Meeste inwoners met astma in Rotterdam-Rijnmond

Het hoogste percentage inwoners met astma (zelfgerapporteerd) is te vinden in de GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst -regio Rotterdam-Rijnmond (7,9%), dit is ook de enige regio die significant boven het landelijk gemiddelde (5,9%) scoort. De regio's Hollands Noorden (4,7%) en Hart voor Brabant (4,8%) zijn de enige regio's die significant onder het landelijk gemiddelde scoren.

Toelichting regionale verschillen

Selecteer een regio in de kaart voor meer informatie over significantie per GGD-regio. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie


Regio's Rotterdam en Haaglanden meeste gebruikers astma- en COPD-middelen

De regio's met het aantal gebruikers dat ruim boven het Nederlands gemiddelde ligt zijn de regio's Rotterdam en Haaglanden. In de regio's Noord-Holland Noord, Amstelland en De Meerlanden, Kennemerland en Zuidoost-Brabant ligt het aantal gebruikers van astma- en COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)-middelen het verst onder het Nederlands gemiddelde.

Landelijk 88 gebruikers per 1.000 Zvw-verzekerden

In 2019 hebben van iedere 1.000 Zvw Zorgverzekeringswet-verzekerden 88 verzekerden ten minste één keer een astma- en COPD-middel verkregen dat werd vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet. In 2019 zijn er ruim 1,5 miljoen gebruikers van astma- en COPD-middelen. Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen. De hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen (DDD Defined Daily Dose. Standaard dag dosering., Defined Daily Dose). Informatie over DDD staat in de klik. Voor meer informatie over de gebruikte gegevens zie: Definities en Bronverantwoording.

Meer informatie


  • C. Deuning (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • H. Giesbers (RIVM)