Puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen 2020

Sla de grafiek Puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: PREZIES

  • Urineweginfecties = symptomatische urineweginfecties 
  • Sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging. /bacteriëmie = primaire- en secundaire sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging.                
  • Infecties van de onderste luchtwegen =  longontsteking en andere lagere luchtweginfecties

Deze cijfers zijn ook onderdeel van:
Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid
Prestatie-indicatoren gezondheidszorg

Prevalentie zorginfecties in ziekenhuizen is 7,7 per 100 patiënten

In het prevalentieonderzoek PREZIES Preventie van Ziekenhuisinfecties door Surveillance werd in 2020 de puntprevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief. van zorginfecties vastgesteld op gemiddeld 7,7 zorginfecties per 100 beoordeelde patiënten (95% BI Het 95% betrouwbaarheidsinterval. Het interval waarvan we met 95% zekerheid mogen aannemen dat de werkelijke waarde van de bestudeerde parameter erin ligt. Hoe smaller het betrouwbaarheidsinterval, des te preciezer de schatting van de waarde van de bestudeerde parameter.: 6,9-8,6 per 100) ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ). Zorgverleners (voornamelijk deskundigen infectiepreventie) beoordeelden in dat jaar 3.608 patiënten en registreerden bij 256 patiënten in totaal 277 ziekenhuisinfecties. Bij sommige patiënten werd dus meer dan één zorginfectie gerapporteerd. De meest voorkomende zorginfecties waren postoperatieve wondinfecties (POWI Postoperatieve wondinfecties’s) en infecties van de onderste luchtwegen. Deze cijfers gelden voor ziekenhuizen die deelnemen aan PREZIES, een landelijk surveillancenetwerk voor zorginfecties in ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Twee maal per jaar wordt in één maand de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. van zorginfecties gemeten. In 2020 namen in totaal 46 ziekenhuisinstellingen met 61 ziekenhuislocaties deel. Het gaat om infecties die aanwezig zijn of worden behandeld op het moment van de meting.  Vergeleken met de jaren 2016-2019 was het aantal geïncludeerde patiënten in 2020 laag. Het lage aantal in 2020 is te verklaren door de COVID-19 pandemie, waardoor de ziekenhuizen andere prioriteiten hadden in de surveillance periodes (maart en oktober). Ook is de verdeling van de patiënten over de specialismen in 2020 sterk verschoven ten opzichte van de voorgaande jaren (2016-2019). Het jaar 2020 kan niet worden gezien als een representatief jaar ten opzichte van de andere jaren. Daarom moeten de cijfers voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Grote verschillen in prevalentie zorginfecties tussen ziekenhuizen

Het aantal zorginfecties per 100 patiënten per ziekenhuis varieerde van ongeveer 0 tot 10. Dit verschil wordt deels veroorzaakt door verschillen in patiëntenpopulatie; een universitair medisch centrum (UMC Universitair Medisch Centrum) heeft bijvoorbeeld een andere patiëntenpopulatie dan een basisziekenhuis. In de deelnemende UMC's was de prevalentie ongeveer 9 per 100 patiënten ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ).

Zorginfecties ontstaan tijdens of in aansluiting op verblijf in zorginstelling

Zorginfecties zijn infecties die ontstaan tijdens of in aansluiting op het verblijf of behandeling in een zorginstelling (ziekenhuis, zelfstandig behandelcentrum, verpleeghuis) ( Smid et al. 2013 Smid, E. A., Hopmans, T. E. M., de Greeff, S. C., Koek, M. B. G., Daling van de prevalentie van zorginfecties in ziekenhuizen (2013) ). De zorginfecties zijn vaak het gevolg van invasieve handelingen, zoals operaties die plaatsvinden in een zorginstelling of het gebruik van medische hulpmiddelen, waaronder katheters, en/of van de verminderde weerstand van de patiënt.

Meer informatie


Zorginfecties komen het vaakst voor bij patiënten ouder dan 50 jaar en op intensive care 

Het voorkomen van zorginfecties in 2020 was het hoogst bij patiënten ouder dan 50 jaar en bij patiënten op de afdeling intensive care. Ten tijde van de PREZIES Preventie van Ziekenhuisinfecties door Surveillance registratie in 2020 werd 18% van de zorginfecties bij patiënten op de intensive care vastgesteld, terwijl slechts 8,7% van het totaal aantal patiënten op de intensive care afdeling werd verpleegd (inclusief neonatale intensive care afdelingen) ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ). De verdeling van de patiënten over de specialismen is in 2020 afwijkend. Zo is het aandeel van de meer planbare zorg in het totaal aantal infecties (heelkunde, neurologie en interne geneeskunde) in 2020 lager dan in voorgaande jaren. Mogelijk speelt de afschaling van de reguliere zorg hierbij ook een rol. Verder is in 2020 de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. van zorginfecties bij de longziekten 23,1%. Tussen 2016-2019 was dit gemiddeld 2,4%. Bij de heelkunde was de prevalentie in 2020 15,3%, tussen 2016-2019 gemiddeld 9,3% ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ). 

