Toelichting bij de tabel

* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 4, waarbij van links naar rechts geldt:

1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.

** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.

Perinatale sterfte

IndicatorInternationale vergelijking3-jarige trend
Foetale sterfte per 1.000 levend- en doodgeborenen
Verslagjaar: 2024

3,2

Nederland scoort gunstig

Gunstig

stabiel

Stabiel; (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil)

Neonatale sterfte per 1.000 levendgeborenen
Verslagjaar: 2024

2,0

Nederland scoort zeer ongunstig

Zeer ongunstig

stabiel

Stabiel; getoetst

Perinatale sterfte per 1.000 levend- en doodgeborenen
Verslagjaar: 2024

5,2

Nederland scoort ongunstig

Ongunstig

stabiel

Stabiel; getoetst

Interpretatie indicator

Uitkomstmaten die betrekking hebben op het resultaat van de zwangerschap en de gezondheid van pasgeborenen, en dan met name sterftecijfers, worden vaak gebruikt als maat voor de kwaliteit van de zorg rond de geboorte. Perinatale sterfte hangt in de meeste gevallen samen met aandoeningen bij het kind zelf: aangeboren aandoeningen, (ernstige) vroeggeboorte en foetale groeibeperking. Ze leiden niet altijd tot sterfte; dat hangt bijvoorbeeld af van de ernst, het moment van ontdekken en eventuele bijkomende problemen. Vaak zijn bij een sterfgeval meerdere van deze aandoeningen tegelijk aanwezig. Daarnaast zijn er kenmerken van de moeder en haar leefomgeving die de kans op perinatale sterfte vergroten, deels rechtstreeks en deels doordat ze de kans op deze aandoeningen verhogen. Het gaat onder andere om leeftijd van de moeder, lage sociaaleconomische status, wonen in een achterstandswijk, (Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2), migratieachtergrond, roken tijdens de zwangerschap en bepaalde ziekten, zoals diabetes of hoge bloeddruk ( Aune, D, Saugstad, ODidrik, Henriksen, T, Tonstad, S, Maternal body mass index and the risk of fetal death, stillbirth, and infant death: a systematic review and meta-analysis. (2014) Bertens, L.C.M., Ochoa, LBurgos, Van Ourti, T, Steegers, E.A.P, Been, JV., Persisting inequalities in birth outcomes related to neighbourhood deprivation. (2020) Garssen, J. J., van der Meulen, A., Ontwikkelingen rond de perinatale sterfte. CBS Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2004, Voorburg / Heerlen (2004) de Graaf, J. P., Ravelli, A. C. J., Wildschut, H. I. J., Denktaş, S., Voorham, A.J.J., Bonsel, G. J., Steegers, E.A.P, Perinatale uitkomsten in de vier grote steden en de prachtwijken in Nederland (2008) Lawn, JE., Blencowe, H, Waiswa, P, Amouzou, A, Mathers, C, Hogan, D, Flenady, V, Frøen, FJ., Qureshi, ZU., Calderwood, C, Shiekh, S, Jassir, FBianchi, You, D, McClure, EM., Mathai, M, Cousens, S, Lancet Ending Preventable Stillbirths Series study group, Lancet Stillbirth Epidemiology investigator group, Stillbirths: rates, risk factors, and acceleration towards 2030. (2016) Marchi, J., Berg, M., Dencker, A., Olander, E. K., Begley, C., Risks associated with obesity in pregnancy, for the mother and baby: a systematic review of reviews. (2015) Ravelli, AC. J., Eskes, M, van der Post, JA. M., Abu-Hanna, A, de Groot, CJ. M., Decreasing trend in preterm birth and perinatal mortality, do disparities also decline? (2020) Suleri, Bertens, L.C.M., Ahmed, Pfaff, van der Hoeven, Steegers, Been, Dutch nationwide registry study to identify spatial, contextual and environmental inequalities in birth outcomes (2026) Vos, AA., Denktaş, S, Borsboom, GJ. J. M., Bonsel, GJ., Steegers, E.A.P, Differences in perinatal morbidity and mortality on the neighbourhood level in Dutch municipalities: a population based cohort study. (2015) ).

Een deel van de aandoeningen en risicofactoren is te voorkomen of behandelen met goede zorg tijdens de preconceptie, zwangerschap, geboorte en neonatale periode. Daarom zeggen sterftecijfers iets over de kwaliteit van zorg rond de geboorte en zijn ze bruikbaar om die te monitoren ( Bonsel, G. J., Birnie, E., Denktaş, S., Poeran, J. J., Steegers, E.A.P, Lijnen in perinatale sterfte. Signalementstudie Zwangerschap en Geboorte 2010, Rotterdam (2010) ).

Foetale sterfte

Internationaal

Sla de grafiek 'Foetale sterfte 2019' over en ga naar de datatabel

Bron: Euro-Peristat

  • Cijfers inclusief zwangerschapsafbrekingen, voor Nederland geldt dat zwangerschapsafbrekingen na 24 weken zeldzaam zijn, voor België is dit onbekend.
  • Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland.

