Definitie en methode

DALY combineert sterfte en ziekte 

De ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). ('Burden of Disease') is de hoeveelheid gezondheidsverlies in een populatie die veroorzaakt wordt door ziekten. De ziektelast wordt uitgedrukt in DALY Disability Adjusted Life Years. Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan …'s ('Disability-Adjusted Life-Years'). De DALY kwantificeert gezondheidsverlies en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met ziekte en de jaren verloren door vroegtijdige sterfte. Het concept is afkomstig van de 'Global Burden of Disease' studie (GBD Global burden of disease studie) van de Wereldbank en de WHO ( Murray & Lopez 1996 Murray, C. J. L., Lopez, A. D., The global burden of disease: a comparative assessment of mortality and disability from disease, injuries, and risk factors in 1990 and projected to 2020, Massachusetts (1996) ). 

Jaren geleefd met ziekte uitgedrukt in ziektejaarequivalenten 

De jaren geleefd met de ziekte worden uitgedrukt in ziektejaarequivalenten ('Years Lived with Disability'). Ziektejaarequivalenten gepresenteerd op VZinfo.nl zijn berekend door de puntprevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief. van de ziekte (aantal mensen dat de ziekte heeft op een bepaald moment) te vermenigvuldigen met een wegingsfactor voor de ernst van de ziekte. Door de jaren geleefd met ziekte uit te drukken in ziektejaarequivalenten, zijn ze te combineren met de door sterfte verloren levensjaren. Als bijvoorbeeld een ziekte een wegingsfactor van 0,5 heeft, betekent dit dat een jaar leven met deze ziekte equivalent wordt beschouwd aan een half jaar verloren door vroegtijdige sterfte.

Vroegtijdige sterfte uitgedrukt in verloren levensjaren

De jaren verloren door vroegtijdige sterfte wordt uitgedrukt in verloren levensjaren ('Years of Life Lost', YLL Year(s) of life lost). De verloren levensjaren worden berekend door het aantal ziektespecifieke sterfgevallen per jaar te vermenigvuldigen met de resterende levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.  op de betreffende leeftijd.

DALY’s: som van ziektejaarequivalenten en verloren levensjaren

Ziektelast wordt uitgedrukt in DALY’s, de som van ziektejaarequivalenten en verloren levensjaren. De methode waarmee de DALY's worden berekend, leent zich niet goed voor het toekennen van absolute DALY's aan ziekten naar leeftijd.Door verschillen in de manier waarop de ziektejaarequivalenten (YLD Year(s) lived with disability’s) en de verloren levensjaren (YLL’s) zijn berekend, kunnen de YLD’s en YLL’s per leeftijdsgroep namelijk niet goed bij elkaar worden opgeteld tot DALY’s.

Ziektelastberekening in formules

  • YLD = P x W (P = puntprevalentie; W = wegingsfactor)
  • YLL = N x L (N = aantal sterfgevallen; L = levensverwachting op het moment van overlijden)
  • DALY = YLD + YLL

Meer informatie


Berekening ziektelast meestal op basis van puntprevalentie

Voor de meeste ziekten is de puntprevalentie gebruikt voor het berekenen van de ziektejaarequivalenten. Voor kanker (/nieuwvormingen) is de tienjaarsprevalentie gebruikt. Dit wil zeggen het aantal mensen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum kanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven was. Voor enkele ziekten die gekarakteriseerd zijn door een relatief korte duur met daarna volledig herstel, is niet de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. maar de het aantal nieuwe gevallen gebruikt voor het berekenen van de ziektejaarequivalenten. Hierbij is het aantal nieuwe gevallen vermenigvuldigd met de duur van de ziekte.


Puntprevalentie van meeste ziekten geschat op basis van zorgregistraties

Voor de meeste ziekten is de puntprevalentie geschat op basis van gegevens afkomstig van zorgregistraties, zoals de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Cijfers over kanker (nieuwvormingen) en ongevallen zijn afkomstig van specifieke zorgregistraties, respectievelijk, de Nederlandse Kankerregistratie en het Letsel Informatie Systeem. De prevalentie van enkele psychische aandoeningen is geschat op basis van gegevens afkomstig van bevolkingsonderzoek, zoals NEMESIS-2. Omdat de verpleeghuisbevolking geen deel uitmaakt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn, is voor dementie een schatting van de prevalentie in verpleeghuizen meegenomen.

Meer informatie


Correctie voor multimorbiditeit

Het komt steeds vaker voor dat mensen meer dan één aandoening tegelijk hebben. Dit wordt ook wel multimorbiditeit genoemd. Multimorbiditeit Iedere combinatie van twee of meer aandoeningen bij één persoon. doet zich vooral voor op oudere leeftijd. Voor mensen die meer dan één ziekte tegelijk hebben, is de ernst/wegingsfactor van de combinatie van aandoeningen meestal kleiner dan de som van afzonderlijke wegingsfactoren. Voorheen werd niet gecorrigeerd voor multimorbiditeit bij het berekenen van de ziektelast. Dit leidde tot overschatting van de ziektelast ( Hilderink et al. 2016 Hilderink, HB. M., Plasmans, MH. D., Snijders, BE. P., Boshuizen, H. C., Poos, M. J. J. C., van Gool, C. H., Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches (2016) ). Bij de huidige ziektelastberekeningen is wel gecorrigeerd voor multimorbiditeit.

Meer informatie


Geen weging voor leeftijd in Nederlandse ziektelastberekeningen

In GBD-studies is oorspronkelijk ook gekozen voor weging voor leeftijd ('age weighting'). Hierbij wordt uitgegaan van het principe dat een levensjaar van een jongvolwassene zwaarder weegt dan een levensjaar van een kind of een oudere volwassene ( Murray & Lopez 1996 Murray, C. J. L., Lopez, A. D., The global burden of disease: a comparative assessment of mortality and disability from disease, injuries, and risk factors in 1990 and projected to 2020, Massachusetts (1996) ). Bij het berekenen van de ziektelast wordt een relatief groter gewicht toegekend aan de ernst van een ziekte op jongvolwassen leeftijd. In de Nederlandse berekeningen is een dergelijke weging voor leeftijd niet toegepast.

