Ongeveer 1,7 miljoen mensen met artrose bekend bij huisarts

In 2024 waren er naar schatting 1.701.100 mensen met artrose (gewrichtsslijtage) bekend bij de huisarts: 627.800 mannen en 1.073.300 vrouwen (jaarprevalentie). De meeste mensen zijn gediagnosticeerd met knieartrose (837.600). 
De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2024 bekend waren bij de huisarts met een vorm van artrose. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2024 contact te hebben gehad met de huisarts voor artrose. Ongeveer een kwart van de mensen die in 2024 bekend waren bij de huisarts met artrose, heeft hiervoor in dat jaar ook contact gehad met de huisarts. 

51.200 nieuwe gevallen van knieartrose in 2024

In 2024 kregen naar schatting 51.200 mensen de diagnose knieartrose van de huisarts: 19.700 mannen en 31.500 vrouwen. Knieartrose is daarmee de meest voorkomende artrose. In hetzelfde jaar werd de diagnose van artrose aan overige ledematen (overige perifere artrose) 43.200 keer gesteld. Bij vrouwen (29.500) ruim twee keer zo vaak als bij mannen (13.800). De diagnose heupartrose werd in totaal 31.400 keer gesteld.

Tabel: Artrose in huisartsenpraktijk naar type 2024
 Nieuwe gevallenJaarprevalentie
 MannenVrouwenMannenVrouwen
Per 1.000 personen    
Heupartrose (L89)1,42,121,535,6
Knieartrose (L90)2,23,535,757,3
Overige perifere artrose (L91)1,53,324,555,6
Totaal a  70,1118,7
Absolute aantallen    
Heupartrose (L89)12.20019.200192.400321.800
Knieartrose (L90)19.70031.500319.200518.400
Overige perifere artrose (L91)13.80029.500219.000503.000
Totaal a  627.8001.073.300

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L89-L91

a) De totale jaarprevalentie van artrose komt overeen met het aantal mensen dat in 2024 ten minste één vorm van artrose had. Mensen met meerdere vormen van artrose tellen dus maar één keer mee in het totaal.


  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • J.W. Vanhommerig (NIVEL)
  • M.H.D. Plasmans (RIVM)
  • M. Buijs (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)