Toelichting bij de tabel
* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 4, waarbij van links naar rechts geldt:
1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.
** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.
Perinatale sterfte
| Indicator | Internationale vergelijking | 3-jarige trend | |
|---|---|---|---|
| Foetale sterfte per 1.000 levend- en doodgeborenen Verslagjaar: 2021 | 3,2 |
Gunstig |
Stijgend; ongunstig |
| Neonatale sterfte per 1.000 levendgeborenen Verslagjaar: 2021 | 1,7 |
Zeer ongunstig |
Dalend; gunstig |
Interpretatie indicator
Uitkomstmaten die betrekking hebben op het resultaat van de zwangerschap en de gezondheid van pasgeborenen, en dan met name sterftecijfers, worden vaak gebruikt als maat voor de kwaliteit van de zorg rond de geboorte (perinatale zorg. De voornaamste oorzaken van perinatale sterfte (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) zijn aangeboren aandoeningen, (ernstige) vroeggeboorte en foetale groeibeperking. Risicofactoren die van invloed zijn op perinatale sterfte zijn onder andere leeftijd van de moeder, lage sociaaleconomische status, wonen in een achterstandswijk, overgewicht (Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2)(Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2 ), migratieachtergrond, roken tijdens de zwangerschap en bepaalde ziekten, zoals diabetes of hoge bloeddruk (Aune et al., 2014 (Aune, D, Saugstad, ODidrik, Henriksen, T, Tonstad, S, Maternal body mass index and the risk of fetal death, stillbirth, and infant death: a systematic review and meta-analysis. (2014)); Bertens et al., 2020 (Bertens, L.C.M., Ochoa, LBurgos, Van Ourti, T, Steegers, E.A.P, Been, JV., Persisting inequalities in birth outcomes related to neighbourhood deprivation. (2020)); Garssen & van der Meulen, 2004 (Garssen, J. J., van der Meulen, A., Ontwikkelingen rond de perinatale sterfte. CBS Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2004, Voorburg / Heerlen (2004)); de Graaf et al., 2008 (de Graaf, J. P., Ravelli, A. C. J., Wildschut, H. I. J., Denktaş, S., Voorham, A.J.J., Bonsel, G. J., Steegers, E.A.P, Perinatale uitkomsten in de vier grote steden en de prachtwijken in Nederland (2008)); Lawn et al., 2016 (Lawn, JE., Blencowe, H, Waiswa, P, Amouzou, A, Mathers, C, Hogan, D, Flenady, V, Frøen, FJ., Qureshi, ZU., Calderwood, C, Shiekh, S, Jassir, FBianchi, You, D, McClure, EM., Mathai, M, Cousens, S, Lancet Ending Preventable Stillbirths Series study group, Lancet Stillbirth Epidemiology investigator group, Stillbirths: rates, risk factors, and acceleration towards 2030. (2016)); Marchi et al., 2015 (Marchi, J., Berg, M., Dencker, A., Olander, E. K., Begley, C., Risks associated with obesity in pregnancy, for the mother and baby: a systematic review of reviews. (2015)); Ravelli et al., 2020 (Ravelli, AC. J., Eskes, M, van der Post, JA. M., Abu-Hanna, A, de Groot, CJ. M., Decreasing trend in preterm birth and perinatal mortality, do disparities also decline? (2020)); Vos et al., 2015 (Vos, AA., Denktaş, S, Borsboom, GJ. J. M., Bonsel, GJ., Steegers, E.A.P, Differences in perinatal morbidity and mortality on the neighbourhood level in Dutch municipalities: a population based cohort study. (2015))).
Sommige oorzaken en risicofactoren van sterfte kunnen positief beïnvloed worden door goede zorgverlening tijdens de preconceptie, zwangerschap, geboorte en neonatale periode. Daardoor zijn sterftecijfers bruikbaar om de algemene kwaliteit van de perinatale zorg te monitoren(Bonsel et al., 2010 (Bonsel, G. J., Birnie, E., Denktaş, S., Poeran, J. J., Steegers, E.A.P, Lijnen in perinatale sterfte. Signalementstudie Zwangerschap en Geboorte 2010, Rotterdam (2010))).
Foetale sterfte
Internationaal
Sla de grafiek 'Foetale sterfte 2019' over en ga naar de datatabelBron: Euro-Peristat
- 1 Cijfers inclusief zwangerschapsafbrekingen, voor Nederland geldt dat zwangerschapsafbrekingen na 24 weken zeldzaam zijn, voor België is dit onbekend.
- Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland.
Neonatale sterfte
Trend
Sla de grafiek 'Neonatale sterfte 2012-2021' over en ga naar de datatabelBron: Perinatale Registratie Nederland (Perined)
- In 2021 kent de neonatale sterfte (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) onderregistratie. Dit wordt veroorzaakt door aanleverproblemen vanuit de Verloskundige Informatiesystemen en het opschorten van de registratie door algemene kinderartsen.
Internationaal
Sla de grafiek 'Neonatale sterfte 2019' over en ga naar de datatabelBron: Euro-Peristat
- Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland
Verantwoordingstabel
| Toelichting | |
|---|---|
| Berekening | Foetale sterfte Neonatale sterfte (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) |
| Toelichting bij berekening | Zowel de foetale als neonatale sterfte worden berekend vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken. Sommige statistieken leggen de grens echter bij 22 weken. Het nadeel van een grens bij 22 weken is dat in de periode tussen 22 en 24 weken actieve zwangerschapsafbrekingen plaatsvinden, terwijl die nog niet kunnen worden verwijderd uit de registratie. Een grens van 24 weken geeft daardoor mogelijk een beter beeld van de kwaliteit van zorg. |
| Bron | Perinatale registratie Nederland (Perined); Euro-Peristat |
- S. Brukx (RIVM)
- R. Gijsen (RIVM)