Geen discontering van toekomstig gezondheidsverlies in Nederlandse ziektelastberekeningen 

In de wereldwijde GBD-studies is oorspronkelijk het principe gehanteerd dat een levensjaar nu zwaarder telt dan een levensjaar in de toekomst ( Murray & Lopez 1996 Murray, C. J. L., Lopez, A. D., The global burden of disease: a comparative assessment of mortality and disability from disease, injuries, and risk factors in 1990 and projected to 2020, Massachusetts (1996) ). Dit is in economische berekeningen een standaard uitgangspunt en wordt disconteren genoemd. In de Nederlandse berekeningen is niet gedisconteerd. Voor sommige doeleinden (bijvoorbeeld kosten-effectiviteitsanalyses) kan het nuttig zijn om wel gebruik te maken van een disconteren. Deze kan dan achteraf nog toegevoegd worden.


Selectie van ziekten

Bij de berekeningen van de ziektelast is uitgegaan van de ziekten die geselecteerd zijn voor de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.). Deze ziekten zijn onder meer geselecteerd op basis van hun bijdrage aan sterfte, prevalentie, incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. en kosten. Ook ziekten die vermijdbaar zijn door primaire of secundaire preventie zijn geselecteerd. Voor een aantal ziekten zijn geen DALY 's berekend, omdat er geen betrouwbare epidemiologische gegevens beschikbaar waren. Voor een aantal andere ziekten is uitsluitend het aantal verloren levensjaren berekend, omdat er onvoldoende gegevens waren over de prevalentie of omdat een (geschikte) wegingsfactor ontbrak. 

ICD-hoofdstukken

Er zijn ook schattingen gemaakt van de ziektelast van hoofdgroepen van ziekten, op basis van ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-hoofdstukken. Daarbij is per hoofdgroep, naast de ziektelast van de geselecteerde ziekten, ook een schatting gemaakt van de ziektelast van de overige ziekten binnen de ziektegroep.  In de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek-Doodsoorzakenstatistiek is de totale sterfte voor ieder ICD-10-hoofdstuk naar leeftijd opgenomen. Hiermee is het aantal verloren levensjaren per ICD-10-hoofdstuk berekend. Het aantal ziektejaarequivalenten per ICD-10-hoofdstuk is niet zo eenvoudig te berekenen. Voor de ziekten die niet zijn geselecteerd ontbreken meestal prevalentiecijfers en is meestal ook geen wegingsfactor beschikbaar. Om toch een schatting te maken van het aantal ziektejaarequivalenten per ICD-10-hoofdstuk, zijn voor de niet geselecteerde ziekten bijschattingen gemaakt. Voor het bijschatten is gebruikgemaakt van de ziektejaarequivalenten (YLD’s) die berekend zijn voor de VTV-selectie van ziekten en van de verloren levensjaren (YLL’s) die berekend zijn met de geregistreerde sterfte door ziekten die geen deel uitmaken van de selectie. Hierbij zijn de volgende aannames gemaakt:

  • Er zijn twee ziekten in de VTV-selectie (dementie en beroerte) die in twee verschillende ICD-10-hoofdstukken vallen. Hier is de aanname gemaakt dat de verdeling van de YLD’s over de twee ICD-10-hoofdstukken overeenkomt met verdeling van de YLL’s.
  • In ICD-10-hoofdstukken waarin ziekten uit de VTV-selectie zijn vertegenwoordigd, is de aanname gemaakt dat de verhouding van de YLD’s en YLL’s van deze ziekten gelijk is aan de verhouding van de YLD’s en YLL’s van de overige ziekten binnen hetzelfde ICD-10-hoofdstuk.
  • Sommige ICD-10-hoofdstukken omvatten geen enkele VTV-aandoening. Hiervoor kan de verhouding van de YLD’s en YLL’s dan ook niet worden berekend. Voor ICD International Classification of Diseases-Hoofdstukken waarin geen ziekten uit de VTV-selectie zijn vertegenwoordigd is de aanname gemaakt dat de verhouding van de YLD’s en YLL’s van alle VTV-ziekten samen gelijk is aan de verhouding van de YLD’s en YLL’s in het betreffende ICD-10-hoofdstuk.

Wegingsfactoren

Wegingsfactor is maat voor ernst van gevolgen van een ziekte 

Een wegingsfactor voor een ziekte is een maat voor de ernst van de gevolgen van ziekte voor het fysiek, psychisch en sociaal functioneren van patiënten. Op een schaal van 0 ('helemaal geen nadelige gevolgen') tot 1 ('zeer ernstige nadelige gevolgen') krijgt eczeem bijvoorbeeld een wegingsfactor van 0,06 en dementie een wegingsfactor van 0,5. Met behulp van wegingsfactoren kan de tijd doorgebracht met de ziekte gewogen worden voor de ernst van de gevolgen van de ziekte. Een jaar ziekte met een wegingsfactor van 0,5 komt overeen met 0,5 'ziektejaarequivalenten'. Een jaar in volledige gezondheid (wegingsfactor 0) komt overeen met 0 'ziektejaarequivalenten': er wordt immers geen gezondheid verloren. 


