Toelichting bij de tabel
* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 4, waarbij van links naar rechts geldt:
1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.
** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.
Overzicht indicatoren financiële toegankelijkheid
| Indicator | Internationale vergelijking | 3-jarige trend | |
|---|---|---|---|
| Mensen met een betalingsachterstand van minstens zes maanden voor de zorgpremie van de basisverzekering Verslagjaar: 2025 | 187.425 personen | Niet beschikbaar |
Stijgend; ongunstig |
| Personen die als onverzekerde zijn aangemeld bij het CAK ** Verslagjaar: 2025 | 19.560 personen | Niet beschikbaar |
Dalend; gunstig |
| Personen die in de afgelopen 12 maanden wel eens afzagen van zorg vanwege de kosten Verslagjaar: 2024 | 8% |
|
Stabiel |
| Personen die in de afgelopen 12 maanden wel eens afzagen van dringende tandheelkundige zorg vanwege de kosten Verslagjaar: 2024 | 0,4% |
|
Stijgend; ongunstig |
| Volwassenen met langdurige psychische problemen die ervaren onvoldoende professionele zorg en/of ondersteuning te krijgen vanwege financiële drempels** Verslagjaar: 2024 | 4% | Niet beschikbaar |
Dalend; gunstig |
| Percentage eigen betalingen aan zorg van het besteedbare inkomen Verslagjaar: 2024 | 3,1% |
Gunstig |
Stijgend; ongunstig |
Interpretatie indicatoren
Financiële toegankelijkheid betekent dat mensen zorg kunnen gebruiken zonder dat kosten een belemmering vormen of leiden tot financiële problemen. Deze indicatoren meten in hoeverre mensen problemen hebben met het betalen van de zorgverzekering, zorg mijden vanwege de kosten en in hoeverre eigen betalingen drukken op het huishoudinkomen.
Bij de indicator aantal mensen met een langdurige betalingsachterstand van de premie voor de zorgverzekering gaat het om mensen die door hun zorgverzekeraar zijn aangemeld bij het CAK voor het bestuursrechtelijke premieregime. Zij hebben wel een betalingsregeling aangeboden gekregen, maar deze was mislukt. Bij de indicator aantal personen dat als onverzekerde is aangemeld bij het CAK gaat het om mensen die wel verzekeringsplichtig zijn, maar geen basisverzekering hebben afgesloten. Het kan gaan om EU (Europese unie)-arbeidsmigranten, buitenlandse studenten en bewust onverzekerden vanwege overtuiging.
Mensen met betalingsachterstanden en onverzekerden lopen een verhoogd risico om zorg te mijden of uit te stellen uit angst voor kosten. Beide indicatoren hangen vaak samen met bredere financiële en sociale problematiek, zoals schulden, laag inkomen en beperkte vaardigheden om regelingen te treffen. Hoge waarden wijzen daarom op kwetsbare groepen die onvoldoende bereikt worden door preventie, vroegsignalering en ondersteuning.
Het percentage mensen dat afziet van zorg vanwege kosten laat zien in hoeverre kosten leiden tot ervaren belemmeringen, zorgmijding of onderbehandeling. Hogere percentages wijzen op verminderde financiële toegankelijkheid, lagere percentages op betere financiële bescherming. Omdat deze indicatoren gebaseerd zijn op ervaren drempels, kunnen deze afwijken van de werkelijke mate van zorgmijding.
Het percentage eigen betalingen in de totale huishouduitgaven laat zien in welke mate huishoudens zelf bijdragen aan zorgkosten. Onder eigen betalingen worden de zorguitgaven verstaan die mensen rechtstreeks uit eigen middelen betalen bij gebruik van zorg. Dit betreft zowel directe betalingen voor zorg en geneesmiddelen die niet of niet volledig worden vergoed, als het verplicht en vrijwillig eigen risico en wettelijke eigen bijdragen binnen de Zvw (Zorgverzekeringswet), Wlz (Wet langdurige zorg) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Een hoger aandeel kan wijzen op een grotere financiële belasting voor huishoudens, vooral voor mensen met een laag inkomen of een kwetsbare gezondheid. Een lager aandeel betekent niet automatisch dat de toegankelijkheid goed is: wanneer mensen zorg mijden vanwege kosten, dalen de eigen betalingen. Ook wachttijden kunnen invloed hebben op de uitgaven.
Gezamenlijk geven deze indicatoren inzicht in de mate waarin het zorgstelsel financiële bescherming biedt en waar risico’s op ongelijkheid en zorgmijding bestaan. Zorgmijding kan leiden tot het ontstaan van serieuze gezondheidsproblemen of verergering van klachten, meer acute zorg ten koste van reguliere zorg en hogere maatschappelijke kosten.
