Zorgprevalentie

Skip chart Zorgprevalentie chronische aandoeningen 2024 and go to datatable

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn

  • Zorgprevalentie is hier gedefinieerd als het percentage mensen dat ten minste eenmaal contact heeft gehad met de huisartsenpraktijk voor een chronische aandoening.

10,9 miljoen mensen met een chronische aandoening

Op 1 januari 2024 (puntprevalentie) hadden 10,9 miljoen mensen in Nederland één of meer chronische aandoeningen, dat is 60% van de Nederlandse bevolking (niet in grafiek). Een ‘chronische aandoening’ is hier gedefinieerd als een aandoening waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. Niet alle mensen met een chronische aandoening hebben jaarlijks contact met de huisartsenpraktijk voor die aandoening (zorgprevalentie). In heel 2024 hadden 5,6 miljoen mensen ten minste één keer contact met de huisartsenpraktijk voor een chronische aandoening, dat is 31% van de Nederlandse bevolking (niet in grafiek).
De schatting is gebaseerd op een selectie van 109 door de huisarts geregistreerde chronische aandoeningen (zie Methoden). De diagnose kan gesteld zijn door de huisarts zelf of kan zijn overgenomen van een andere zorgverlener.

96% van de 75-plussers heeft een chronische aandoening

Chronische aandoeningen Hiermee wordt over het algemeen gedoeld op irreversibele (niet omkeerbare) aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur. (Hiermee wordt over het algemeen gedoeld op irreversibele (niet omkeerbare) aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur.) komen op alle leeftijden voor. Het percentage mensen met één of meer chronische aandoeningen is echter hoger op hogere leeftijd. In 2024 hebben 96% van de mensen van 75 jaar en ouder ten minste één chronische aandoening (niet in grafiek). De prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) onder personen jonger dan 40 jaar is 45% (niet in grafiek).
Van de mensen van 75 jaar en ouder heeft 79% in 2024 ten minste eenmaal contact gehad met de huisartsenpraktijk voor een chronische aandoening (zorgprevalentie) (niet in grafiek). Voor personen jonger dan 40 jaar is dit 11% (niet in grafiek).

Meer vrouwen dan mannen met een chronische aandoening

In de leeftijdsgroepen van 0 tot en met 14 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes met een chronische aandoening. In de leeftijdsgroepen van 15 jaar en ouder zijn er juist relatief meer vrouwen dan mannen met een chronische aandoening. In de totale bevolking zijn er, zowel absoluut als relatief, meer vrouwen dan mannen met een chronische aandoening: 5,1 miljoen mannen (58% van alle mannen) en 5,7 miljoen vrouwen (63% van alle vrouwen) (niet in grafiek).


Toename aantal mensen met chronische aandoening(en)

Het absolute aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen is in de periode 2011-2024 toegenomen, van 7,5 miljoen mensen in 2011 tot 10,9 miljoen mensen in 2024. Deze absolute toename is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan vergrijzing. Na correctie voor veranderingen in de omvang en de leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie), is een toename zichtbaar in de periode 2011-2018. Vanaf 2018 is het percentage mensen met één of meer chronische aandoeningen nagenoeg gelijk gebleven. 

Onduidelijk welke aandoeningen stijging veroorzaken

De cijfers over het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen is gebaseerd op een selectie van 109 door de huisarts geregistreerde chronische aandoeningen (zie Methoden). Doordat bovenstaande cijfers gaan over het totaal van deze 109 aandoeningen, is lastig te zeggen door welke ziekten of aandoeningen de stijging van het aantal mensen met minstens één chronische ziekte komt. Daarnaast zou mogelijk een deel van de geobserveerde toename in de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van chronische ziekten kunnen worden verklaard door een mogelijk 'cohort effect' in de studiepopulatie van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Het cohort effect houdt in dat de prevalentie van (chronische) aandoeningen toeneemt wanneer hetzefde cohort (studiepopulatie) over een langere tijd wordt gevolgd. Mensen worden immers ouder en ontwikkelen gedurende de tijd chronische aandoeningen. Een deel van de geobserveerde toename in de prevalentie van chronische ziekten kan dus komen door het ‘blijven opvolgen’ van dezelfde populatie over de tijd. Het is ook mogelijk dat door meer screening en/of bewustwordingscampagnes de registratie van bepaalde chronische aandoeningen is verbeterd. Dit kan ook leiden tot een hoger prevalentiecijfer. 

Zorgprevalentie minder sterk toegenomen

Het absolute aantal mensen dat ten minste eenmaal in het jaar contact heeft gehad met de huisartsenpraktijk voor een chronische aandoening (zorgprevalentie) is minder sterk toegenomen, van 4,9 miljoen mensen in 2011 tot 5,6 miljoen mensen in 2024. Gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en de leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie), is de zorgprevalentie in de periode 2011-2024 licht afgenomen. 


Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid:

  • J.W. Vanhommerig (NIVEL)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • V. Hermans, red. (RIVM)