Positieve effecten van borstvoeding voor het kind
Borstvoeding is geassocieerd met verschillende gezondheidsuitkomsten voor zuigelingen en moeders. Deze associaties wijzen over het algemeen op een verminderd risico op aandoeningen. Dit geldt voor otitis media (middenoorontsteking), astma, (ernstig) overgewicht (Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2 ) en kinderleukemie (Patnode et al., 2025 (Patnode, C.D., Henrikson, N.B., Webber, E.M., Blasi, P.R., Senger, C.A., Guirguis-Blake, J.M., Breastfeeding and Health Outcomes for Infants and Children: A Systematic Review (2025))). Voor kwetsbare kinderen, zoals te vroeg geborenen, is het mogelijk extra belangrijk om borstvoeding te krijgen. Het verband tussen de consumptie van moedermelk en de gezondheid van te vroeg geboren zuigelingen is goed bestudeerd, met een focus op het voorkomen van necrotiserende enterocolitis (Necrotiserende enterocolitis (NEC) is een ontsteking van de darmen die vooral voorkomt bij te vroeg geboren kinderen.) (NEC). NEC is een levensbedreigende aandoening die meestal te vroeg geboren zuigelingen treft. De consumptie van moedermelk heeft een beschermend effect op het ontstaan van NEC (Patnode et al., 2025 (Patnode, C.D., Henrikson, N.B., Webber, E.M., Blasi, P.R., Senger, C.A., Guirguis-Blake, J.M., Breastfeeding and Health Outcomes for Infants and Children (Report). Systematic Review , Rockville (2025))).
Positieve effecten van borstvoeding voor de moeder
Er zijn aanwijzingen dat het geven van borstvoeding het risico op diabetes type II en cardiovasculaire aandoeningen verkleint (Pinho-Gomes et al., 2021 (Pinho-Gomes, A.C., Morelli, G., Jones, A., Woodward, M., Association of lactation with maternal risk of type 2 diabetes: A systematic review and meta-analysis of observational studies (2021)); Tschiderer et al., 2022 (Tschiderer, L., Seekircher, L., Kunutsor, S.K., Peters, S.A.E., Breastfeeding Is Associated With a Reduced Maternal Cardiovascular Risk: Systematic Review and Meta-Analysis Involving Data From 8 Studies and 1 192 700 Parous Women (2022)); Buijssen et al., 2015 (Buijssen, M., Jajou, R., van Kessel, F. G. B., Vonk Noordegraaf-Schouten, M. J. M., Zeilmaker, M. J., Wijga, A. H., van Harskamp, F., Health effects of breastfeeding: an update. Systematic literature review, Bilthoven (2015))). In andere studies zijn aanwijzingen gevonden voor het beschermende effect van borstvoeding geven op het ontwikkelen van borstkanker, en ook aanwijzingen voor een beschermend effect op eierstokkanker (Victora et al., 2016 (Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016))).
Effecten van borstvoeding zijn moeilijk duidelijk aan te tonen
Bij alle gevonden gezondheidsuitkomsten is niet goed aan te geven wat de minimale duur of intensiteit van de borstvoeding moet zijn voor een positief effect. Evenmin zijn er voldoende goede gegevens om uitspraken te doen over de methode (aan de borst versus na kolven) of bron van de borstvoeding (biologische moeder versus donor).
