Percentage vroeggeboorte, laag geboortegewicht en Big2 2024

Sla de grafiek 'Percentage vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht 2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Perined, 2026

  • Big2 is de combinatie van vroeggeboorte (vóór 37 weken zwangerschapsduur) en/of een laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur (< p10 Hoftiezer).

16,1% van kinderen te vroeg geboren en/of met laag geboortegewicht voor zwangerschapsduur

Van alle kinderen die in 2024 geboren werden was 16,1% te vroeg geboren (vóór 37 weken zwangerschapsduur) en/of had een laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). De combinatie van vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht wordt ook wel aangeduid als ‘Big2’ en is één van de indicatoren om de resultaten van het Actieprogramma Kansrijke Start te monitoren. Dit programma richt zich op kinderen in de eerste 1.000 dagen van hun leven (-12 maanden tot 2 jaar), en heeft speciaal aandacht voor kinderen die geboren worden in een gezin dat te maken heeft met kwetsbare situatie. Zie Landelijke Monitor Kansrijke Start | RIVM voor meer informatie over de indicator. 

6,7% te vroeg geboren en 11,1% had laag geboortegewicht

Van alle kinderen geboren in 2024 werd 6,7% te vroeg geboren. In totaal ging het om 10.757 kinderen. Het grootste deel (5,7% of wel 9.080 kinderen) werd tussen 32 en 36 weken geboren. 258 baby's (0,16% van alle baby's) werden extreem vroeg geboren (vóór 26 weken zwangerschap) ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). Verder had in 2024 11,1% (17.687 kinderen) van alle levend- en doodgeboren kinderen bij geboorte een laag gewicht voor de zwangerschapsduur ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). Een laag gewicht voor de zwangerschapsduur is gedefinieerd als een geboortegewicht onder het 10de percentiel op de geboortegewichtcurven (Hoftiezer-gewichtspercentielen). Deze curven geven weer wat het optimale geboortegewicht is van kinderen geboren bij de betreffende zwangerschapsduur. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar geslacht ( Hoftiezer, L, Hof, MH. P., Dijs-Elsinga, J, Hogeveen, M, Hukkelhoven, C.W.P.M., van Lingen, RA., From population reference to national standard: new and improved birthweight charts (2018) Perined, Perinatale zorg in Nederland anno 2018: landelijke perinatale cijfers en duiding, Utrecht (2019) ). Zowel te vroeg geboren kinderen (voor 37 weken) als op tijd geboren kinderen (vanaf 37 weken) kunnen een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap hebben. De percentages vroeggeboorte en laag geboortegewicht  kunnen daarom niet bij elkaar worden opgeteld tot de Big2. 


Trend in Big2

Sla de grafiek 'Trend in vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht 2015-2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Perined, 2026 

  • Big2 is de combinatie van vroeggeboorte (vóór 37 weken zwangerschapsduur) en/of een laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur (< p10 Hoftiezer).

Percentage vroeggeboorte en laag geboortegewicht voor zwangerschapsduur tussen 2015 en 2024 licht gedaald

Het percentage kinderen dat te vroeg geboren werd en/of een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap had (samen Big2 genoemd) daalde licht van 17,1% in 2015 naar 16,1% in 2024. Het percentage vroeggeboorte is licht gedaald van 7,0% in 2015 naar 6,7% in 2024. Het percentage baby’s met een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap is in dezelfde periode gedaald van 11,8% naar 11,1%. Sinds 2021 is het percentage baby’s met een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap weer licht gestegen. Dit blijkt uit gekoppelde gegevens van gynaecologen, verloskundigen en kinderartsen ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ).  

Mogelijke verklaringen voor trends

In het kader van de Monitoringsfunctie Eerste Duizend Dagen doet het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) samen met partijen in de geboortezorg onderzoek naar factoren die van invloed zijn op veranderingen in het percentage kinderen dat te vroeggeboren is en/of een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap had. 

