Toelichting bij de tabel
* De internationale vergelijking laat zien hoe Nederland presteert ten opzichte van andere hoge-inkomenslanden. Aan de hand van kwartielen geven de gekleurde vlakjes weer in welke scorecategorie Nederland valt. De scores lopen van 1 tot en met 4, waarbij van links naar rechts geldt:
1 = zeer ongunstig, 2 = ongunstig, 3 = gunstig en 4 = zeer gunstig.
** Deze indicatoren hebben geen individuele achtergrondpagina. Voor deze indicatoren verwijzen we naar het betreffende onderwerp binnen VZinfo of een kerncijferpagina in De Staat VenZ, waar meer informatie en toelichting te vinden is over de cijfers.
Pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt met de neonatale hielprikscreening (NHS), dat daadwerkelijk is opgespoord met de NHS
| Indicator | Internationale vergelijking | 3-jarige trend |
|---|---|---|
| 98,7% Verslagjaar: 2023 | Niet beschikbaar |
Stabiel |
Interpretatie indicator
De hielprik wordt gebruikt om een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen op te sporen. Door een vroege opsporing kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind worden voorkomen of beperkt. De hielprik wordt daarom in de eerste week na de geboorte afgenomen door een medewerker van de thuiszorg, GGD (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst) of verloskundige. Sinds de start van de hielprikscreening wordt het aantal aandoeningen waarop gescreend wordt steeds uitgebreid. Tussen 2011 en 2016 werd gescreend op 17-18 aandoeningen, in 2017-2018 waren dit er 19 en vanaf 2019 zijn dit er 22. In 2020-2021 werd gescreend op 23 aandoeningen en vanaf 2022 werd dit aantal wederom uitgebreid tot 26 aandoeningen. Vanaf 1 oktober 2023 zijn er 27 ziekten die de hielprik opspoort.
Verantwoordingstabel Hielprikscreening: opgespoorde aandoeningen
| Toelichting | |
|---|---|
| Berekening | Teller: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt met de NHS, dat daadwerkelijk is opgespoord middels de NHS. De kinderen bij wie de aandoening niet door de screening wordt opgespoord, worden soms veel later gediagnosticeerd, al is dat vaak wel binnen het eerste levensjaar. De indicator voor een recent jaar kan in de toekomst daarom nog worden bijgesteld als in een later jaar een kind wordt geregistreerd dat in een eerder jaar is gemist door de screening. |
| Inclusie en exclusie | Pasgeborenen waarbij één van de aandoeningen waarop wordt gescreend al was gediagnosticeerd voordat de hielprik was uitgevoerd, zijn geëxcludeerd uit de teller en noemer. De aandoening OCTN2-deficiëntie die ook met de hielprik wordt opgespoord, maar die niet het doel is van de NHS (nevenbevinding) wordt niet meegenomen in deze indicator. Cystische fibrose met meconium Ileus is wél meegenomen, ook al wordt de diagnose vaak al gesteld voordat de uitslag van de hielprik bekend is. Kinderen met cystische fibrose met meconium ileus die niet via de NHS worden opgespoord, tellen niet mee in de teller maar wel in de noemer. |
| Referentiewaarde | Het streven is om alle pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, op te sporen. |
| Bron | Monitor van de neonatale hielprikscreening (TNO) De cijfers komen uit de Monitor neonatale hielprikscreening. TNO voert deze monitor uit in opdracht van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)-Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB). Voor de Monitor worden twee registratiesystemen gebruikt, Praeventis en Neorah. Praeventis bevat gegevens van kinderen die in aanmerking komen voor de hielprik en Neorah bevat gegevens van kinderen die vanwege een afwijkende hielprikuitslag zijn verwezen naar een kinderarts, inclusief de gestelde diagnose. Ook kinderen die niet via de hielprikscreening zijn opgespoord, maar later wel een aandoening waarop met de hielprikscreening gescreend wordt blijken te hebben (de 'gemiste kinderen'), worden na melding bij het RIVM in Neorah geregistreerd. |
| Wijzigingsdatum | 03-03-2025 |
- S. Brukx (RIVM)
- R. Gijsen (RIVM)
- C. Hendriks (RIVM)