Ziektelastberekening: rekenvoorbeeld voor twee ziekten

Tabel: Ziektelastberekening, rekenvoorbeeld voor twee ziekten

Ziektestadium

Gemiddelde duur (in jaren)

Fractie van de prevalentie

Wegingsfactor

Ziekte A

Lichte beperkingen

blijvend

0,4

0,36

Matige beperkingen

blijvend

0,3

0,63

Ernstige beperkingen

blijvend

0,3

0,92

Ziekte B

Preklinische fase

onbekend

   

Klinische voorfase

2

2/11 = 0,182

0,26

Klinische manifeste fase

9

9/11 = 0,818

0,55

Berekening ziektelast door koppeling wegingsfactoren aan epidemiologische gegevens

Om met behulp van de wegingsfactoren DALY Disability Adjusted Life Years. Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan … 's te berekenen is koppeling aan epidemiologische gegevens noodzakelijk. Deze epidemiologische gegevens zijn in de meeste gevallen wel voor ziekten, maar niet voor ziektestadia beschikbaar. Daarom zijn de gewichten per ziektestadium gecombineerd tot een gewicht per ziekte. Hiervoor is informatie nodig over de verdeling van de ziektestadia. Welk percentage van de ziektegevallen geeft bijvoorbeeld lichte, matige en ernstige blijvende beperkingen? Het gewicht van de ziekte is het gewogen gemiddelde van de gewichten per ziektestadium. Rekenvoorbeelden voor ziekte A (een ziekte waarbij de gevolgen verschillen in ernst) en de ziekte B (een ziekte met een wisselend beloop door de tijd) zijn weergegeven in bovenstaande tabel.

Met behulp van de gegevens in de tabel kan de wegingsfactor voor ziekte A als volgt worden berekend:

0,40*0,360 + 0,30*0,630 + 0,30*0,920 = 0,609

Met behulp van de gegevens in de tabel kan de wegingsfactor voor ziekte B als volgt worden berekend:

0182*0,260 + 0,818*0,550 = 0,497.

Verdeling prevalentie over ziektestadia geschat

Schattingen over de verdeling van de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. over ziektestadia in de DDW Dutch Disability Weights. Samenwerkingsproject van AMC, Erasmus Universiteit, RIVM en TNO-PG.-studie zijn gebaseerd op een uitgebreide consultatie van medische experts, aangevuld met een beperkte literatuurstudie. Voor een aantal ziekten is additioneel gebruikgemaakt van modellen ( Melse & Kramers 1998 Melse, J. M., Kramers, P. G. N., Een eerste berekening van de ziektelast in Nederland. Achtergronddocument bij VTV-1997; deel III, hoofdstuk 7, Bilthoven (1998) ). De verdeling van de prevalentie over ziektestadia is niet stabiel over de tijd. Verbeteringen in diagnostiek en behandeling kunnen er voor zorgen dat minder mensen een ernstige vorm van een ziekte krijgen of kunnen beperkende gevolgen van een ziekte voorkomen. Daarom is het noodzakelijk om de verdeling van de prevalentie over ziektestadia van tijd tot tijd te herzien. Hetzelfde geldt voor de wegingsfactoren ( Salomon et al. 2012 Salomon, JA., Vos, T, Hogan, DR., Gagnon, M, Naghavi, M, Mokdad, A, Marra, M., Brugha, TS., Begum, N, Shah, R, Karyana, M, Kosen, S, Farje, MR., Moncada, G, Dutta, A, Sazawal, S, Dyer, A, Seiler, J, Aboyans, V, Baker, L, Baxter, A, Benjamin, EJ., Bhalla, K, Bin Abdulhak, A, Blyth, F, Bourne, R, Braithwaite, T, Brooks, P, Bryan-Hancock, C, Buchbinder, R, Burney, P, Calabria, B, Chen, H, Chugh, SS., Cooley, R, Criqui, MH., Cross, M, Dabhadkar, KC., Dahodwala, N, Davis, A, Degenhardt, L, Díaz-Torné, C, Dorsey, RE., Driscoll, T, Edmond, K, Elbaz, A, Ezzati, M, Feigin, V, Ferri, CP., Flaxman, AD., Flood, L, Fransen, M, Fuse, K, Gabbe, BJ., Gillum, RF., Haagsma, J. A., Harrison, J.E., Havmoeller, R, Hay, RJ., Hel-Baqui, A, Hoek, H.W., Hoffman, H, Hogeland, E, Hoy, D, Jarvis, D, Karthikeyan, G, Knowlton, L. -. M., Lathlean, T, Leasher, JL., Lim, SS., Lipshultz, SE., Lopez, AD., Lozano, R, Lyons, R, Malekzadeh, R, Marcenes, W, March, L, Margolis, DJ., McGill, N, McGrath, J, Mensah, GA., Rehm, J. T., Michaud, C, Moran, A, Mori, R, Murdoch, ME., Naldi, L, Newton, CR., Norman, R, Omer, SB., Osborne, R, Pearce, N, Perez-Ruiz, F, Perico, N, Pesudovs, K, Phillips, D., Pourmalek, F, Prince, M, Remuzzi, G, Richardson, K, Room, R., Saha, S, Sampson, U, Sanchez-Riera, L, Segui-Gomez, M, Shahraz, S, Shibuya, K, Singh, D, Sliwa, K, Smith, E, Soerjomataram, I, Steiner, T, Stolk, WA., Sudfeld, C., Taylor, HR., Tleyjeh, IM., van der Werf, MJ., Watson, WL., Weatherall, DJ., Weintraub, R, Weisskopf, MG., Whiteford, H., Wilkinson, JD., Woolf, AD., Zheng, Z, Jonas, JB., Murray, C. J. L., Stovner, L. J., Common values in assessing health outcomes from disease and injury: disability weights measurement study for the Global Burden of Disease Study 2010. (2012) ) . Sinds het verschijnen van de ziektelastberekeningen voor een selectie van ziekten in 1997 ( Kramers & Ruwaard 1997 Kramers, P. G. N., Ruwaard, D., Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997. De som der delen, Maarssen (1997) ) zijn voor diverse ziekten nieuwe wegingsfactoren vastgesteld.

