Toelichting bij de tabel

* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 5, waarbij van links naar rechts geldt:

1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.

** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.

Toepassen van medicatie (niet) volgens de richtlijnen

IndicatorInternationale vergelijking7-jarige trend
 

Percentage

  

Euthanasie met spierverslappers
Verslagjaar: 2021

 

79

Niet beschikbaar
stabiel

Stabiel

Continue palliatieve sedatie met alleen morfine
Verslagjaar: 2021

4

Niet beschikbaar
stabiel

Stabiel

Interpretatie indicator

Euthanasie met spierverslappers
De richtlijn voor uitvoering van euthanasie en hulp bij zelfdoding adviseert de patiënt eerst in coma te brengen met thiopental of propofol. Nadat de arts heeft vastgesteld dat er sprake is van adequate bewustzijnsverlaging moet altijd een spierverslappend middel worden toegediend (KNMG/KNMP, 2025 KNMG/KNMP, Richtlijn uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding, Den Haag (2025) (KNMG/KNMP, Richtlijn uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding, Den Haag (2025))).  

Palliatieve continue diepe sedatie met alleen morfine
Palliatieve continue diepe sedatie, ook bekend als continue diepe sedatie, is het opzettelijk verminderen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase, met als doel het verlichten van lijden (NHG/IKNL, 2022). Voorwaarde voor de toepassing van palliatieve continue sedatie is van toepassing wanneer de patiënt naar verwachting nog maximaal twee weken te leven heeft. Volgens de richtlijn verkort correct uitgevoerde palliatieve sedatie het leven niet; de patiënt komt te overlijden aan de onderliggende ziekte (NHG/IKNL, 2022)

Euthanasie met spierverslappers

Trend

Skip chart 'Middelengebruik bij euthanasie 1995-2021' and go to datatable

Bron: Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, Vierde evaluatie (ZonMw, 2023)

  • Spierverslappers: alle combinaties van middelen waarbij ook een spierverslapper is gebruikt.
  • Barbituraten: alle combinaties van middelen waarbij barbituraten zijn gebruikt, maar exclusief spierverslappers.
  • Morfine: alle combinaties van middelen waarbij morfine is gebruikt, maar exclusief spierverslappers en barbituraten.
  • Bennzodiazepinen: alle combinaties van middelen waarbij benzodiazepinen zijn gebruikt, maar exclusief spierverslappers, barbituraten en morfine.

Middelengebruik naar specialisme

Skip chart 'Middelengebruik bij euthanasie per specialisme 2021' and go to datatable

Bron: Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, Vierde evaluatie (ZonMw, 2023)

  • Spierverslappers: alle combinaties van middelen waarbij ook een spierverslapper is gebruikt.
  • Barbituraten: alle combinaties van middelen waarbij barbituraten zijn gebruikt, maar exclusief spierverslappers.
  • Morfine: alle combinaties van middelen waarbij morfine is gebruikt, maar exclusief spierverslappers en barbituraten.
  • Bennzodiazepinen: alle combinaties van middelen waarbij benzodiazepinen zijn gebruikt, maar exclusief spierverslappers, barbituraten en morfine.

Continue palliatieve sedatie met alleen morfine

Verantwoordinstabel middelengebruik

 Toelichting
Berekening

Euthanasie met spierverslappers
Teller: aantal personen bij wie is gehandeld volgens de richtlijn bij het uitvoeren van euthanasie. Volgens de richtlijn moeten altijd spierverslappers worden gebruikt, eventueel in combinatie met andere middelen.
Noemer: aantal personen bij wie euthanasie is uitgevoerd.

Palliatieve continue diepe sedatie met alleen morfine
Teller: aantal gevallen van palliatieve continue diepe sedatie met alleen morfine.
Noemer: alle gevallen van palliatieve continue diepe sedatie.

Toelichting

Euthanasie met spierverslappers
Morfine is ongeschikt om het leven op zorgvuldige wijze opzettelijk te beëindigen omdat dit vaak niet het beoogde effect heeft (KNMG, 2023). Morfine kan wel sufheid veroorzaken, maar niet altijd bewustzijnsverlies. Daarnaast kan morfine bijwerkingen zoals verwardheid (delier Verwardheid (Verwardheid)) of spiertrekkingen (myoclonieën Onvrijwillige samentrekking van spieren (Onvrijwillige samentrekking van spieren)) veroorzaken (KNMG, 2023). Benzodiazepinen kunnen worden gebruikt als premedicatie om de patiënt in lichte slaaptoestand te brengen, echter hierna dient altijd de reguliere methode van euthanasie te worden gevolgd om het levenseinde tot stand te brengen (KNMG/KNMP, 2021).

