Toelichting bij de tabel

* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 4, waarbij van links naar rechts geldt:

1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.

** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.

Gebruik juiste medicatie door patiënten met een herseninfarct, tussen 12 en 18 maanden na ontslag uit het ziekenhuis

IndicatorInternationale vergelijking3-jarige trend

Percentage

 
Antihypertensiva
Verslagjaar: 2021

68

Nederland scoort zeer ongunstig

Zeer onunstig

stabiel

Stabiel

Antistollingsmiddelen
Verslagjaar: 2021

89

Nederland scoort gunstig

Gunstig

stabiel

Stabiel

 

Interpretatie indicatoren

Voor patiënten met een chronische ziekte of die een ernstig aandoening hebben gehad met mogelijk langdurige gevolgen, is het belangrijk dat de zorg goed gecoördineerd wordt. Zo is het na een beroerte van belang dat de medicatie die in het ziekenhuis wordt gestart, na ontslag wordt gecontinueerd. Bij een goede afstemming tussen bijvoorbeeld ziekenhuiszorg en huisartsenzorg, is sprake van goede integrale zorg. Verwante termen zijn netwerkzorg, transmurale zorg, gecoördineerde zorg en ketenzorg.

Bij patiënten die een herseninfarct hebben gehad is het belangrijk dat ze, als onderdeel van secundaire preventie, antihypertensiva en antistollingsmiddelen (zoals bloedplaatjesremmers en directe orale anticoagulantia) krijgen voorgeschreven. Deze middelen voorkómen het optreden van een recidief beroerte of andere cardiovasculaire aandoeningen. De hier gepresenteerde indicatoren meten of ze dat ook daadwerkelijk krijgen voorgeschreven in de periode tussen 12 en 18 maanden na ontslag uit het ziekenhuis. Als dat niet zo is, kan dat erop duiden dat na verloop van tijd de adviezen vanuit de tweede lijn niet meer gevolgd worden.

Gebruik antihypertensiva en antistolling

Verantwoordingstabel

 Toelichting
Berekening

Antihypertensiva
Teller: aantal patiënten uit de noemer dat tussen 12 en 18 maanden na ontslag uit het ziekenhuis ten minste één maal een verstrekking van een antihypertensivum had.
Noemer: aantal patiënten van 45 jaar en ouder dat is ontslagen uit het ziekenhuis en als hoofddiagnose bij opname een herseninfarct had.

Antistolling
Teller: aantal patiënten uit de noemer dat tussen 12 en 18 maanden na ontslag uit het ziekenhuis ten minste één maal een verstrekking van een antistollingsmiddel had.
Noemer: aantal patiënten van 45 jaar en ouder dat is ontslagen uit het ziekenhuis en als hoofddiagnose bij opname een herseninfarct had.

Toelichting bij berekening
  • De ziekenhuisopnamen waren urgent (acuut).
  • Op de dag van opname waren de patiënten 45 jaar of ouder.
  • De patiënten hadden in 5 jaren voor de opnamedatum geen andere ziekenhuisopname voor beroerte gehad.
  • De patiënten waren 18 maanden na ontslag nog in leven.
  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision) codes voor herseninfarct: 63-I64; ICD-10 codes voor beroerte: I60-I64 en I69.
  • Het verslagjaar heeft betrekking op het jaar van ziekenhuisontslag; na ontslag uit het ziekenhuis zijn de patiënten nog anderhalf jaar gevolgd.
Kanttekening

Indien een patiënt die een beroerte heeft gehad een normale bloeddruk heeft, wordt het niet geadviseerd antihypertensiva voor te schrijven. Ook bij kwetsbare ouderen met mogelijke bijwerkingen of een geringe resterende levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) wordt geadviseerd terughoudend met antihypertensiva te zijn. Het is daarom de verwachting dat de indicatoruitkomst bij antihypertensiva lager is dan 100%.
 

Van patiënten die na ziekenhuisontslag in een verpleeghuis zijn opgenomen ontbreken gegevens over het geneesmiddelengebruik. De indicatoruitkomsten onderschatten het gebruik van de antihypertensiva en antistollingsmiddelen daardoor enigszins.

  • S. Brukx (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)