Meer informatie


Incidentie van POWI’s verschilt aanzienlijk tussen chirurgische ingrepen

De cumulatieve incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. van postoperatieve wondinfecties (POWI Postoperatieve wondinfecties’s) verschilt aanzienlijk tussen chirurgische ingrepen. Vooral bij operaties aan colon (dikke darm) en galblaas is er een hoger infectierisico dan bij bijvoorbeeld het inbrengen van een heupprothese. De incidentie is het hoogst bij ‘Colonresectie, linker colon, open procedure’ (verwijdering van linker deel van de dikke darm waarbij de buikwand geopend wordt), deze bedroeg 19,3 per 100 operaties in de periode 2015-2019. Over het algemeen leiden bij chirurgische ingrepen open procedures vaker tot een POWI dan gesloten procedures ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ). Zorginstellingen die aan de module Postoperatieve wondinfecties deelnemen, kunnen het optreden van infecties bij 19 vastgestelde indicatoroperaties registreren ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ). Deze indicatoroperaties betreffen vijf specialismen (cardiochirurgie, algemene chirurgie, orthopedie, verloskunde en neurochirurgie). Medewerkers van de zorginstellingen zelf registreren of patiënten een POWI hebben gekregen. We spreken van cumulatieve incidentie om aan te geven dat deze maat het optreden van POWI’s over een standaard follow-up periode uitdrukt. Deze periode was ten tijde van de surveillance, afhankelijk van het type operatie 30 dagen of 90 dagen. 

Tabel: Cumulatieve incidentie postoperatieve wondinfecties 2015-2019. Aantal per 100 operaties
Chirurgische ingreep Aantal 
operaties
Cumulatieve incidentie 95% BI Het 95% betrouwbaarheidsinterval. Het interval waarvan we met 95% zekerheid mogen aannemen dat de werkelijke waarde van de bestudeerde parameter erin ligt. Hoe smaller het betrouwbaarheidsinterval, des te preciezer de schatting van de waarde van de bestudeerde parameter.

Cardiochirurgie

     

Bypassoperatie hart

8.579

1,8 (158)

1,6-2,1

Mammachirurgie

     

Borstamputatie (zonder implantaat)

11.174

4,6 (514)

4,2-5,0

Borstsparende operatie (zonder implantaat)

23.396

2,8 (658)

2,6-3,0

Chirurgie van colon en galblaas

     

Verwijderen van de galblaas, gesloten procedure

30.121

2,9 (865)

2,7-3,1

Colonchirurgie, combinatie van alle gesloten procedures

14.154

7,6 (1.070)

7,1-8,0

Orthopedische chirurgie

     

Primaire totale heupprothese

121.103

1,4 (1.639)

1,3-1,4

Primaire knieprothese

107.218

0,8 (887)

0,8-0,9

Gynaecologie en verloskunde

     

Keizersnede

32.858

1,4 (463)

1,3-1,5

Neurochirurgie

     

Operatie aan rug of wervels

6.402

1,6 (102)

1,3-1,9

Bron: PREZIES

  • Hier wordt het gemiddelde van vijf jaar gepresenteerd omdat per jaar (het aantal) deelnemende ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra kunnen verschillen.
  • De tabel toont voor vijf specialismen de indicatoroperaties die relatief vaak en in veel instellingen worden uitgevoerd.
  • BI Betrouwbaarheidsinterval = Betrouwbaarheidsinterval

Helft POWI's betreft diepe POWI

In de periode 2015-2019 werden in 92 zorginstellingen (locaties van ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra) bij 367.396 zogenaamde indicatoroperaties 7.732 postoperatieve wondinfecties (POWI) vastgesteld. In 36% (2.771) van de gevallen betrof het een oppervlakkige POWI en in 49% (3.789) een diepe POWI. Een oppervlakkige POWI is een infectie van de huid en subcutaan weefsel van de incisie (insnijding). Bij een diepe POWI is sprake van een infectie van diepliggend weefsel van de incisie en organen en/of van de holte waarin organen liggen. Er werden 1.172 POWI’s vastgesteld bij patiënten die een mamma-operatie ondergingen zonder implantaat. Bij deze ingrepen wordt geen onderscheid gemaakt tussen diepe en oppervlakkige infecties. Bij 77% (5.965) van de POWI’s manifesteerde deze zich pas na ontslag uit de zorginstelling ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ).

