Moedersterfte
Moedersterfte varieert van 3,4 tot 10,9 per 100.000 tussen landen met goede registratie
In acht hoge-inkomenslanden met een goede registratie varieert de (Aantal vrouwen overleden ten gevolge van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.) van 3,4 (Denemarken) tot 10,9 (Slowakije) per 100.000 levendgeborenen (zie tabel) ( Kallianidis, A.F., Schutte, J.M., Schuringa, L.E.M. , Beenakkers, I.C.M. , Bloemenkamp, K.W.M., Braams-Lisman, B.A.M., Cornette, J., Kuppens, S.M. , Rietveld, A.L. , Schaap, T., Stekelenburg, J., Zwart, J.J., van den Akker, T., Confidential enquiry into maternal deaths in the Netherlands, 2006-2018 (2022) ; Diguisto, Saucedo, Kallianidis, Bloemenkamp, Bødker, Buoncristiano, Donati, Gissler, Johansen, Knight, Korbel, Kristufkova, Nyflot, Deneux-Tharaux, Maternal mortality in eight European countries with enhanced surveillance systems: descriptive population based study (2022) ). Met een moedersterfte van 4,7 per 100.000 zit Nederland meer aan de onderkant van deze range. Verschillen met de andere landen moeten echter voorzichtig worden geïnterpreteerd vanwege verschillen in methodologie tussen Nederland en de andere landen ( Diguisto, Saucedo, Kallianidis, Bloemenkamp, Bødker, Buoncristiano, Donati, Gissler, Johansen, Knight, Korbel, Kristufkova, Nyflot, Deneux-Tharaux, Maternal mortality in eight European countries with enhanced surveillance systems: descriptive population based study (2022) ).
In alle landen hart- en vaatziekten en suïcide belangrijke oorzaken
In alle onderzochte landen zijn hart- en vaatziekten en zelfdoding belangrijke oorzaken van moedersterfte. Het gaat hier om moedersterfte tot één jaar na de bevalling. Daarnaast dragen specifieke aandoeningen in sommige landen aanzienlijk meer bij aan de moedersterfte dan in andere, zoals veneuze trombo-embolie in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, (Aandoeningen waarbij sprake is van een hoge bloeddruk) (hoge bloeddruk) in Nederland, vruchtwaterembolie in Frankrijk, obstetrische bloedingen in Italië en Frankrijk en beroertes in Slowakije ( Diguisto, Saucedo, Kallianidis, Bloemenkamp, Bødker, Buoncristiano, Donati, Gissler, Johansen, Knight, Korbel, Kristufkova, Nyflot, Deneux-Tharaux, Maternal mortality in eight European countries with enhanced surveillance systems: descriptive population based study (2022) ).
Verschillen mogelijk verklaard door leeftijdsopbouw en kwaliteit van zorg
Verschillen in het aandeel jongere en oudere moeders en de migratieherkomst verklaren mogelijk de verschillen tussen de landen omdat deze factoren geassocieerd zijn met een groter risico op moedersterfte. Ook verschillen in de kwaliteit van zorg spelen mogelijk een rol. Verschillen in het aandeel van de sterfte dat veroorzaakt wordt door obstetrische bloedingen en vruchtwaterembolie wijzen daarop ( Diguisto, Saucedo, Kallianidis, Bloemenkamp, Bødker, Buoncristiano, Donati, Gissler, Johansen, Knight, Korbel, Kristufkova, Nyflot, Deneux-Tharaux, Maternal mortality in eight European countries with enhanced surveillance systems: descriptive population based study (2022) ).
Tabel: Moedersterfte (per 100.000 levendgeborenen) in een selectie van landen ( Diguisto, Saucedo, Kallianidis, Bloemenkamp, Bødker, Buoncristiano, Donati, Gissler, Johansen, Knight, Korbel, Kristufkova, Nyflot, Deneux-Tharaux, Maternal mortality in eight European countries with enhanced surveillance systems: descriptive population based study (2022) )
| Land en periode | Moedersterfte per 100.000 | 95%-betrouwbaarheidsinterval |
|---|---|---|
| Denemarken (2013-17) | 3,4 | 1,6 - 6,2 |
| Finland (2008-12) | 7,3 | 4,6 - 11,0 |
| Frankrijk (2013-15) | 8,0 | 7,0 - 9,3 |
| Italië (2013-15) | 8,7 | 7,2 - 10,5 |
| Nederland (2014-18) | 4,7 | 3,3 - 6,4 |
| Noorwegen (2014-18) | 2,7 | 1,2 - 5,4 |
| Slowakije (2014-18) | 10,9 | 7,4 - 15,5 |
| Verenigd Koninkrijk (2016-18) | 9,6 | 8,4 - 11,0 |
- A.F. Kallianidis (Auditcommissie Maternale Sterfte en Morbiditeit NVOG)
- J.J. Zwart (Auditcommissie Maternale Sterfte en Morbiditeit NVOG)
- M.M. Harbers, red. (RIVM)