Betalingsachterstand zorgpremie basisverzekering
Trend
Sla de grafiek 'Betalingsachterstand zorgpremie' over en ga naar de datatabelBron: Zorginstituut Nederland/CAK en Verzekerdenmonitor, aanvullende cijfers verkregen van CAK (Centraal Administratie Kantoor)
* Voorlopig cijfer
Afzien van zorg vanwege de kosten
Afzien van tandheelkundige zorg vanwege de kosten
Internationaal afzien van dringende zorg
Sla de grafiek 'Afzien van dringende tandheelkundige zorg vanwege kosten 2024' over en ga naar de datatabel- De getoonde mediaan is op basis van de categorie totaal
- De respondenten van de vragenlijst zijn verdeeld in vijf gelijke groepen van 20% (kwintielen). In deze grafiek wordt het laagste inkomenskwintiel (1) vergeleken met het hoogste inkomenskwintiel (5).
- Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland. De mediaan wordt berekend over deze landen voor zover de benodigde data beschikbaar zijn.
Percentage eigen betalingen aan zorg van het besteedbare inkomen
Trend
Sla de grafiek 'Percentage eigen betalingen aan zorg van het totale besteedbare inkomen' over en ga naar de datatabelBron: CBS StatLine
Achterliggende cijfers 2010-2022: CBS StatLine
Achterliggende cijfers 2021-2024: CBS StatLine
Totaal eigen betalingen omvat alle uitgaven die huishoudens zelf betalen bij gebruik van zorg: directe eigen betalingen en eigen risico en bijdragen.
Directe eigen betalingen betreft betalingen voor zorg en geneesmiddelen buiten het verzekerde pakket of niet-vergoede zorg.
Eigen risico en bijdragen betreft het verplicht en vrijwillig eigen risico en eigen bijdragen binnen de Zvw (Zorgverzekeringswet), Wlz (Wet langdurige zorg) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).
Totaal Eigen betalingen + vrijwillige verzekering omvat naast eigen betalingen ook uitgaven via vrijwillige (aanvullende) ziektekostenverzekeringen.
*Nader voorlopig cijfer Vanaf 2021 is er een nieuwe berekening voor de zorguitgaven. Voor 2021 en 2022 worden cijfers op basis van zowel de oude als de nieuwe berekening weergegeven; vanaf 2023 alleen nog volgens de nieuwe berekening. Zie de verantwoordingstabel voor meer informatie.
Internationaal
Sla de grafiek 'Percentage eigen betalingen aan zorg van de totale huishouduitgaven' over en ga naar de datatabelBron: OECD Health Statistics
- Deze indicator betreft eigen betalingen, exclusief vrijwillige (aanvullende) verzekering(en).
- Het trendcijfer wijkt af van het internationale Nederlandse cijfer doordat voor internationale vergelijkbaarheid andere definities worden gehanteerd (zie verantwoordingstabel).
- Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland. De mediaan wordt berekend over deze landen voor zover de benodigde data beschikbaar zijn.
Verantwoordingstabel
| Toelichting | |
|---|---|
| Berekening betalingsachterstand zorgverzekering | Totaal aantal mensen met een regeling betalingsachterstand zorgpremie op peildatum 31 december |
| Toelichting betalingsachterstand | Zorgverzekeraars kunnen verzekerden met een betalingsachterstand van zes of meer maanden zorgpremie aanmelden bij het CAK (Centraal Administratie Kantoor) voor het bestuursrechtelijke premieregime (Regeling betalingsachterstand zorgpremie). Het CAK legt in dat geval een bestuursrechtelijke premie op en int deze. Iedereen is wettelijk verplicht om een basis zorgverzekering te hebben. Mensen met een betalingsachterstand blijven verzekerd voor de basisverzekering die ze hebben afgesloten. Voor het verzekerd houden van mensen met een betalingsachterstand worden de zorgverzekeraars gecompenseerd zodra de betalingsachterstand meer dan zes maandpremies bedraagt. Meer informatie over het traject bij een betalingsachterstand zorgpremie is te vinden in de Verzekerdenmonitor en op de website van de Rijksoverheid. In dit cijfer zijn alleen personen meegenomen met een brief- of woonadres in de basisregistratie personen. Personen die niet staan ingeschreven op een adres, zoals dak- en thuislozen of onverzekerbare vreemdelingen, worden niet meegenomen. |
| Berekening afzien van zorg vanwege kosten | Teller: aantal personen dat aangeeft in de voorgaande 12 maanden een medisch probleem te hebben maar heeft afgezien van (a) artsenbezoek, (b) een aanbevolen medisch onderzoek of (na)behandeling en/of (c) afhalen of gebruik van medicijnen vanwege de kosten. Noemer: alle respondenten van 18 jaar en ouder (n=782 in 2024). |