Aanpassingen voor VTV-2018

Voor de VTV In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.-2018 is voor een deel van de ziekten een ander prevalentiecijfer gebruikt dan in de VTV-2014. Dit heeft te maken met het feit dat het NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg in de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn een andere methodiek heeft ontwikkeld voor de beschrijving van het voorkomen van een ziekte (Zie Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit). Hierbij zijn twee belangrijke aanpassingen gedaan in vergelijking met de eerder gebruikte methode. Ten eerste includeert het NIVEL voor een schatting van het voorkomen van chronische aandoeningen niet meer alleen personen die onder behandeling staan van een huisarts, maar ook personen die bij de huisarts bekend zijn met een bepaalde ziekte. Ten tweede heeft het NIVEL voor niet chronische ziekten een algoritme ontwikkeld om te bepalen wanneer een persoon als genezen wordt gezien van een ziekte. Door deze wijziging in methodiek zijn voor veel chronische ziekten de prevalentiecijfers gestegen. Voor personen die in de nieuwe methodiek wel meegeteld worden en in de eerder gebruikte methodiek niet, is de ernst van de ziekte waarschijnlijk minder groot. Daarom zijn de wegingsfactoren die gebruikt zijn voor de VTV-2014 niet goed meer bruikbaar. De wegingsfactoren zijn daarom aangepast, waarbij als uitgangspunt is genomen dat de schatting van de YLD Year(s) lived with disability’s zo veel mogelijk aansluit bij de VTV-2014. De met de nieuwe methodiek berekende prevalentie per ziekte in 2015 is op basis van demografie teruggerekend naar 2011 door gebruik te maken van de bevolkingscijfers van 2011 en 2015. Vervolgens zijn de wegingsfactoren zodanig aangepast dat vermenigvuldiging met de teruggerekende prevalentie resulteert in hetzelfde aantal YLD’s voor een ziekte in 2011 als gepresenteerd in de VTV-2014. Deze correctie procedure is ook gevolgd voor ziekten waar de nieuwe methodiek van het NIVEL geen effect had op de schatting van het voorkomen (de prevalentie). De aangepaste wegingsfactoren zijn ook gebruikt in de meest recente DALY-schattingen (VTV-2020).


 

Voorbeeld ziektestadium ter weging aangeboden in de Dutch Disability Weights studie (1997)

Dementie

Dementie is onderverdeeld in de volgende drie stadia:

  1. milde dementie
  2. matige dementie
  3. ernstige dementie

Wij vragen u nu te beoordelen:

Patiënten met ernstige dementie; permanent toezicht is noodzakelijk

Omschrijving:

  • Enige problemen met lopen (50%) of bedlegerig (50%)
  • Niet in staat zichzelf te wassen of aan te kleden
  • Niet in staat om dagelijkse bezigheden uit te voeren (werk, studie, gezins- en vrijetijdsactiviteiten)
  • Geen pijn of andere klachten
  • Matig (50%) of erg (50%) angstig of somber
  • Ernstige beperkingen in denkvermogens (herinneren, leren, begrijpen, concentreren)

Wegingsfactoren van ziekten bepaald in 'Dutch Disability Weights'-studie

In de studie 'Dutch Disability Weights' (DDW) zijn in 1997 wegingsfactoren bepaald voor ziekten in Nederland. Uitgangspunt in de DDW-studie waren 52 aandoeningen die geselecteerd waren voor de Volksgezondheid Toekomst Verkenning van 1997 (VTV-1997). In de studie werkten het AMC Academisch Medisch Centrum Amsterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en TNO-PG samen. Voor het bepalen van de wegingsfactoren is gebruikgemaakt van oordelen van medische experts, vanwege hun kennis en inzicht in de gevolgen van een zo groot mogelijk aantal ziekten ( Stouthard et al. 1997 Stouthard, MAE, Essink-Bot, M. L., Bonsel, G. J., Barendregt, J., van de Water, H. P. A., Kramers, P. G. N., Wegingsfactoren voor ziekten in Nederland en in Europa, Amsterdam (1997) ; Stouthard et al. 1997 Stouthard, MAE, Essink-Bot, M. L., Bonsel, G. J., Disability Weights for Diseases in The Netherlands, Rotterdam (1997) ; Stouthard et al. 2000 Stouthard, MAE, Essink-Bot, M. L., Bonsel, G. J., Methodology. Disability weights for diseases: a modified protocol and results for a Western European region (2000) ). 

Ziekten onderverdeeld in ziektestadia

In de DDW-studie zijn ziekten onderverdeeld in ziektestadia die kunnen worden opgevat als fasen in het ziekteproces in de tijd (zoals bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson) of vormen van ernst (zoals bijvoorbeeld blijvende gevolgen na een beroerte) die min of meer homogeen zijn (naar gezondheidstoestand, behandeling en prognose). Deze onderverdeling in ziektestadia is gemaakt omdat ziekten vaak heterogene diagnosegroepen zijn. Bovendien kennen de meeste ziekten een beloop met sterk wisselende gevolgen voor het functioneren. Om deze redenen is het niet wenselijk om een ziekte van één wegingsfactor te voorzien.

Weging op basis van diagnostische en generieke beschrijving van ziektestadia 

In de DDW-studie beoordeelden de medische experts de ziektestadia aan de hand van een combinatie van een diagnostische (ziektelabel) en een generieke omschrijving (zie nevenstaande tabel). Door de generieke omschrijving wordt het beeld dat beoordelaars voor ogen hebben bij een bepaald ziektestadium eenduidiger. De generieke beschrijving van de gezondheidstoestand sluit aan bij de beschrijving volgens het EuroQol-systeem ( Brooks 1996 Brooks, R., EuroQol: the current state of play. (1996) EuroQol Group 1990 EuroQol Group, EuroQol--a new facility for the measurement of health-related quality of life. (1990) ). In de DDW-studie zijn de oorspronkelijke vijf dimensies mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/andere klachten, angst/depressie uitgebreid met een zesde dimensie: cognitie.