Waarschijnlijk spelen meerdere factoren een rol (multifactorieel) bij het ontstaan van een vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Het gaat hierbij onder meer om demografische kenmerken (zoals leeftijd, herkomst, opleiding en inkomen), meerlingzwangerschap, pariteit, leefstijl, arbeidsomstandigheden, aandoeningen en infecties bij de moeder, mentale gezondheid, leefomgeving en zorggerelateerde factoren ( Bradley, Blencowe, Moller, Okwaraji, Sadler, Gruending, Moran, Requejo, Ohuma, Lawn, Born too soon: global epidemiology of preterm birth and drivers for change (2025) Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) Gurung, Tong, Bryce, Katz, Lee, Black, Walker, A systematic review on estimating population attributable fraction for risk factors for small-for-gestational-age births in 81 low- and middle-income countries (2022) Posthumus, AG., Borsboom, GJ., Poeran, J, Steegers, EA. P., Bonsel, GJ., Geographical, Ethnic and Socio-Economic Differences in Utilization of Obstetric Care in the Netherlands. (2016) ). Deze factoren kunnen gelijktijdig voorkomen of de aanwezigheid van een risicofactor vergroot de kans op aanwezigheid van een andere risicofactor ( Timmermans, Bonsel, Steegers-Theunissen, R.P.M., Mackenbach, Steyerberg, Raat, H., Verbrugh, Tiemeier, Hofman, Birnie, Looman, Jaddoe, V.W.V., Steegers, E.A.P, Individual accumulation of heterogeneous risks explains perinatal inequalities within deprived neighbourhoods (2011) ; Lanting, CI., Segaar, D, Bennebroek-Gravenhorst, J, Buitendijk, S. E., van Wouwe, J. P., Crone, M. R., Clustering of socioeconomic, behavioural, and neonatal risk factors for infant health in pregnant smokers. (2009) Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) ). Een voorbeeld is de leeftijd van vrouwen. De kans op vroeggeboorte is verhoogd voor vrouwen ouder dan 35 jaar. Mogelijk hangt dit samen met andere risicofactoren voor vroeggeboorte die vaker voorkomen bij vrouwen boven de 35, zoals chronische ziekten en meerlingzwangerschappen. Niet alle vroeggeboorten ontstaan spontaan. Een deel is het gevolg van medisch ingrijpen (iatrogeen). Dit kan het geval zijn bij problemen tijdens de zwangerschap die het noodzakelijk maken dat het kind eerder geboren wordt. In die situaties wordt door de behandelaren het risico voor het kind ín de baarmoeder groter geacht dan daarbuiten.


 

Trend in Big2 naar kwetsbaarheid

Sla de grafiek 'Trend in vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht naar kwetsbaarheid 2017-2021' over en ga naar de datatabel

Bron: Perined, 2022;  RIVM, Monitor Kansrijke Start 2023. RIVM-rapport 2023-0463, Bilthoven (2024)

  • De trendlijnen tonen de 'Big2'. Dit is de combinatie van vroeggeboorte (vóór 37 weken zwangerschapsduur) en/of een laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur (< p10 Hoftiezer).
  • Voor informatie over de gebruikte definitie van kwetsbaarheid zie Kansrijke Start | Kwetsbaarheid

Percentage Big2 hoger voor kinderen die te maken hebben met een kwetsbare situatie

Het percentage kinderen met een vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap (Big2) is hoger wanneer deze kinderen te maken hebben met een kwetsbare situatie in vergelijking met kinderen waarvoor dit niet geldt. Wel daalde het percentage van 22,3% in 2017 naar 20,7% in 2021. Onder kinderen die niet te maken hebben met een kwetsbare situatie daalde het percentage van 14,6% in 2017 naar 14,2% in 2021 ( RIVM, Monitor Kansrijke Start 2023. RIVM-rapport 2023-0463, Bilthoven (2024) ). De definitie van kwetsbaarheid is gebaseerd op een combinatie van verschillende risico- en beschermende factoren. De volgende factoren over de moeder en het huishouden zijn hierbij meegenomen: leeftijd, etniciteit, aantal bevallingen, asielzoekersstatus, opleidingsniveau, huishoudinkomen, sociaaleconomische positie (bron van inkomen), schulden, type arbeidscontract, gezinssituatie, burgerlijke staat, scheiding, gezinsgrootte, jeugdondersteuning in gezin, zorguitgaven (totaal, huisarts, ziekenhuis), medicatiegebruik, verslaving, licht verstandelijke beperking, slachtoffer/ verdachte van misdrijf, detentie, verhuizingen, verlies partner of kind, woning- en motorvoertuigbezit, afstand tot huisarts, leefbaarheid van de buurt  ( RIVM, Monitor Kansrijke Start 2023. RIVM-rapport 2023-0463, Bilthoven (2024) ). Een kanttekening hierbij is dat enkele belangrijke risicofactoren, zoals roken en arbeidsomtandigheden, niet konden worden meegenomen bij de bepaling van kwetsbaarheid door het ontbreken van kwalitatief goede data.


  • T.H. van den Akker (LUMC)
  • J.V. Been (Erasmus MC)
  • M.M. Harbers, red. (RIVM)