Percentage vrouwen dat direct na de geboorte borstvoeding geeft

Indicatorwaarde

Percentage

69

Verslagjaar: 2018

Trend

4-jarige trend
2015  
2018

Negatief dalende trend; niet getoetst er is geen statistische toets uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil (er is geen statistische toets uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil )

Interpretatie indicator

Deze indicator zegt iets over de mate van voorlichting/begeleiding aan de moeder en de samenwerking tussen de verloskundige en kraamhulp. Het geven van borstvoeding heeft belangrijke voordelen voor kind en moeder en wordt daarom ook door de WHO aangeraden. Diverse studies leggen een relatie tussen borstvoeding en een verminderde kans op ziekten bij zowel het kind als de moeder ( Buijssen et al. 2015 Buijssen, M., Jajou, R., van Kessel, F. G. B., Vonk Noordegraaf-Schouten, M. J. M., Zeilmaker, M. J., Wijga, A. H., van Harskamp, F., Health effects of breastfeeding: an update. Systematic literature review, Bilthoven (2015) ; Victora et al. 2016 Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016) ). Daarnaast speelt het een grote rol tussen de hechting en de ontwikkeling van het kind ( Horta et al. 2007 Horta, B. L., Bahl, R., Martines, J. C., Victora, C. G., Evidence on the long-term effects of breastfeeding: systematic review and meta-analyses, Geneva (2007) ).

Trend

Sla de grafiek Trend vrouwen dat direct na de geboorte volledige borstvoeding geeft 2001-2018 over en ga naar de datatabel

Bron: TNO; Peiling Melkvoeding

  • Voor de jaren 2005, 2007, 2010 en 2015 werden de percentages gewogen voor het opleidingsniveau van de moeder vanwege de relatief lage respons bij laagopgeleide vrouwen
  • In 2018 is een andere methodiek voor de dataverzameling gebruikt namelijk via het Digitaal Dossier van de Jeugdgezondheidszorg (DD  JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)); in voorgaande peilingen ging dit via landelijke vragenlijsten

Deze cijfers zijn ook onderdeel van:
- Onderwerp: borstvoeding

Verantwoordingstabel ziekenhuisopnamen astma en COPD

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage bevallen vrouwen dat direct na de geboorte borstvoeding geeft

Bron

Peiling melkvoeding Theurich et al. 2019 Theurich, M. A., Davanzo, R., Busck-Rasmussen, M., Díaz-Gómez, MN., Kylberg, E., Baerug, A., McHugh, L., Weikert, C., Abraham, K., Koletzko, B., Breastfeeding rates and programs in Europe: A survey of 11 national Breastfeeding Committees and Representatives (2019)

Berekening

Teller 2018: aantal vrouwen dat op de geboortedag is gestart met borstvoeding die geregistreerd staan in het digitale dossier  JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg) in één van de deelnemende JGZ organisaties.

Noemer 2018: alle vrouwen die bevallen zijn en waarvan gegevens zijn geregistreerd in het digitale dossier JGZ in één van de deelnemende JGZ organisaties. 

Teller 2001 - 2015: aantal vrouwen dat korter dan 7 maanden geleden was bevallen en deelnam aan de peiling en dat na de geboorte is gestart met borstvoeding.

Noemer 2001 - 2015: aantal vrouwen dat korter dan 7 maanden geleden was bevallen en deelnam aan de peiling. 

Toelichting bij berekening

Vanaf 2018 wordt data verkregen via een van de 7 deelnemende JGZ organisaties in Nederland. Een JGZ professional registreert deze data tijdens een contact(moment) met de zuigeling en zijn/haar ouders. Persoonskenmerken van de moeder (opleiding, leeftijd en geboorteland) zijn vergeleken met landelijke cijfers van het  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek). Hieruit is gebleken dat de studiepopulatie representatief is voor de gehele populatie. 

Voor de Peiling melkvoeding van zuigelingen uitgevoerd door TNO in 2015 werden op 333 JGZ-locaties in Nederland uitnodigingen uitgedeeld om deel te nemen aan de vragenlijst. In totaal zijn 16.545 vrouwen uitgenodigd om deel te nemen, hiervan zijn uiteindelijk 1.740 vragenlijsten geschikt bevonden voor analyse. Er hebben relatief veel hoger opgeleide vrouwen met een Nederlandse afkomst deelgenomen, er is echter wel gecorrigeerd voor opleidingsniveau. 

Het internationale cijfer voor Nederland is gebaseerd op de Peiling melkvoeding van zuigelingen 2015 (TNO).

Interpretatie

Deze indicator zegt iets over de mate van voorlichting/begeleiding aan de moeder en de samenwerking tussen de verloskundige en kraamhulp. Het geven van borstvoeding heeft belangrijke voordelen voor kind en moeder en wordt daarom ook door de WHO aangeraden. Diverse studies leggen een relatie tussen borstvoeding en een verminderde kans op ziekten bij zowel het kind als de moeder ( Buijssen et al. 2015 Buijssen, M., Jajou, R., van Kessel, F. G. B., Vonk Noordegraaf-Schouten, M. J. M., Zeilmaker, M. J., Wijga, A. H., van Harskamp, F., Health effects of breastfeeding: an update. Systematic literature review, Bilthoven (2015) Victora et al. 2016 Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016) ). Daarnaast speelt het een grote rol tussen de hechting en de ontwikkeling van het kind ( Horta et al. 2007 Horta, B. L., Bahl, R., Martines, J. C., Victora, C. G., Evidence on the long-term effects of breastfeeding: systematic review and meta-analyses, Geneva (2007) ).

Toelichting bij de referentiewaarde

In de peiling van 2015 startte 90% van de hoogopgeleide vrouwen met borstvoeding. Deze referentiewaarde gebruiken voor alle vrouwen. 

Jaar

Nederlands cijfer: 2018

Internationale vergelijking: 2015