Wegingsfactoren vastgesteld in GBD-2010 studie

In het kader van de Global Burden of Disease Study 2010 (GBD Global burden of disease studie-2010) zijn in een grootschalig onderzoek wegingsfactoren vastgesteld voor een groot aantal ziekten en letsels. Gezondheidsverlies als gevolg van ziekten en letsels zijn beoordeeld door het grote publiek (personen van 18 jaar en ouder) in verschillende landen ( Salomon et al. 2012 Salomon, JA., Vos, T, Hogan, DR., Gagnon, M, Naghavi, M, Mokdad, A, Marra, M., Brugha, TS., Begum, N, Shah, R, Karyana, M, Kosen, S, Farje, MR., Moncada, G, Dutta, A, Sazawal, S, Dyer, A, Seiler, J, Aboyans, V, Baker, L, Baxter, A, Benjamin, EJ., Bhalla, K, Bin Abdulhak, A, Blyth, F, Bourne, R, Braithwaite, T, Brooks, P, Bryan-Hancock, C, Buchbinder, R, Burney, P, Calabria, B, Chen, H, Chugh, SS., Cooley, R, Criqui, MH., Cross, M, Dabhadkar, KC., Dahodwala, N, Davis, A, Degenhardt, L, Díaz-Torné, C, Dorsey, RE., Driscoll, T, Edmond, K, Elbaz, A, Ezzati, M, Feigin, V, Ferri, CP., Flaxman, AD., Flood, L, Fransen, M, Fuse, K, Gabbe, BJ., Gillum, RF., Haagsma, J. A., Harrison, J.E., Havmoeller, R, Hay, RJ., Hel-Baqui, A, Hoek, H.W., Hoffman, H, Hogeland, E, Hoy, D, Jarvis, D, Karthikeyan, G, Knowlton, L. -. M., Lathlean, T, Leasher, JL., Lim, SS., Lipshultz, SE., Lopez, AD., Lozano, R, Lyons, R, Malekzadeh, R, Marcenes, W, March, L, Margolis, DJ., McGill, N, McGrath, J, Mensah, GA., Rehm, J. T., Michaud, C, Moran, A, Mori, R, Murdoch, ME., Naldi, L, Newton, CR., Norman, R, Omer, SB., Osborne, R, Pearce, N, Perez-Ruiz, F, Perico, N, Pesudovs, K, Phillips, D., Pourmalek, F, Prince, M, Remuzzi, G, Richardson, K, Room, R., Saha, S, Sampson, U, Sanchez-Riera, L, Segui-Gomez, M, Shahraz, S, Shibuya, K, Singh, D, Sliwa, K, Smith, E, Soerjomataram, I, Steiner, T, Stolk, WA., Sudfeld, C., Taylor, HR., Tleyjeh, IM., van der Werf, MJ., Watson, WL., Weatherall, DJ., Weintraub, R, Weisskopf, MG., Whiteford, H., Wilkinson, JD., Woolf, AD., Zheng, Z, Jonas, JB., Murray, C. J. L., Stovner, L. J., Common values in assessing health outcomes from disease and injury: disability weights measurement study for the Global Burden of Disease Study 2010. (2012) ). Hierbij is onder meer gebruikgemaakt van:

  • persoonlijke interviews (CAPI; computer-assisted personal interviews) onder 13.092 personen in Bangladesh, Indonesië, Peru en Tanzania;
  • telefonische interviews (CATI; computer-assisted telephone interviews) onder 3.323 personen in de Verenigde Staten (3.323 personen);
  • het invullen van een online vragenlijst door 16.328 personen.

Voor een aantal ziekten opgenomen in de selectie van ziekten voor de VTV-2014 zijn de wegingsfactoren overgenomen van de GBD-2010 studie of daarvan afgeleid. 

 

Ziektelast van letsels door ongevallen

Ziektelast van letsels in DALY's

De ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). wordt uitgedrukt in DALY Disability Adjusted Life Years. Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan …'s ('Disability-Adjusted Life-Years'). De DALY kwantificeert gezondheidsverlies, en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met letsel én de jaren verloren door vroegtijdige sterfte als gevolg van letsel (zie 'Definitie en methode ziektelastberekening').

Figuur: Schematische weergave berekening ziektelast letsels

 

Verloren levensjaren

De jaren verloren door vroegtijdige sterfte als gevolg van letsel worden uitgedrukt in verloren levensjaren ('Years of Life Lost', YLL Year(s) of life lost). Verloren levensjaren worden berekend door het aantal ziektespecifieke sterfgevallen per jaar te vermenigvuldigen met de resterende levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.  op de betreffende leeftijd (zie 'Berekening verloren levensjaren').

Ziektejaarequivalenten

De jaren geleefd met letsel worden uitgedrukt in ziektejaarequivalenten ('Years Lived with Disability', YLD Year(s) lived with disability). Voor het berekenen van ziektejaarequivalenten is de volgende informatie nodig:

  • het aantal mensen dat letsel heeft op een bepaald moment (epidemiologische gegevens)
  • een wegingsfactor voor de ernst van het letsel
  • het aantal mensen dat blijvende beperkingen heeft door letsel

In vergelijking met de standaardberekening van de ziektejaarequivalenten van ziekten als diabetes mellitus en coronaire hartziekten, vereist de berekening van de ziektejaarequivalenten van letsels naar oorzaak een extra stap. Eerst worden de ziektejaarequivalenten naar letseltype (bijvoorbeeld hersenschudding) berekend. In een volgende stap worden de ziektejaarequivalenten naar oorzaak (type ongeval) berekend.
Voor een aantal letsels bestaat een relatief hoog risico van blijvende beperkingen. Om de totale ziektelast van letsels te berekenen, worden daarom, naast de ziektejaarequivalenten van letsels in het eerste jaar na het ongeval, ook de ziektejaarequivalenten van blijvend letsel berekend (zie 'Ziektelast in het eerste jaar' en 'Ziektelast van blijvende beperkingen').

Wegingsfactoren

Wegingsfactoren zijn een maat voor de ernst van een ziekte of letsel. VeiligheidNL en Erasmus MC hebben voor diverse letseltypen wegingsfactoren afgeleid, met behulp van informatie van letselpatiënten over hun gezondheidstoestand. De ernst van het letsel verschilt tussen letselpatiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen en letselpatiënten die op de SEH Spoedeisende hulp-afdeling zijn behandeld. Daarom zijn de wegingsfactoren voor deze twee groepen letselpatiënten apart bepaald. De wegingsfactoren zijn echter wél op dezelfde manier bepaald.