Tabel: Beschermende effecten van borstvoeding krijgen (kind) en geven (moeder) op ziekten en aandoeningen
| Mate van bewijs | Kind | Moeder |
|---|---|---|
| Redelijk bewijs |
|
|
| Enig bewijs |
|
|
Bronnen: Patnode et al., 2025 (Patnode, C.D., Henrikson, N.B., Webber, E.M., Blasi, P.R., Senger, C.A., Guirguis-Blake, J.M., Breastfeeding and Health Outcomes for Infants and Children: A Systematic Review (2025)); Buijssen et al., 2015 (Buijssen, M., Jajou, R., van Kessel, F. G. B., Vonk Noordegraaf-Schouten, M. J. M., Zeilmaker, M. J., Wijga, A. H., van Harskamp, F., Health effects of breastfeeding: an update. Systematic literature review, Bilthoven (2015)); Lodge et al., 2015 (Lodge, C. J., Tan, D. J., Lau, M. X. Z., Dai, X., Tham, R., Lowe, A. J., Bowatte, G., Allen, K. J., Dharmage, S. C., Breastfeeding and asthma and allergies: a systematic review and meta-analysis. (2015)); Victora et al., 2016 (Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016)); Tschiderer et al., 2022 (Tschiderer, L., Seekircher, L., Kunutsor, S.K., Peters, S.A.E., Breastfeeding Is Associated With a Reduced Maternal Cardiovascular Risk: Systematic Review and Meta-Analysis Involving Data From 8 Studies and 1 192 700 Parous Women (2022))
Milieucontaminanten in moedermelk nadelig voor zuigeling
Met het geven van borstvoeding kan een moeder enkele verontreinigende stoffen, zoals vetoplosbare dioxinen en pcb's overbrengen op haar kind. Blootstelling aan relatief hoge concentraties dioxinen en pcb's hangt samen met een slechtere score in tests voor neurologische en cognitieve ontwikkeling. De effecten zijn echter niet groot en worden klinisch als weinig relevant beschouwd (Zeilmaker et al., 2020 (Zeilmaker, M. J., Moermond, C. T. A., Brandon, E., Hoogerhuis, P., Razenberg, L., Janssen, M. P. M., Persistent organic pollutants in human milk in the Netherlands, Bilthoven (2020))). In Nederland nemen de concentraties dioxinen in moedermelk de laatste jaren af (Zeilmaker et al., 2020 (Zeilmaker, M. J., Moermond, C. T. A., Brandon, E., Hoogerhuis, P., Razenberg, L., Janssen, M. P. M., Persistent organic pollutants in human milk in the Netherlands, Bilthoven (2020))). Het nadelige effect van mogelijk aanwezige milieucontaminanten in moedermelk weegt niet op tegen de gezondheidsvoordelen van borstvoeding (Zeilmaker et al., 2020 (Zeilmaker, M. J., Moermond, C. T. A., Brandon, E., Hoogerhuis, P., Razenberg, L., Janssen, M. P. M., Persistent organic pollutants in human milk in the Netherlands, Bilthoven (2020))).
Verhoogd risico op tandbederf bij borstvoeding langer dan 12 maanden
Baby's die langer dan 12 maanden borstvoeding krijgen hebben een verhoogd risico op tandbederf. In het licht van de voordelen van borstvoeding zou dit echter niet moeten leiden tot het ontmoedigen van borstvoeding, maar veeleer tot het benadrukken van het belang van een goede mondhygiëne (Victora et al., 2016 (Victora, CG., Bahl, R, Barros, AJ. D., França, GV. A., Horton, S, Krasevec, J, Murch, S, Sankar, MJeeva, Walker, N, Rollins, NC., Lancet Breastfeeding Series Group, Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. (2016))).
Moedermelk voorziet niet in voldoende vitamine K
Borstvoeding bevat minder vitamine K (1 à 2 µg/l) dan flesvoeding (ongeveer 60 µg/l). Alle zuigelingen krijgen vitamine K toegediend na de geboorte. Dat is nodig, omdat een tekort aan deze vitamine kan leiden tot bloedingen, die ernstige, soms levenslange, gevolgen kunnen hebben. Toediening gebeurt via druppels in de mond (oraal). De Gezondheidsraad adviseert om zuigelingen die borstvoeding krijgen de vitamine K toe te dienen via een intramusculaire injectie (Gezondheidsraad, 2025). Daarmee zijn ze beter beschermd tegen het optreden van bloedingen. De minister heeft echter besloten de huidige praktijk met druppels voort te zetten vanwege het gebrek aan draagvlak bij verloskundigen (KNOV, 2025).
Afweging borstvoeding bij medicijngebruik of infectieziekte
Via de borstvoeding kunnen ook virussen en medicijnen via de moedermelk bij het kind terechtkomen. Een individuele afweging van de positieve en negatieve effecten is dan noodzakelijk. Dit kan het geval zijn wanneer er bij de moeder sprake is van bepaalde infectieziekten zoals aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome) en hiv (Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus))-infectie, medicijngebruik (bijvoorbeeld antidepressiva) of extreme blootstelling aan milieucontaminanten (van Harskamp et al., 2005 (van Harskamp, F., Buchner, F.L., Hoekstra, J., Quantification of health effects of breastfeeding - Review of the literature and model simulation, Bilthoven (2005))). In Nederland wordt hiv-geïnfecteerde vrouwen geadviseerd geen borstvoeding te geven, maar wordt flesvoeding aanbevolen.
- C.I. Lanting (TNO)
- E.A. van der Wilk, red. (RIVM)