Neonatale sterfte

Trend

Sla de grafiek 'Neonatale sterfte 2012-2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Perinatale Registratie Nederland (Perined), CBS

  • Voor Perined data geldt dat in 2021 het onderscheid tussen foetale en (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) waarschijnlijk deels foutief is aangeleverd. In 2022 en 2023 lijkt dit ook te spelen, maar in veel mindere mate. 
  • Perined neemt voor de neonatale sterfte zwangerschappen vanaf 24 weken mee, terwijl het CBS alle zwangerschapsduren meetelt.

Internationaal

Sla de grafiek 'Neonatale sterfte 2019' over en ga naar de datatabel

Bron: Euro-Peristat

  • Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland

Perinatale sterfte

Trend

Sla de grafiek 'Perinatale sterfte 2012-2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Perinatale Registratie Nederland (Perined), CBS

  • Voor Perined data geldt dat in 2021 het onderscheid tussen foetale en (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) waarschijnlijk deels foutief is aangeleverd. In 2022 en 2023 lijkt dit ook te spelen, maar in veel mindere mate. 
  • Perined neemt voor de neonatale sterfte zwangerschappen vanaf 24 weken mee, terwijl het CBS alle zwangerschapsduren meetelt.

Internationaal

Sla de grafiek 'Perinatale sterfte 2019' over en ga naar de datatabel

Bron: Euro-Peristat

  • Naast de mediaan van alle OECD-landen tonen we ook de mediaan van een groep referentielanden: België, Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Zwitserland. Deze landen hebben een zorgstelsel en sociaal-economische context die goed vergelijkbaar zijn met Nederland

 Toelichting
Berekening foetale sterfteTeller: alle geborenen die na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer na de geboorte geen enkel teken van leven hebben getoond.
Noemer: alle dood- of levendgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer (x 1.000).
Berekening neonatale sterfte

Teller Perined: aantal levendgeborenen die na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer tot en met de 28e dag na de geboorte zijn overleden.
Noemer Perined: aantal levendgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer (x 1.000).

Teller (Centraal Bureau voor de Statistiek): aantal levendgeborenen, ongeacht zwangerschapsduur, die binnen 28 dagen na de geboorte zijn overleden.
Noemer CBS: aantal levendgeborenen, ongeacht zwangerschapsduur (x 1.000).

Berekening perinatale sterfte

Teller Perined: foetale sterfte + (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.)
Noemer Perined: alle dood- of levendgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer (x 1.000).

Teller CBS: foetale sterfte (CBS) + neonatale sterfte (CBS) 
Noemer CBS: alle levendgeborenen ongeacht zwangerschapsduur + alle doodgeborenen na een zwangerschap van 24 weken of meer (x 1.000). 

Toelichting bij berekening

Het indicatorcijfer is gebaseerd op Perined. Deze registratie is opgezet om de perinatale zorg te monitoren en omvat alle in Nederland begeleide geboorten. Het bevat voor zowel levend- als doodgeborenen de zwangerschapsduur, waardoor de sterfte consistent vanaf 24 weken kan worden afgebakend. Ook internationaal (Euro-Peristat) is Perined de gangbare bron. Ter vergelijking worden ook de CBS-cijfers getoond. Deze bieden een aanvullend beeld naast de Perined-trend.

De CBS-cijfers wijken op twee punten af van Perined. Ten eerste registreert het CBS uitsluitend ingezetenen (kinderen van wie de moeder ten tijde van de geboorte in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven), terwijl Perined alle in Nederland begeleide geboorten omvat. 

Bij dood- en levendgeborenen gelden verschillende aangifteregels, dit verschil is zichtbaar in de indicatorwaarde voor neonatale sterfte. Een doodgeboren kind hoeft pas vanaf 24 weken te worden aangegeven bij de gemeente. Een levendgeboren kind moet altijd worden aangegeven bij de gemeente, ongeacht de zwangerschapsduur. Omdat het CBS niet over de zwangerschapsduur beschikt, tellen bij de neonatale sterfte ook levendgeborenen van minder dan 24 weken mee. Het CBS-cijfer voor neonatale- en (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) komt daardoor hoger uit dan dat van Perined en betreft feitelijk een andere populatie.

De foetale en neonatale sterfte worden bij Perined berekend vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken. Sommige statistieken leggen de grens bij 22 weken. Dat kan twee nadelen hebben. In de periode tussen 22 en 24 weken vinden actieve zwangerschapsafbrekingen plaats, die nog niet uit de registratie van foetale sterfte kunnen worden verwijderd. Daarnaast overlijden in die periode soms levendgeborenen bij wie vanwege grote gezondheidsproblemen geen levensverlengende behandelingen meer worden uitgevoerd; internationaal kan dit leiden tot vertekening in de neonatale sterfte. Een grens van 24 weken geeft daardoor mogelijk een beter beeld van de kwaliteit van zorg.

De trend over de laatste drie jaar is (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil) met een logistische regressie, met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Is er geen statistisch significante toe- of afname, dan wordt de trend weergegeven als stabiel. 

BronPerinatale registratie Nederland (Perined)Euro-Peristat

  • S. Brukx (RIVM)
  • R. Gijsen (RIVM)