Wegingsfactoren van letsels

In 2001 en 2002 is bij een steekproef van ruim 10.000 letselpatiënten in de periode na het ongeval een aantal enquêtes afgenomen (2 maanden, 5 maanden, 9 maanden en 2 jaar na het ongeval). In de enquêtes werd gevraagd naar de gezondheid van de opgenomen letselpatiënten in termen van mobiliteit, zelfverzorging, dagelijkse activiteiten, pijn en stemming beschreven (EuroQol-profiel, EQ-5D EuroQol (5 Dimensies). Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument meet 5 dimensies (mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/andere klachten, angst/depressie). Elke dimensie bestaat uit één item waarbij drie niveaus worden onderscheiden (geen problemen, enige…) ( Polinder et al. 2007 Polinder, S, Essink-Bot, M. L., Toet, H, Mulder, S., Meerding, W. J., van Beeck, E. F., Looman, C. W. N., Functional outcome at 2.5, 5, 9, and 24 months after injury in the Netherlands. (2007) ). De beschrijvingen van de gezondheidstoestand in termen van EQ-5D zijn vervolgens omgezet in wegingfactoren ( Haagsma et al. 2012 Haagsma, J. A., Lund, J., Polinder, S, van Beeck, E. F., Lyons, R. A., Ditsuwan, V., Prinsloo, M., Veerman, J. L., Improved and standardized method for assessing years lived with disability after injury. (2012) ).

Wegingsfactoren van kortdurende letsels

Omdat de patiëntenenquête niet geschikt is om wegingsfactoren voor kortdurende letsels te bepalen ( Haagsma et al. 2009 Haagsma, J. A., Polinder, S, van Beeck, E. F., Mulder, S., Bonsel, G. J., Alternative approaches to derive disability weights in injuries: do they make a difference? (2009) ), zijn wegingsfactoren voor kortdurende letsels afzonderlijk bepaald in de Integrated Burden of Injury Study (IBIS Integrated Burden of Injury study Haagsma et al. 2008 Haagsma, J. A., van Beeck, E. F., Polinder, S, Hoeymans, N., Mulder, S., Bonsel, G. J., Novel empirical disability weights to assess the burden of non-fatal injury. (2008) ). De IBIS-studie heeft gebruikgemaakt van een lekenpanel. Beschrijvingen van elk kortdurend letseltype afzonderlijk zijn voorgelegd aan een panel van leken die de letsels op twee manieren hebben gewogen:

  • De panelleden beoordeelden elk letsel op het verlies aan kwaliteit van leven. Daarbij gaven ze elk letsel een cijfer van 0 tot 100, waarbij 0 geen verlies aan kwaliteit van leven betekent en 100 maximaal verlies.
  • Vervolgens gaven de panelleden aan hoeveel tijd ze bereid waren in te leveren om het letsel niet te hebben ('Time Trade Off').

Epidemiologische gegevens

Om met de wegingsfactoren van letseltypes de ziektelast voor de hele bevolking te berekenen, is informatie nodig over het aantal personen per jaar dat last heeft van het betreffende letsel (incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.). Deze informatie is voor letsels afkomstig uit medische registraties van de SEH-afdeling van het ziekenhuis en van ziekenhuisopnamen.

Meer informatie


Berekening ziektejaarequivalenten eerste jaar

Wegingsfactoren voor de ernst van ziekten zijn gekoppeld aan de incidentie van letsels bij de SEH en letsels die leiden tot ziekenhuisopname. Hierbij is gebruikgemaakt van het letsellast model (LLM Letsellastmodel. Rekenmodel van Consument en Veiligheid.) van VeiligheidNL en het Erasmus MC. Dit model heeft voor 39 letselgroepen (EUROCOST-classificatie;  Meerding et al. 2004 Meerding, W. J., Toet, H, Mulder, S, van Beeck, E. F., Essink-Bot, M. L., Looman, C. W. N., Distribution and determinants of health and work status in a comprehensive population of injury patients. (2004) ) epidemiologische informatie over patiënten die behandeld worden op de SEH-afdeling van een ziekenhuis ( Meerding et al. 2000 Meerding, W. J., Birnie, E., Mulder, S., den Hertog, P. C., Toet, H, van Beeck, E. F., Kosten van letsel door ongevallen in Nederland: wetenschappelijke verantwoording, Amsterdam / Rotterdam (2000) ). Elke letselgroep is een combinatie van de anatomische locatie van het letsel (bijvoorbeeld hoofd of bovenarm) en het type letsel (bijvoorbeeld open wond of fractuur). De epidemiologische informatie is afkomstig uit het Letsel Informatie Systeem van VeiligheidNL. Zeldzame letsels (zoals perifeer zenuwletsel van arm, hand, been of voet) zijn buiten beschouwing gelaten.

De ziektejaarequivalenten van letsels in het eerste jaar na het ongeval worden als volgt berekend:

YLD eerste jaar = N slachtoffers * DW eerste jaar

Resultaten ziektelastberekeningen 2011

Ziektelast van letsels door ongevallen in 2011 (*.ODS; 7 KB)


Ziektelast van blijvende beperkingen als gevolg van letsel 

Tabel: Risico van blijvende beperkingen en gemiddelde duur bij bepaalde letseltypen

Letseltype

Percentage levenslange beperking

Gemiddelde duur in jaren

 

SEH

ziekenhuisopname

 

Hersenschudding

4

21

39

Ander schedel-hersenletsel

13

23

39

Ruggenmergletsel

- (a)

100

29

Fractuur sleutelbeen/schouderblad

2

9

20

Bovenarmfractuur

17

10

20

Fractuur elleboog/onderarm

0 (b)

8

20

Polsfractuur

0 (b)

18

7

Ontwrichting/verstuiking/verrekking van schouder/elleboog

0 (b)

18

26

Gecompliceerd letsel van zacht weefsel van de armen

3

15

20

Bekkenfractuur

30

29

26

Heupfractuur

14

52

2

Bovenbeenfractuur

23

35

7

Fractuur knie/onderbeen

23

34

26

Enkelfractuur

12

35

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking knie

8

8

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking enkel/voet

4

26

26

Bron:  Haagsma et al. 2009 Haagsma, J. A., Polinder, S, Belt, E., Lund, J., Atkinson, M., Macey, S., Integris WP5 report: injury disability indicators, Rotterdam (2009)

a) Voor ruggenmergletsel op de SEH-afdeling ontbreken gegevens.
b) 0% houdt in dat in geen van de gevallen sprake was van levenslang letsel.

