Trend in bevallingen naar lijn en plaats
Sla de grafiek 'Trend in bevallingen naar lijn en plaats 2015-2024' over en ga naar de datatabelBron: Perined, 2026
- Het betreft bevallingen bij alle kinderen geboren bij een zwangerschapsduur van ≥ 24 weken.
- Het gaan om lijn en plaats van bevallen bij einde van de baring.
In 2024 vond het merendeel van de bevallingen in het ziekenhuis plaats
Vrouwen met een ongecompliceerde zwangerschap bevallen in Nederland in principe in de eerste lijn. Dat wil zeggen onder begeleiding van een verloskundige, thuis, in een polikliniek of geboortecentrum. In 2024 bevielen 157.133 vrouwen. Van hen beviel 25,8% in de eerste lijn en 73,9% in de tweede lijn ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). Een overdracht naar de tweede lijn is noodzakelijk als er sprake is van complicaties of een verhoogd risico op complicaties. Een tweedelijnsbevalling is ook noodzakelijk als de vrouw, in overleg met haar verloskundige, gynaecoloog en anesthesioloog, kiest voor medicamenteuze pijnstilling zoals een epidurale ruggenprik. In de periode 2015-2024 schommelde het aandeel vrouwen dat beviel in de eerste lijn rond de 27%. In de tien jaar daarvoor was het aandeel bevallingen in de eerste lijn gedaald en in de tweede lijn gestegen (Perined).
Trend in wijze van bevallen
Sla de grafiek 'Trend in wijze van bevallen 2015-2024' over en ga naar de datatabelBron: Perined, 2026
- Het betreft bevallingen bij alle kinderen geboren bij een zwangerschapsduur van ≥ 24 weken.
Kwart bevallingen via kunstverlossing of keizersnede
Het grootste deel (75,2%) van de bevallingen in Nederland verliep in 2024 vaginaal (zonder kunstverlossing). Bij 18,3% van de bevallingen was sprake van een keizersnede en bij 6,0% van een kunsverlossing, zoals via vacuümpomp of de vrijwel nooit meer gebruikte verlostang. Zowel het percentage vaginale bevallingen als het percentage keizersneden is tussen 2018 en 2024 toegenomen, terwijl het percentage kunstverlossingen in dezelfde periode is gedaald ( Perined, www.peristat.nl Geraadpleegd op 13 april 2026, Utrecht (2026) ). Omdat tegelijkertijd het percentage daalde waarbij de wijze van bevallen onbekend was, spelen veranderingen in registratie hierbij mogelijk een rol. Daarom is op basis van deze gegevens niet te zeggen of bijvoorbeeld de daling in percentage kunstverlossingen heeft geleid tot een stijging van keizersneden.
- T.H. van den Akker (LUMC)
- J.V. Been (Erasmus MC)
- M.M. Harbers, red. (RIVM)