Puntprevalentie en cumulatieve incidentie POWI’s niet te vergelijken

De puntprevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief. en cumulatieve incidentie van POWI’s kunnen om een aantal redenen niet met elkaar vergeleken worden. Zo zijn bij een prevalentiemeting in een ziekenhuis zieke patiënten (met een grotere kans op een infectie) oververtegenwoordigd; relatief gezonde patiënten worden sneller ontslagen, hebben een kortere ligduur en hebben dus een kleinere kans om in de meting terecht te komen. Daarnaast beperkt de incidentiemeting zich tot POWI’s bij indicatoroperaties, en worden bij de prevalentiemeting POWI’s van alle operaties meegeteld. Bovendien wordt bij de prevalentiemeting op één moment vastgesteld of er een infectie aanwezig is, terwijl bij de incidentiemeting een follow-up duur na ontslag uit de zorginstelling verplicht is.

Meer informatie


Lijnsepsis, CVK, lijndagen en lijnduur

Lijnsepsis is sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging. gerelateerd aan het gebruik van een centraal veneuze katheter (CVK centraal veneuze katheter). Een CVK is een katheter die wordt ingebracht in een grote ader, meestal onder het sleutelbeen (vena subclavia), in de hals (vena jugularis interna) of in de lies (vena femoralis). Anders dan bij een perifere veneuze katheter (‘infuus’ genoemd, die meestal in een kleine ader in de onderarm wordt ingebracht), kan een CVK langere tijd blijven zitten, en geeft het patiënten meer bewegingsvrijheid. Een CVK wordt gebruikt om geconcentreerde vloeistoffen (zoals voeding en medicijnen) toe te dienen, bloed mee af te nemen, de hemodynamische druk te monitoren, en voor tijdelijke dialyse. Ook de perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC), die via een ader in bijvoorbeeld de bovenarm wordt ingebracht, wordt tot de CVK’s gerekend. Een lijndag is een dag dat een patiënt een CVK in een vene heeft. De lijnduur is het totale aantal dagen dat een patiënt een CVK in een vene heeft. De incidentie van lijnsepsis wordt uitgedrukt als aantal gevallen van lijnsepsis per 1.000 lijndagen.

Gemiddelde incidentie lijnsepsis 1,7 per 1000 lijndagen in de periode 2015-2019

De gemiddelde incidentie van lijnsepsis bedraagt 1,7 (95%-BI:1,6-1,9) per 1.000 lijndagen in de periode 2015-2019 ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Lijnsepsis. (2021) ). In het kader van de PREZIES Preventie van Ziekenhuisinfecties door Surveillance module Lijnsepsis werden tussen 2015 en 2019 in totaal 32.389 CVK’s met 212.829 lijndagen geregistreerd bij 25.298 patiënten uit 46 ziekenhuislocaties. Er werd 371 maal lijnsepsis vastgesteld ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Lijnsepsis. (2021) ).

Verschil in incidentie op IC en niet-IC afdelingen

De incidentie van lijnsepsis bij CVK’s op de IC Intensive care. Op een IC-afdeling worden patiënten opgenomen bij wie de vitale functies gestoord of ernstig bedreigd zijn en bij wie vaak ademhaling, bloedsomloop en nierfunctie bewaakt en gedeeltelijk of geheel worden ondersteund of overgenomen. bedraagt in de periode 2015-2019 gemiddeld 1,0 infecties per 1000 lijndagen. De incidentie op de niet-IC afdelingen bedraagt gemiddeld 2,9 per 1000 lijndagen. Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat CVK’s op niet-IC afdelingen veel vaker worden gebruikt voor het toedienen van voeding en dat bij CVK’s gebruikt voor het toedienen van voeding een hoger risico is op het ontstaan van lijnsepsis ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Lijnsepsis. (2021) ). 

Meer informatie


Trend in puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen 2016-2020

Sla de grafiek Trend in puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen 2016-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: PREZIES

  • BI Betrouwbaarheidsinterval = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Prevalentie zorginfecties in ziekenhuizen in 2020 gestegen

De puntprevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief. van zorginfecties in de ziekenhuizen die aan PREZIES Preventie van Ziekenhuisinfecties door Surveillance deelnemen, is in 2020 gestegen ten opzichte van de jaren 2016-2019 ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ). Het is echter lastig de trends in 2020 goed te duiden. Dit komt door het relatief klein aantal deelnemers in 2020 en ook was de patiëntenpopulatie anders. Het lage aantal deelnemers lijkt te verklaren door COVID-19, waardoor de ziekenhuizen andere prioriteiten hadden in de surveillance periodes (maart en oktober). De afschaling van de reguliere zorg heeft er mogelijk toe geleid dat non-COVID-19 patiënten een ander risicoprofiel voor zorginfecties hebben, dan voorheen. Daarnaast zijn infectiepreventiemaatregelen mogelijk anders uitgevoerd ten tijde van de pandemie ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ).