Schatting percentage blijvende beperkingen

Voor een aantal letsels bestaat een relatief hoog risico van blijvende beperkingen. Dit risico is bepaald aan de hand van een patiëntenenquête uitgevoerd in 2001 en 2002 ( Polinder et al. 2007 Polinder, S, Essink-Bot, M. L., Toet, H, Mulder, S., Meerding, W. J., van Beeck, E. F., Looman, C. W. N., Functional outcome at 2.5, 5, 9, and 24 months after injury in the Netherlands. (2007) ). Het percentage patiënten dat blijvende beperkingen houdt, is geschat als het percentage patiënten dat na twee jaar aangaf nog steeds last te ondervinden van het letsel en beperkingen beschreef op de belangrijkste gezondheidsdimensie van het letsel (bijvoorbeeld mobiliteit bij een heupfractuur). Het percentage blijvende beperkingen is afzonderlijk vastgesteld voor patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis en patiënten die zijn behandeld op een SEH-afdeling. Bij de berekening van de duur van de beperkingen is uitgegaan van de leeftijd waarop de beperkingen optraden en van een levensverwachting van 81 jaar.
Bij de berekening van de ziektelast naar oorzaak (type ongeval) is aangenomen dat het percentage patiënten met blijvende beperkingen onafhankelijk is van de oorzaak van het letsel. Een fractuur van het bovenbeen leidt in 25% van de gevallen tot blijvende beperkingen, ongeacht of deze fractuur veroorzaakt is door een arbeids-, privé-, verkeers- of sportongeval.

Berekening ziektejaarequivalenten van blijvende beperkingen

De ziektejaarequivalenten van blijvende beperkingen worden als volgt berekend:

YLD blijvend letsel = incidentie * % lange termijn * wegingsfactor blijvend letsel * duur

De wegingsfactoren voor blijvende beperkingen (gevolgen van letsel op de lange termijn) zijn berekend met de EQ-5D-gegevens die 2 jaar na het oplopen van het letsel zijn verzameld in de patiënten-enquête (zie Algemene werkwijze berekening ziektelast letsels). Voor het bepalen van de wegingsfactoren voor blijvende beperkingen zijn de gegevens van patiënten behandeld op de SEH en patiënten opgenomen in het ziekenhuis samengenomen.

Resultaten ziektelastberekeningen 2011

Ziektelast van letsels door ongevallen in 2011 (*.ODS; 7 KB)


Ziektelast van suïcide en suïcidepogingen

Tot 2010 werden voor zelftoegebracht letsel uitsluitend de verloren levensjaren door vroegtijdig overlijden berekend. In een onderzoek dat het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in 2009 en 2010 uitvoerde in samenwerking met het Trimbos-instituut, het VU Vrije Universiteit Amsterdam medisch centrum en Consument & Veiligheid, is de ziektelast van suïcide en suïcidepogingen uitgebreid met niet-fatale gevolgen. Het betreft zowel de lichamelijke als de psychische gevolgen van suïcidepogingen. Een uitgebreide methode-omschrijving is te vinden in het onderzoeksrapport ( Hoeymans & Schoemaker 2010 Hoeymans, N., Schoemaker, C. G., De ziektelast van suïcide en suïcidepogingen, Bilthoven (2010) ). Deze methode ligt aan de basis van de berekening van de ziektelast van zelftoegebracht letsel in de VTV In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.-2010, de VTV-2014, de VTV-2018 en de VTV-2020.

Ziektelast van letsel door geweld

Tot 2015 werden ook voor geweld uitsluitend de verloren levensjaren door vroegtijdig overlijden berekend. In een onderzoek dat onder regie van het RIVM in 2015 is uitgevoerd door het Erasmus MC en de Stichting VeiligheidNL is de ziektelast van geweld uitgebreid met niet-fataal letsel door geweld. Het betreft zowel lichamelijk letsel, inclusief de lange termijn gevolgen als de psychische gevolgen van geweld. Een uitgebreide methode-omschrijving is te vinden het  onderzoeksrapport ( Snijders et al. 2016 Snijders, B. E. P., Gommer, A. M., Haagsma, J. A., Panneman, J. M., Polinder, S, van Beek, E. F., Ziektelast en kosten van letsel door geweld, Bilthoven (2016) ). Deze methode ligt aan de basis van de berekening van de ziektelast van letsel als gevolg van geweld in de VTV-2018 en de VTV-2020.

Multimorbiditeit

Correctie voor multimorbiditeit voorkomt overschatting ziektelast

Het komt steeds vaker voor dat mensen meer dan één aandoening tegelijk hebben. Dit wordt multimorbiditeit genoemd. Het komt vooral voor onder ouderen. Met een vergrijzende bevolking zal ook multimorbiditeit toenemen. Bij het berekenen van de ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). in de bevolking, wordt meestal geen rekening gehouden met multimorbiditeit. De ziektelast wordt berekend op basis van het vóórkomen én de ernst (wegingsfactor) van aandoeningen. Doorgaans wordt dit voor iedere aandoening afzonderlijk gedaan, waarna de ziektelast veroorzaakt door de afzonderlijke aandoeningen bij elkaar worden opgeteld. Voor personen met meerdere aandoeningen is de ernst/wegingsfactor van alle aandoeningen samen meestal kleiner dan de som van wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten. Om overschatting van de ziektelast bij multimorbiditeit te voorkomen, moet hiermee rekening worden gehouden ( Hilderink et al. 2016 Hilderink, HB. M., Plasmans, MH. D., Snijders, BE. P., Boshuizen, H. C., Poos, M. J. J. C., van Gool, C. H., Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches (2016) ). Tot 2018 werden de ziektelastcijfers in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.) niet gecorrigeerd voor multimorbiditeit. In 2018 is dat voor de VTV-2018 wel gedaan. Hierbij moest een antwoord worden gegeven op de volgende twee vragen:

  1. Hoe stel je de wegingsfactor vast in het geval dat iemand meerdere aandoeningen heeft?
  2. Hoe bepaal je het vóórkomen van multimorbiditeit?

