Jaarprevalentie osteoporose 2021

Sla de grafiek Jaarprevalentie osteoporose in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95

Vijf keer zoveel vrouwen als mannen met osteoporose bekend bij de huisarts

In 2021 hadden naar schatting 537.000 personen osteoporose: 89.100 mannen en 448.000 vrouwen. Dit zijn schattingen op basis van huisartsenregistraties. Dit komt overeen met 10,2 osteoporosepatiënten per 1.000 mannen en 50,8 per 1.000 vrouwen. Door afronding wijkt het totaal aantal personen met de diagnose iets af van de som van het aantal mannen en vrouwen. Het aantal personen met osteoporose neemt toe met de leeftijd. De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2021 bekend waren bij de huisarts voor osteoporose. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2021 contact te hebben gehad met de huisarts voor osteoporose.

Ongeveer 135.100 mensen in zorg met osteoporose

In 2021 waren er naar schatting 135.100 mensen met osteoporose die voor deze klacht zorg hebben gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn (zorgprevalentie): 21.000 mannen en 114.100 vrouwen (Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn).


    Nieuwe gevallen osteoporose 2021

    Sla de grafiek Nieuwe gevallen osteoporose in huisartsenpraktijk 2021 over en ga naar de datatabel

    Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95

    Bijna 40.000 nieuwe patiënten met osteoporose in 2021

    In 2021 kregen naar schatting 39.900 personen de diagnose osteoporose bij de huisarts: 8.900 mannen en 31.000 vrouwen. Dit komt overeen met 1,0 per 1.000 mannen en 3,5 per 1.000 vrouwen. Het aantal nieuwe patiënten met osteoporose neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd neemt de incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) af.


      Trend nieuwe gevallen osteoporose

      Sla de grafiek Nieuwe gevallen osteoporose in huisartsenpraktijk 2011-2021 over en ga naar de datatabel

      Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

      • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95
      • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
      • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

      Trend zorgprevalentie osteoporose

      Sla de grafiek Zorgprevalentie osteoporose 2011-2021 over en ga naar de datatabel

      Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

      • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95
      • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021
      • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

      Aantal nieuwe diagnoses osteoporose afgenomen

      Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose is, na een aanvankelijke toename, in de periode 2012-2021 met name voor vrouwen afgenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). 
      Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose laat een vergelijkbare trend zien. Voor mannen nam het aantal nieuwe gevallen af van 10.300 in 2012 naar 8.900 in 2021. Voor vrouwen nam het aantal nieuwe gevallen af van 43.300 in 2012 naar 31.000 in 2021 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

      Prevalentie osteoporose afgenomen

      De zorgprevalentie van osteoporose is tussen 2012 en 2021 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Het betreft hier het aantal mensen dat voor deze klacht zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal mensen dat van de huisarts zorg heeft gehad voor osteoporose lag in het COVID-19-jaar 2020 lager dan in 2019 en 2021. Het is niet te achterhalen of osteoporose daadwerkelijk minder voorkwam in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze aandoening werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). 
      Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor osteoporose is voor mannen toegenomen van 19.100 in 2011 naar 21.000 in 2021. Voor vrouwen is het aantal afgenomen van 127.800 in 2011 naar 114.100 in 2021 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

      Mogelijk lagere aantallen in 2020 en 2021 door COVID-19

      In de jaren 2020 en 2021 zijn de cijfers over door huisartsen geregistreerde klachten en aandoeningen beïnvloed door de COVID-19-uitbraak en de daarvoor genomen landelijke maatregelen. Ook zijn de jaarcijfers mogelijk beïnvloed door de uitgestelde zorg in ziekenhuizen. In 2020 is het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van een groot aantal klachten en aandoeningen afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al. 2021Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021)). Het totaal aantal ziekteregistraties lag in 2021, na een daling in 2020, weer op hetzelfde niveau als in 2019. Dit wijst erop dat de COVID-19-uitbraak minder invloed heeft gehad op de cijfers van 2021 (Heins et al. 2022Heins, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, de Leeuw, Urbanus, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2021 en trendcijfers 2017-2021, Utrecht (2022)).


      Verwachte stijging aantal mensen met osteoporose door alleen demografie

      Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met osteoporose (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 41% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 46% voor mannen en 40% voor vrouwen. Omdat osteoporose een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het absoluut aantal mensen met osteoporose. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van osteoporose beïnvloeden.

      Meer informatie


      • J.W. Vanhommerig (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
      • M.J.J.C. Poos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
      • A.M. Gommer, red. (RIVM)
      • C. Hendriks, red. (RIVM)