Palliatieve continue diepe sedatie met alleen morfine
Om de continue diepe sedatie op adequate en rustige wijze te laten verlopen, waardoor effectieve verlichting van het lijden ontstaat tot aan het moment van overlijden, stelt de richtlijn Palliatieve sedatie (KNMG, 2009NHG/IKNL, 2022) dat palliatieve continue sedatie stapsgewijs moet worden uitgevoerd en geeft daarbij advies over de te gebruiken middelen. Morfine heeft daarbij geen plaats (KNMG, 2009NHG/IKNL, 2022). Het gebruik van morfine moet uitsluitend worden voortgezet of gestart bij pijn en/of kortademigheid. Het gebruik of verhogen van alleen morfine met als doel sedatie en versnelling van het overlijden wordt beschouwd als een 'kunstfout', omdat dit vaak niet het beoogde effect heeft. Het kan wel sufheid veroorzaken, maar niet altijd bewustzijnsverlies. Daarnaast kan morfine bijwerkingen zoals delier (verwarring) of myoclonieën (onvrijwillige spiersamentrekkingen) veroorzaken (KNMG, 2023).

Extra toelichting

Hoe artsen zelf hun handelen benoemen, hangt samen met de middelen die ze voor de euthanasie gebruikten. Bij het gebruik van spierverslappers vonden ze altijd hun handelen het beste te omschrijven met de term ‘euthanasie’. Bij toediening van barbituraten gold dit voor 87%, terwijl bij morfine of benzodiazepinen slechts 3% de term euthanasie het meest passend vond.

In 86% van de euthanasiegevallen vonden artsen zelf ook de term euthanasie of hulp bij zelfdoding het meest passend; in andere gevallen neigden ze vaak naar de term palliatieve sedatie.

Uit nader onderzoek onder artsen die deelnamen aan de derde ronde van het onderzoek, blijkt dat artsen het handelen bij patiënten die nog maar een korte levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.)(Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) hebben (1-7 dagen) niet omschrijven als euthanasie maar als palliatieve of terminale sedatie (Overbeek et al. 2021).

Methode

In het sterfgevallenonderzoek werd door middel van een steekproef onder behandelend artsen van overleden personen, een vragenlijst ingevuld. De respons voor 2021 betrof 21%. Het aantal sterfgevallen waarover gerapporteerd werd varieerde in de onderzoeksjaren van ruim 5.000 tot bijna 10.000; in 2021 ging het om 8.720 sterfgevallen. Om de resultaten representatief te maken voor alle sterfgevallen in Nederland, zijn bij de analyse wegingsfactoren toegekend aan de sterfgevallen waarover een vragenlijst was ingevuld.

Euthanasie met spierverslappers
Aan de hand van twee vragen over levensbeëindigend handelen werd door de onderzoekers vastgesteld of sprake was van euthanasie:

  1. Was het overlijden het gevolg van het gebruik van een middel dat door u of een andere arts werd voorgeschreven, verstrekt of toegediend met het uitdrukkelijke doel het levenseinde te bespoedigen (of de patiënt zelf in staat te stellen het leven te beëindigen)?
  2. Is de beslissing over de (laatstgenoemde) handelwijze op grond van een uitdrukkelijk verzoek van de patiënt genomen?
    Als een arts beide vragen met ‘ja’ beantwoordde, werd het handelen geclassificeerd als euthanasie indien een ander dan de patiënt het middel had toegediend (eventueel samen met de patiënt).

Palliatieve continue diepe sedatie met alleen morfine

Aan de hand van één vraag in het onderzoek werd bepaald of sprake was van continue diepe sedatie:

  1. Werd de patiënt tot aan het overlijden continu in diepe sedatie gehouden?

Tevens werd gevraagd welke middelen daarbij werden gebruikt, hoe lang de sedatie duurde, of de patiënt daarbij kunstmatig voeding of vocht kreeg toegediend, en of de arts rekening hield met bespoediging van het overlijden dan wel of bespoediging van het overlijden het doel van de palliatieve sedatie was.

BronWet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, vierde evaluatie (ZonMw, 2023)

  • S. Brukx (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)
  • C. Hendriks (RIVM)