Multiplicatieve methode gebruikt

Voor het vaststellen van de wegingsfactor (ernst) in geval van multimorbiditeit is gebruikgemaakt van de multiplicatieve methode ( Hilderink et al. 2016 Hilderink, HB. M., Plasmans, MH. D., Snijders, BE. P., Boshuizen, H. C., Poos, M. J. J. C., van Gool, C. H., Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches (2016) ).

De wegingsfactor is een soort gemiddelde van de ernst van een aandoening over een jaar. Een wegingsfactor 0,40 betekent voor een jaar geleefd met die aandoening dat 0,4 jaar heel ongezond (gelijk aan dood) was en 0,6 jaar gezond.
Stel iemand heeft drie aandoeningen en de afzonderlijke wegingsfactor van aandoening A is 0,50 (WF1), die van aandoening B is 0,40 (WF2) en die van aandoening C is 0,30 (WF3).

  • Op basis van aandoening A (wegingsfactor 0,50) is een jaar geleefd met de aandoening voor 0,50 gezond en voor 0,50 heel ongezond. 
  • Daar komt aandoening B bij, met wegingsfactor 0,40. Er verandert hierdoor niets aan het al ongezonde deel van het jaar door alleen aandoening A: dat blijft heel ongezond. Het resterende gezonde halve jaar wordt door aandoening B voor 0,40 ongezond. Dat komt overeen met 0,50 (jaar) x 0,4 (WF2) = 0,20 jaar. Door de combinatie van aandoeningen A en B is het jaar dus voor 0,50 + 0,20 = 0,70 heel ongezond en voor 0,30 gezond. 
  • Komt daar aandoening nog C bij, met wegingsfactor 0,30, dan verandert er niets aan het ongezonde deel van het jaar door aandoeningen A en B. Het resterende gezonde 0,30 jaar wordt door aandoening C voor 0,30 heel ongezond. Dat komt overeen met 0,30 x 0,30 = 0,09 jaar. Door de combinatie van aandoeningen A, B en C is het jaar dus voor 0,70 + 0,09 = 0,79 heel ongezond en 0,21 gezond. 

​De wegingsfactor voor de drie aandoeningen samen wordt als volgt berekend: 1 - (1-WF1)*(1-WF2)*(1-WF3) = 1 - 0,5 * 0,6 * 0,7 = 0,79.

Uitgaande van de grootte van de oorspronkelijke wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten (WF1, WF2 en WF3), wordt de gezamenlijke wegingsfactor vervolgens naar rato verdeeld over de drie afzonderlijke aandoeningen, om zo te komen tot een nieuwe wegingsfactor voor iedere afzonderljke aandoening:

  • nieuwe wegingsfactor aandoening A = 0,50/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,33
  • nieuwe wegingsfactor aandoening B = 0,40/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,26
  • nieuwe wegingsfactor aandoening C = 0,30/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,20

Schatten multimorbiditeit op basis van onafhankelijkheid

Wanneer voor het schatten van het voorkomen van verschillende aandoeningen gebruik wordt gemaakt van verschillende bronnen, is het niet zonder meer mogelijk om vast te stellen hoe vaak de aandoeningen samen (/tegelijk) voorkomen. Daarom wordt het tegelijk voorkomen van meerdere aandoeningen geschat op basis van onafhankelijkheid. Dit is niet altijd terecht omdat bepaalde aandoeningen vaker samen voorkomen dan op basis van onafhankelijkheid verwacht mag worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als aandoeningen verband houden met eenzelfde determinant of als een aandoening een complicatie is van een andere aandoening.

Het schatten van het voorkomen van multimorbiditeit op basis van onafhankelijkheid gebeurt op de volgende manier:
Stel dat ziekte A bij mannen in een bepaalde leeftijdsklasse 100 keer per 1.000 mannen voorkomt en ziekte B komt 200 keer voor per 1.000 mannen. De combinatie van ziekte A en ziekte B komt dan 100/1.000 * 200/1.000 = 20/1.000 voor. Dit betekent dat 20 per 1.000 personen tegelijkertijd aandoening A en aandoening B hebben. 
In de berekeningen zijn alle mogelijke combinaties van maximaal 5 aandoeningen meegenomen. Het aantal mensen dat meer dan 5 aandoeningen tegelijk heeft, is zo klein dat het extra aantal DALY Disability Adjusted Life Years. Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan …’s verwaarloosbaar is op het totaal.


Nu ook correctie voor multimorbiditeit

Acute ziekten en letsels werden tot 2020 niet gecorrigeerd voor multimorbiditeit. De ziektelast van deze aandoeningen wordt berekend op basis van incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.. Hierdoor is het niet mogelijk om op dezelfde manier te corrigeren voor multimorbiditeit als bij langdurige of chronische aandoeningen. Echter, ook deze aandoeningen komen voor in combinatie met andere aandoeningen, waardoor een correctie nodig is. Voor acute ziekten en letsels is daarom als benadering voor deze correctie, de gemiddelde leeftijds- en geslachtsspecifieke correctie toegepast die voor de andere aandoeningen geldt.

  • H.B.M. Hilderink (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • C.H. van Gool (RIVM)
  • A.M. Gommer (RIVM)
  • M.J.M. Panneman (VeiligheidNL)
  • J.A. Haagsma (Erasmus MC)