In 2017 bedroegen uitgaven aan gezondheidszorg 88 miljard euro

In 2017 werd 88 miljard euro uitgegeven aan de Nederlandse gezondheidszorg. Dit is ruim 5.100 euro per inwoner. De uitgaven waren met 25 miljard het hoogst voor psychische stoornissen (waaronder dementie en verstandelijke beperkingen). Deze aandoeningen gaan vaak gepaard met intensieve en langdurige zorg. Deze bedragen zijn gebaseerd op een extrapolatie van cijfers uit de Kosten van Ziekten-studie over peiljaar 2015 met behulp van nieuwe zorguitgavencijfers en demografische gegevens over 2017. Bij deze extrapolatie wordt aangenomen dat er aan de verdeling van de zorguitgaven over de aandoeningen tussen 2015 en 2017 niets is veranderd. Ook is hierbij het maatschappelijk perspectief op de zorguitgaven gehanteerd. Dat houdt in dat alle directe collectieve én private zorguitgaven worden meegenomen, maar niet uitgaven voor welzijnsactiviteiten, jeugdzorg en kinderopvang.

Meer informatie


Helft zorguitgaven voor ziekenhuiszorg en ouderenzorg

In 2017 werd 26,7 miljard euro uitgegeven aan ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg. Dit komt overeen met 30% van de totale zorguitgaven. Naar ouderenzorg ging 18 miljard euro (21% van het totaal). Samen zijn deze twee sectoren dus verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de zorguitgaven. In 2017 werd er in totaal 88 miljard euro uitgegeven aan de Nederlandse gezondheidszorg. 

Meer informatie


Helft uitgaven curatieve zorg voor vier diagnosegroepen

De helft van de uitgaven aan curatieve zorg gaat naar psychische stoornissen, ziekten van het spijsverteringsstelsel, nieuwvormingen (kanker en goedaardige tumoren) en hart- en vaatziekten. Daarmee verschilt het uitgavenpatroon voor curatieve zorg aanzienlijk van die voor langdurige zorg. Bij langdurige zorg gaat ongeveer 80% van de uitgaven naar psychische stoornissen (waaronder dementie en verstandelijke beperking) en hart- en vaatziekten.

Meer informatie


Uitgaven langdurige zorg vooral naar psychische stoornissen en hart- en vaatziekten

Ongeveer 80% van de uitgaven aan langdurige zorg gaat naar psychische stoornissen (waaronder dementie en verstandelijke beperking) en hart- en vaatziekten. Daarmee verschilt het uitgavenpatroon voor langdurige zorg aanzienlijk van die voor curatieve zorg. Bij curatieve zorg gaat de helft  van de uitgaven naar de volgende vier diagnosegroepen: psychische stoornissen, ziekten van het spijsverteringsstelsel, nieuwvormingen (kanker en goedaardige tumoren) en hart- en vaatziekten.

Meer informatie


Zorguitgaven voor mannen en vrouwen verschillen per leeftijd

Tot 14 jaar zijn de uitgaven door perinatale zorg en ongevallen hoger onder jongens dan onder meisjes. In de leeftijd van 15 tot 54 jaar hebben vrouwen hogere uitgaven vanwege anticonceptie, zorg rond de zwangerschap, bevalling en kraambed en borstkanker. Tussen 55 en 79 jaar zijn de zorguitgaven hoger voor mannen als gevolg van hart- en vaatziekten en kanker. Vanaf 80 jaar lopen de zorguitgaven sterk op, met name als gevolg van dementie. Ook zijn vanaf die leeftijd de zorguitgaven voor vrouwen gemiddeld hoger. Dit komt doordat zij vaak minder mantelzorg krijgen en vaker zijn aangewezen op een verpleeghuis. In 2017 werd gemiddeld ruim 5.100 euro per inwoner uitgegeven aan de Nederlandse gezondheidszorg. 

Meer informatie


Uitgaven psychische stoornissen vooral voor mannen van 25-64 jaar 

De verdeling van de zorguitgaven naar leeftijd verschilt tussen diagnosegroepen. Zo zijn de uitgaven aan psychische stoornissen relatief hoog voor mannen van 25 tot en met 64 jaar. Verder zijn de uitgaven aan bewegingsstelsel en bindweefstel en ziekten van het spijsverteringsstelsel relatief hoog voor mannen van 45 tot en met 64 jaar en de uitgaven voor hart- en vaatziekten en nieuwvormingen (kanker en goedaardige tumoren) voor mannen van 45 tot en met 74 jaar. Ook zijn er verschillen met de verdeling van de uitgaven naar leeftijd bij vrouwen. Bij vrouwen concentreren de uitgaven aan psychische stoornissen, hart- en vaatziekten en letsels zich in hogere leeftijdsgroepen (75 jaar en ouder) dan bij mannen.

Meer informatie


Uitgaven psychische stoornissen vooral voor vrouwen ouder dan 75 jaar

De verdeling van de zorguitgaven naar leeftijd verschilt tussen diagnosegroepen. Zo zijn de uitgaven aan psychische stoornissen (waaronder dementie en verstandelijke beperking), hart- en vaatziekten en letsels relatief hoog voor vrouwen van 75 jaar en ouder. Verder zijn de uitgaven voor nieuwvormingen (kanker en goedaardige tumoren) relatief hoog voor vrouwen van 45 tot en met 64 jaar en de uitgaven voor zwangerschap, bevalling en kraambed voor de leeftijdsgroep 25 tot en met 44 jaar. Ook zijn er verschillen met de verdeling van de uitgaven naar leeftijd bij mannen. Zo zijn de uitgaven aan psychische stoornissen relatief hoog voor mannen van 25 tot en met 64 jaar en de uitgaven voor hart- en vaatziekten voor mannen van 45 tot en met 74 jaar.

Meer informatie

  • M.H.D. Plasmans (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • V.R. Ramjiawan (RIVM)
  • R.A.A. Vonk (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)