| Toelichting afzien van zorg vanwege kosten | Nationaal: De groep respondenten was naar leeftijd en geslacht niet geheel representatief voor de samenstelling van de bevolking in Nederland. Er is een weging toegepast om hiervoor te corrigeren. Internationaal: De internationale data vertoont aanzienlijke verschillen in zowel de omvang van de onderzoeksgroep als de responspercentages. De onderzoeksgroep varieert van minimaal 701 tot maximaal 29.000 respondenten. Bovendien melden enkele landen dat ze afwijken van de voorgeschreven minimale leeftijd van 16 jaar. In tegenstelling tot de nationale trend, wordt het internationale cijfer voor Nederland ongewogen weergegeven, daarom verschilt deze van de trendcijfers. Uit verschillende studies komen verschillende percentages zorgmijding naar voren, veroorzaakt door verschillen in definities van zorgmijding en verschillen in onderzoekspopulatie (Nivel, 2024). Van de respondenten die aangeven te hebben afgezien van zorg is niet bekend of dit noodzakelijke zorg was. Het kan ook gaan om mensen die afzien van niet-noodzakelijke zorg in geval van klachten die vanzelf overgaan (Nivel, 2024). |
| Berekening afzien van tandheelkundige zorg vanwege de kosten | Teller afzien van zorg die dringend nodig was: alle respondenten in de EU-SILC (European Statistics of Income and Living Conditions; Europese statistieken over inkomen en leefomstandigheden) enquête van 16 jaar en ouder die aangaven in de afgelopen 12 maanden te hebben afgezien van tandheelkundige zorg die dringend nodig was, omdat dit teveel geld kostte. Noemer: alle respondenten van 16 jaar en ouder. Teller afzien van controle of zorg: alle respondenten in de Commonwealth Fund International Health Policy Survey van 18 jaar en ouder die aangaven in de afgelopen 12 maanden te hebben afgezien van tandheelkundige controle of zorg, vanwege de kosten. Noemer: alle respondenten van 18 jaar en ouder. |
| Toelichting afzien van tandheelkundige zorg vanwege de kosten | Voor de trend wordt een uitsplitsing gemaakt naar inkomenskwintielen. Hiervoor worden alle deelnemers aan de EU-SILC vragenlijst op basis van het besteedbaar inkomen verdeeld in 5 gelijke groepen (kwintielen, 20%) waarbij kwintiel 1 het laagste inkomen representeert. De noemer van de indicator is het totale aantal respondenten, en niet alleen het aantal respondenten dat dringend behoefte heeft gehad aan tandheelkundige zorg in de afgelopen 12 maanden. Daarom is de indicatorwaarde zowel afhankelijk van het percentage respondenten dat aangaf dringend behoefte te hebben gehad aan tandheelkundige zorg, als van het percentage van hen dat heeft afgezien van deze zorg. Met andere woorden: de indicatoruitkomst is hoog als relatief veel mensen dringend behoefte hebben gehad aan tandheelkundige zorg (wat het geval kan zijn bij een slechte mondgezondheid van de bevolking) en als relatief veel mensen afzien van tandheelkundige zorg vanwege de kosten. |
| Berekening percentage eigen betalingen | Teller nationaal: totaal van alle eigen betalingen aan zorg op basis van de brede definitie zorguitgaven exclusief uitgaven aan kinderopvang. Noemer nationaal: totaal besteedbaar inkomen. Teller internationaal: totaal van alle eigen betalingen aan zorg op basis van de internationale definitie zorguitgaven. Noemer internationaal: totaal van alle huishouduitgaven. |
| Toelichting percentage eigen betalingen | Voor de berekening van de nationale trend en de internationale vergelijking zijn verschillende noemers gebruikt. De nationale trend gaat uit van het besteedbaar inkomen, het inkomen dat huishoudens na belasting en premies (incl. de zorgpremie) vrij kunnen besteden. De internationale vergelijking gaat uit van de uitgaven van huishoudens, het deel van het besteedbaar inkomen dat daadwerkelijk is uitgegeven, exclusief spaargeld. Dit verschil in noemer verklaart de afwijking tussen het Nederlandse cijfer in de trend en dat in de internationale vergelijking. De indicatorwaarde kan onderschat worden wanneer mensen zorg mijden, omdat zij dan geen eigen betalingen hebben. Ook lange wachttijden kunnen tot onderschatting leiden doordat mensen geen zorg kunnen verkrijgen. Tegelijkertijd kunnen wachttijden mensen ertoe aanzetten uit te wijken naar de private sector, wat de indicatorwaarde juist verhoogt. Dit laatste speelt in Nederland een beperkte rol, maar kan internationale wel tot van betekenis zijn. |
- S. Brukx (RIVM)
- R. Gijsen (RIVM)