Toelichting bij de tabel
* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 5, waarbij van links naar rechts geldt:
1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.
** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.
Vrouwen die direct na de geboorte uitsluitend borstvoeding geven
| Indicatorwaarde | Internationale vergelijking | 6-jarige trend |
|---|---|---|
53% |
Ongunstig |
Dalend; Ongunstig |
Interpretatie indicator
Deze indicator zegt iets over de mate van voorlichting aan en begeleiding van moeders. Er is bijvoorbeeld gebleken dat er meerdere instructies over aanleggen nodig zijn voor een blijvend positief effect op de duur van de borstvoedingsperiode. Ook is het noodzakelijk dat moeders een individuele benadering krijgen en geen standaardinstructie. Daarnaast blijken huisbezoeken door de jeugdgezondheidszorgprofessionals en uitleg van kraamverzorgenden effectief. Dit geldt ook voor begeleiding door verloskundigen, lactatiekundigen en verpleegkundigen (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, 2015 (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Richtlijn: Borstvoeding (2015, multidisciplinair) (2015))).
Het geven van borstvoeding heeft verschillende positieve effecten op de gezondheid van zowel kind als moeder en wordt daarom ook door de WHO aangeraden. Veel studies, inclusief systematische literatuurstudies, leggen een relatie tussen borstvoeding en een verminderde kans op ziekten bij zowel het kind als de moeder (Victora et al., 2016 (Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016)); Pinho-Gomes et al., 2021 (Pinho-Gomes, A.C., Morelli, G., Jones, A., Woodward, M., Association of lactation with maternal risk of type 2 diabetes: A systematic review and meta-analysis of observational studies (2021)); Tschiderer et al., 2022 (Tschiderer, L., Seekircher, L., Kunutsor, S.K., Peters, S.A.E., Breastfeeding Is Associated With a Reduced Maternal Cardiovascular Risk: Systematic Review and Meta-Analysis Involving Data From 8 Studies and 1 192 700 Parous Women (2022)); Patnode et al., 2025 (Patnode, C.D., Henrikson, N.B., Webber, E.M., Blasi, P.R., Senger, C.A., Guirguis-Blake, J.M., Breastfeeding and Health Outcomes for Infants and Children: A Systematic Review (2025))), zie ook Borstvoeding | Gevolgen. Om borstvoeding te geven, is het belangrijk om direct na de geboorte daarmee te starten.
Trend
Skip chart 'Vrouwen die direct na de geboorte uitsluitend borstvoeding geven 2001-2023' and go to datatableBron: Rapport Peiling Melkvoeding 2023
- Voor de jaren 2005, 2007, 2010, 2015 en 2023 werden de percentages gewogen voor het opleidingsniveau van de moeder vanwege de relatief lage respons bij laagopgeleide vrouwen
- In 2018 is een andere methodiek voor de dataverzameling gebruikt, namelijk via het Digitaal Dossier van de Jeugdgezondheidszorg (DD JGZ (Jeugdgezondheidszorg)); in voorgaande peilingen ging dit via landelijke vragenlijsten
Internationaal
Skip chart 'Vrouwen die direct na de geboorte uitsluitend borstvoeding geven 2015' and go to datatableBron: Theurich et al., 2019 (Theurich, M. A., Davanzo, R., Busck-Rasmussen, M., Díaz-Gómez, MN., Kylberg, E., Baerug, A., McHugh, L., Weikert, C., Abraham, K., Koletzko, B., Breastfeeding rates and programs in Europe: A survey of 11 national Breastfeeding Committees and Representatives (2019))
Verantwoordingstabel
| Toelichting | |
|---|---|
| Berekening | Teller: aantal vrouwen dat korter dan 1 jaar geleden was bevallen en deelnam aan de peiling en dat na de geboorte is gestart met borstvoeding. Noemer: aantal vrouwen dat korter dan 1 jaar geleden was bevallen en deelnam aan de peiling. |
| Toelichting bij berekening | Voor de Peiling Melkvoeding 2023 uitgevoerd door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid werden ouders in de doelgroep opgeroepen om online een anonieme vragenlijst in te vullen. De uitnodiging voor de vragenlijst werd verspreid via alle JGZ (Jeugdgezondheidszorg)-locaties in Nederland en via social media. Er zijn 4.657 vragenlijsten ingevuld, waarvan 3.871 voldeden aan de selectiecritera en dus werden meegenomen in de analyse. In de studiepopulatie zaten relatief veel vrouwen met een hbo- of wo-opleiding en een Nederlandse afkomst. Er is een weging toegepast om te corrigeren voor opleidingsniveau. Het internationale cijfer voor Nederland is gebaseerd op de Peiling melkvoeding van zuigelingen 2015 (TNO). |
| Bron | Rapport Peiling Melkvoeding 2023 |
| Wijzigingsdatum | 27-05-2024 |
- S. Brukx (RIVM)
- R. Gijsen (RIVM)
- C. Hendriks (RIVM)