Toelichting bij de tabel

* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 5, waarbij van links naar rechts geldt:

1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.

** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.

Patiënten met nosocomiale decubitus van graad 2 of hoger in instellingen voor langdurige zorg

IndicatorInternationale vergelijking3-jarige trend
4,5%
Verslagjaar: 2024
Niet beschikbaar
stijgend; ongunstig

Stijgend; ongunstig

Interpretatie indicator

Tijdens het verblijf in een zorginstelling kunnen mensen decubitus ontwikkelen. Vooral bewoners met meerdere medische diagnosen, zorgafhankelijkheid en die voorafgaand aan de opname in een zorginstelling al waren gescreend op decubitus, lopen een verhoogd risico. Decubitus ook wel doorligplekken genoemd (ook wel doorligplekken genoemd) veroorzaakt pijn en ongemak, heeft een negatief effect op de kwaliteit van leven en kan zelfs leiden tot sterfte. Daarnaast brengt het aanzienlijke kosten met zich mee in de gezondheidszorg.

Het aantal patiënten dat tijdens hun verblijf in een zorginstelling decubitus ontwikkelt, is een indicatie voor de kwaliteit van de verpleegkundige zorg. Door specifieke maatregelen te nemen, is bij een deel van de bewoners decubitus te voorkomen. Daarbij zou rekening gehouden kunnen worden met genoemde risicoverhogende factoren.

 Toelichting
Berekening

Teller: aantal patiënten waarbij op één meetmoment decubitus van graad 2 of hoger is vastgesteld (door twee hulpverleners).

Noemer: alle onderzochte patiënten (in 2023: 7.665). 

Toelichting bij de berekeningDe mate van ernst van decubitus wordt uitgedrukt in vier categorieën in toenemende mate van ernst. Voor deze indicator gaat het om decubitus in de categorie 2 tot 4, welke in de instelling is ontstaan (nosocomiaal). Categorie 1, de lichste vorm, is moeilijk vast te stellen en laten we daarom buiten beschouwing (Halfens et al., 2012).
Extra toelichtingDeelname aan het Landelijk Prevalentieonderzoek Zorgproblemen (LPZ) is vrijwillig. Hierdoor kan de gemeten indicatorwaarde (puntprevalentie van decubitus) mogelijk niet representatief zijn voor alle instellingen voor langdurige zorg in Nederland. Bovendien is het aantal deelnemende instellingen beperkt; in 2023 namen 101 locaties van een Wlz Wet langdurige zorg (Wet langdurige zorg)-instelling deel aan het onderzoek. Bij bijna 2.000 bewoners van deze 101 instellingslocaties werd de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van decubitus gemeten. In 2024 was dat bij iets meer dan 1.000 bewoners. Ter vergelijking, in Nederland verblijven ongeveer 125.000 mensen in een instelling voor langdurige zorg en maken daarbij gebruik van Wlz-zorg in de sector verpleging en verzorging.

In 2025 namen weinig instellingen deel aan de prevalentiemeting decubitus, en werd het bij weinig cliënten gemeten. Voor 2025 wordt daarom geen prevalentiecijfer gepresenteerd. 
LiteratuurBouchmal et al., 2024 Bouchmal, S., Goërtz, Y.M.J., Hacking, C., Winkens, B., Aarts, S., The relation between resident-related factors and care problems in nursing homes: a multi-level analysis (2024) (Bouchmal, S., Goërtz, Y.M.J., Hacking, C., Winkens, B., Aarts, S., The relation between resident-related factors and care problems in nursing homes: a multi-level analysis (2024))
BronLandelijke prevalentiemeting zorgkwaliteit (Universiteit Maastricht; Care and Public Health Research Institute)

  • S. Brukx (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)
  • C. Hendriks (RIVM)