R91 en R95

COPD vaker bij oudere mannen

In 2021 hadden naar schatting 545.900 mensen COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten) (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)) (chronische bronchitis en/of emfyseem). COPD komt voornamelijk voor bij mensen van 50 jaar en ouder en de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) neemt toe met de leeftijd. Vanaf 70 jaar komt COPD vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft een schatting van alle COPD-patiënten die gedurende een jaar bekend zijn bij de huisarts. Deze patiënten hoeven niet allemaal in dat betreffende jaar contact te hebben gehad met de huisarts voor hun COPD.


Jaarprevalentie COPD in huisartsenpraktijk 2011-2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie COPD in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code R91 en R95
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie COPD afgenomen

In de periode 2011-2021 is het aantal mensen met COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten) (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)) dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) afgenomen. Voor mannen was de afname groter dan voor vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).  Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met COPD dat bekend was bij de huisarts is voor mannen afgenomen van 297.300 in 2011 naar 270.600 in 2021. Voor vrouwen is het aantal ook iets gedaald, van 292.100 in 2011 naar 275.300 in 2021 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Mogelijk lagere aantallen in 2020 en 2021 door COVID-19

In de jaren 2020 en 2021 zijn de cijfers over door huisartsen geregistreerde klachten en aandoeningen beïnvloed door de COVID-19-uitbraak en de daarvoor genomen landelijke maatregelen. Ook zijn de jaarcijfers mogelijk beïnvloed door de uitgestelde zorg in ziekenhuizen. In 2020 was het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). Het totaal aantal ziekteregistraties lag in 2021, na een daling in 2020, weer op hetzelfde niveau als in 2019. Dit wijst erop dat de COVID-19-uitbraak minder invloed heeft gehad op de cijfers van 2021 (Heins et al. 2022Heins, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, de Leeuw, Urbanus, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2021 en trendcijfers 2017-2021, Utrecht (2022)).


Verwachte stijging aantal mensen met COPD door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten) (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)) (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 31% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 37% voor mannen en 26% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van COPD beïnvloeden.


  • J.W. Vanhommerig (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • M. Rodriguez, red. (RIVM)