Sterfte naar geboortegewicht

Sla de grafiek 'Sterfte naar geboortegewicht in 2024' over en ga naar de datatabel

Bron:  Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ; gegevens bewerkt door het  (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • Absolute aantal sterfgevallen en aantal levend- en doodgeboren kinderen alleen zichtbaar in de tabelweergave.
  • (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) (28d): Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer (foetale sterfte) en sterfte in de eerste 28 dagen (laat  (Aantal overledenen in de eerste vier levensweken. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.)); per 1.000 levend- en doodgeboren kinderen.

Hogere sterfte bij lager geboortegewicht 

De  (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.) is het hoogst bij kinderen met een geboortegewicht onder het tiende percentiel (P10) op de Hoftiezer geboortegewichtcurve ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). Dit zijn de kinderen waarbij het geboortegewicht lager is dan men zou verwachten op basis van geslacht en zwangerschapsduur. 


  • T.H. van den Akker (LUMC)
  • J.V. Been (Erasmus MC)
  • M.M. Harbers, red. (RIVM)