Incidentie van POWI’s verschilt aanzienlijk tussen chirurgische ingrepen

De cumulatieve incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) van postoperatieve wondinfecties ( POWI Postoperatieve wondinfecties (Postoperatieve wondinfecties)’s) verschilt aanzienlijk tussen chirurgische ingrepen. Vooral bij operaties aan colon (dikke darm) en galblaas is er een hoger infectierisico dan bij bijvoorbeeld het inbrengen van een heupprothese. De incidentie is het hoogst bij ‘Colonresectie, linker colon, open procedure’ (verwijdering van linker deel van de dikke darm waarbij de buikwand geopend wordt), deze bedroeg 19,3 per 100 operaties in de periode 2015-2019. Over het algemeen leiden bij chirurgische ingrepen open procedures vaker tot een POWI dan gesloten procedures ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ). Zorginstellingen die aan de module Postoperatieve wondinfecties deelnemen, kunnen het optreden van infecties bij 19 vastgestelde indicatoroperaties registreren ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ). Deze indicatoroperaties betreffen vijf specialismen (cardiochirurgie, algemene chirurgie, orthopedie, verloskunde en neurochirurgie). Medewerkers van de zorginstellingen zelf registreren of patiënten een POWI hebben gekregen. We spreken van cumulatieve incidentie om aan te geven dat deze maat het optreden van POWI’s over een standaard follow-up periode uitdrukt. Deze periode was ten tijde van de surveillance, afhankelijk van het type operatie 30 dagen of 90 dagen. 

Tabel: Cumulatieve incidentie postoperatieve wondinfecties 2015-2019. Aantal per 100 operaties
Chirurgische ingreep Aantal 
operaties
Cumulatieve incidentie 95% BI Het 95% betrouwbaarheidsinterval. Het interval waarvan we met 95% zekerheid mogen aannemen dat de werkelijke waarde van de bestudeerde parameter erin ligt. Hoe smaller het betrouwbaarheidsinterval, des te preciezer de schatting van de waarde van de bestudeerde parameter. (Het 95% betrouwbaarheidsinterval. Het interval waarvan we met 95% zekerheid mogen aannemen dat de werkelijke waarde van de bestudeerde parameter erin ligt. Hoe smaller het betrouwbaarheidsinterval, des te preciezer de schatting van de waarde van de bestudeerde parameter.)

Cardiochirurgie

     

Bypassoperatie hart

8.579

1,8 (158)

1,6-2,1

Mammachirurgie

     

Borstamputatie (zonder implantaat)

11.174

4,6 (514)

4,2-5,0

Borstsparende operatie (zonder implantaat)

23.396

2,8 (658)

2,6-3,0

Chirurgie van colon en galblaas

     

Verwijderen van de galblaas, gesloten procedure

30.121

2,9 (865)

2,7-3,1

Colonchirurgie, combinatie van alle gesloten procedures

14.154

7,6 (1.070)

7,1-8,0

Orthopedische chirurgie

     

Primaire totale heupprothese

121.103

1,4 (1.639)

1,3-1,4

Primaire knieprothese

107.218

0,8 (887)

0,8-0,9

Gynaecologie en verloskunde

     

Keizersnede

32.858

1,4 (463)

1,3-1,5

Neurochirurgie

     

Operatie aan rug of wervels

6.402

1,6 (102)

1,3-1,9

Bron: PREZIES

  • Hier wordt het gemiddelde van vijf jaar gepresenteerd omdat per jaar (het aantal) deelnemende ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra kunnen verschillen.
  • De tabel toont voor vijf specialismen de indicatoroperaties die relatief vaak en in veel instellingen worden uitgevoerd.
  • BI Betrouwbaarheidsinterval (Betrouwbaarheidsinterval) = Betrouwbaarheidsinterval

Helft POWI's betreft diepe POWI

In de periode 2015-2019 werden in 92 zorginstellingen (locaties van ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra) bij 367.396 zogenaamde indicatoroperaties 7.732 postoperatieve wondinfecties (POWI) vastgesteld. In 36% (2.771) van de gevallen betrof het een oppervlakkige POWI en in 49% (3.789) een diepe POWI. Een oppervlakkige POWI is een infectie van de huid en subcutaan weefsel van de incisie (insnijding). Bij een diepe POWI is sprake van een infectie van diepliggend weefsel van de incisie en organen en/of van de holte waarin organen liggen. Er werden 1.172 POWI’s vastgesteld bij patiënten die een mamma-operatie ondergingen zonder implantaat. Bij deze ingrepen wordt geen onderscheid gemaakt tussen diepe en oppervlakkige infecties. Bij 77% (5.965) van de POWI’s manifesteerde deze zich pas na ontslag uit de zorginstelling ( PREZIES 2021 PREZIES, Referentiecijfers 2015-2019: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES, Bilthoven (2021) ).

Puntprevalentie en cumulatieve incidentie POWI’s niet te vergelijken

De puntprevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment, absoluut of relatief.) en cumulatieve incidentie van POWI’s kunnen om een aantal redenen niet met elkaar vergeleken worden. Zo zijn bij een prevalentiemeting in een ziekenhuis zieke patiënten (met een grotere kans op een infectie) oververtegenwoordigd; relatief gezonde patiënten worden sneller ontslagen, hebben een kortere ligduur en hebben dus een kleinere kans om in de meting terecht te komen. Daarnaast beperkt de incidentiemeting zich tot POWI’s bij indicatoroperaties, en worden bij de prevalentiemeting POWI’s van alle operaties meegeteld. Bovendien wordt bij de prevalentiemeting op één moment vastgesteld of er een infectie aanwezig is, terwijl bij de incidentiemeting een follow-up duur na ontslag uit de zorginstelling verplicht is.


  • T.E.M. Hopmans ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M. Harbers, red. (RIVM)