Prevalentie zorginfecties in periode 2007-2016 gedaald

In de periode 2007-2016 daalde het aantal zorginfecties significant met 3% per jaar ( Hopmans et al. 2019 Hopmans, T. E. M., Smid, E. A., Wille, J. C., van der Kooi, T. I. I., Koek, M. B. G., Vos, M. C., Geerlings, S. E., de Greeff, S. C., Trends in prevalence of healthcare-associated infections and antimicrobial use in hospitals in the Netherlands: 10 years of national point-prevalence surveys. (2019) ). Hierbij was gecorrigeerd voor een daling in opnameduur en een daling in het aandeel patiënten met een chirurgische ingreep. Aan de daling in het aantal zorginfecties lijkt nu een eind te zijn gekomen. 

Meer informatie


Trend in puntprevalentie per zorginfectie in ziekenhuizen 2016-2020

Sla de grafiek Trend in puntprevalentie per zorginfectie in ziekenhuizen 2016-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: PREZIES

  • POWI Postoperatieve wondinfecties = postoperatieve wondinfecties
  • Urineweginfecties = symptomatische urineweginfecties 
  • Sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging. /bacteriëmie = primaire- en secundaire sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging.                
  • Infecties van de onderste luchtwegen =  longontsteking en andere lagere luchtweginfecties

Prevalentie sepsis Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Vaak wordt het omschreven als bloedvergiftiging. in 2020 toegenomen

In 2020 is de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. van sepsis significant toegenomen. Daarnaast lijkt er een toename te zijn van postoperatieve wondinfecties, luchtweginfecties en urineweginfecties, maar deze is niet significant vergeleken met de periode 2016-2019 ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ). Het is echter lastig de trends in 2020 goed te duiden. Dit komt door het relatief klein aantal deelnemers in 2020 en ook was de patiëntenpopulatie anders. Het lage aantal deelnemers lijkt te verklaren door COVID-19, waardoor de ziekenhuizen andere prioriteiten hadden in de surveillance periodes (maart en oktober). De afschaling van de reguliere zorg heeft er mogelijk toe geleid dat non-COVID-19 patiënten een ander risicoprofiel voor zorginfecties hebben, dan voorheen. Daarnaast zijn infectiepreventiemaatregelen mogelijk anders uitgevoerd ten tijde van de pandemie ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2016 t/m 2020: Prevalentieonderzoek zorginfecties ziekenhuizen., Bilthoven (2021) ).

Meer informatie


Trend in incidentie van lijnsepsis 2015-2019

Sla de grafiek Trend in incidentie van lijnsepsis 2015-2019 over en ga naar de datatabel

Bron: PREZIES

BI Betrouwbaarheidsinterval = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Geen duidelijke trend in incidentie lijnsepsis

De incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. van lijnsepsis schommelt sinds 2015 rond de 2 per 1.000 lijndagen. De incidentie van lijnsepsis bij CVK centraal veneuze katheter’s op de IC Intensive care. Op een IC-afdeling worden patiënten opgenomen bij wie de vitale functies gestoord of ernstig bedreigd zijn en bij wie vaak ademhaling, bloedsomloop en nierfunctie bewaakt en gedeeltelijk of geheel worden ondersteund of overgenomen. is in de periode 2015-2019 stabiel tussen de 0,8 en 1,3 infecties per 1000 lijndagen en bedraagt gemiddeld 1,0/1000 lijndagen. De incidentie op de niet-IC afdelingen schommelt tussen de 2,1 en 3,3 infecties per 1000 lijndagen en bedraagt gemiddeld 2,9/1000 lijndagen. Er werd in de periode 2015-2019 in totaal 371 maal lijnsepsis vastgesteld op 212.829 lijndagen ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Lijnsepsis. (2021) ). Het aantal deelnemende ziekenhuizen loopt sinds 2016 terug door verschillende oorzaken ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Lijnsepsis. (2021) ):

  1. Fusies in ziekenhuisorganisaties;
  2. De verplichting om de surveillance met ingang van 2016 ziekenhuisbreed uit te voeren. De surveillance buiten de IC blijkt in de praktijk soms lastig te realiseren;
  3. De gedaalde lijnsepsisincidentie waardoor de benodigde inspanningen minder opwegen tegen de verkregen cijfers.


Meer informatie

  • T.E.M. Hopmans (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • N. Reimes (RIVM)
  • M. Biesheuvel (RIVM)
  • A. Haenen (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)