Tabel: Ziekenhuiszorg vanwege drugsgebruik in 2023
| Drugsoort | Hoofddiagnose | Nevendiagnose | Meer informatie |
|---|---|---|---|
| Cannabis | 230 | 2.900 | Nationale Drug Monitor |
| Psychostimulantia | 320 | 750 | Nationale Drug Monitor |
| Cocaïne | 120 | 1.800 | Nationale Drug Monitor |
- Cijfers zijn afgerond op tientallen
Drugsproblematiek in ziekenhuizen vaker nevendiagnose dan hoofddiagnose
In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen ongeveer 230 (Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd.), dagopnamen of (Een observatie is een 'langdurige observatie zonder overnachting'. Dit is een niet geplande vorm van verpleging van minimaal vier aaneengesloten uren, zonder overnachting, op een voor verpleging ingerichte afdeling, met als doel observatie van de patiënt. Een observatie omvat ten minste een systematische controle van de conditie van de patiënt op bepaalde parameters zoals bewustzijn, bloeddruk of lichaamstemperatuur.) waarbij cannabisproblematiek de hoofddiagnose was, ongeveer 320 vanwege psychostimulantia (zoals amfetamine, ecstasy en 3-MMC) en ongeveer 120 vanwege cocaïnegebruik. Vooral cannabis- en cocaïneproblematiek waren veel vaker een nevendiagnose dan een hoofddiagnose. Zowel het aantal hoofd- als nevendiagnosen vanwege cannabisgebruik is tussen 2015 en 2023 gestegen. Dit geldt ook voor de nevendiagnosen vanwege psychostimulantia en cocaïnegebruik, maar het aantal hoofddiagnosen vanwege psychostimulantia en cocaïnegebruik is juist licht gedaald.
Meeste inschrijvingen verslavingszorg bij 25 tot en met 54-jarigen
Van de cliënten die in 2024 waren ingeschreven bij de verslavingszorg, waren de leeftijdsgroepen 25 tot en met 39 jaar en 40 tot en met 54 jaar het meest vertegenwoordigd. Onder cliënten met als primaire problematiek alcohol of opiaten waren relatief veel 40 tot en met 54-jarigen. Bij cliënten met cocaïne, cannabis of amfetamine als primaire problematiek waren 25 tot en met 39-jarigen het meest vertegenwoordigd. Bijna driekwart van de cliënten (73%) waren mannen. Alcoholgebruik was de meest voorkomende primaire problematiek bij 44% van de cliënten. Cannabis komt daarna het meest voor (15% van de cliënten), gevolgd door cocaïne en opiaten (beiden 12%). De verhouding tussen het aantal nieuwe cliënten en cliënten die al vaker behandeld zijn, verschilt per soort problematiek. Bij opiaten is het aandeel herhaalde behandelingen het hoogst (93%); bij cannabis het laagst (67%). Deze gegevens zijn gebaseerd op een registratie door 32 Nederlandse verslavingszorginstellingen ( Wisselink, D.J., Slink, J.B., Kerssies, J.P., Kerncijfers Verslavingszorg 2015 – 2024, Houten (2025) ).
- H. Giesbers, red. (RIVM)
- E.M. Zantinge, red. (RIVM)