Sterfte aan COVID-19 2020

Sla de grafiek Sterfte aan COVID-19 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes: U07.1 (Vastgestelde COVID-19) en U07.2 (Vermoedelijke COVID-19)
  • Cijfers zijn voorlopig; definitieve sterftecijfers voor 2020 staan op CBS StatLine.
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave.

Tot eind 2021 bijna 40.000 mensen overleden aan COVID-19

Vanaf maart 2020, het begin van de coronapandemie, tot en met december 2021 zijn bijna 40.000 duizend mensen aan COVID-19 overleden.
In 2020 overleden in Nederland 20.138 personen aan COVID-19, 10.763 mannen en 9.375 vrouwen (124 per 100.000 mannen en 107 per 100.000 vrouwen; voorlopige cijfers). Dit komt overeen met 12% van alle sterfgevallen in Nederland in 2020. Sterfte aan COVID-19 treedt vooral op hogere leeftijd op. Overlijden aan COVID-19 is gedefinieerd als overlijden aan een aandoening gerelateerd aan COVID-19. Bij 2.675 (13%) van de sterfgevallen was sprake van vermoedelijke of waarschijnlijke COVID-19. 
In 2021 zijn 19.379 mensen overleden aan COVID-19, 10.660 mannen en 8.719 vrouwen (voorlopige cijfers). Bij 296 (1,5%) van deze sterfgevallen was sprake van vermoedelijke of waarschijnlijke COVID-19.
De hier gepresenteerde sterftecijfers voor de jaren 2020 en 2021 zijn voorlopige cijfers. Definitieve sterftecijfers voor het jaar 2020 staan op CBS StatLine.

Definitie sterfte aan COVID-19 wijkt enigszins af

Standaard wordt in de doodsoorzakenstatistiek de onderliggende doodsoorzaak De ziekte of de gebeurtenis die aan de basis ligt van een aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidt.  gepresenteerd. Deze is gedefinieerd als de ziekte of de gebeurtenis waarmee de aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidde, startte. Bij een zogenaamde uitwendige (niet natuurlijke) doodsoorzaak (ongeval, geweld of bijvoorbeeld suïcide) wordt vrijwel altijd de gebeurtenis (bijvoorbeeld een vervoersongeval) als onderliggende doodsoorzaak aangemerkt en wordt het ontstane letsel apart gecodeerd. Dat is de reden dat bijvoorbeeld verwondingen en fracturen niet in de ranglijst zijn opgenomen.
De definitie van overlijden aan COVID-19 wijkt om reden van surveillance enigszins af van de wijze waarop een aandoening standaard als (onderliggende) doodsoorzaak wordt aangemerkt. Hierbij worden de instructies van de WHO gevolgd. Overlijden aan COVID-19 is gedefinieerd als overlijden aan een aandoening gerelateerd aan COVID-19. Dit wil zeggen dat COVID-19 wordt aangemerkt als doodsoorzaak in alle gevallen van natuurlijk overlijden waarbij COVID-19 op het doodsoorzakenformulier is vermeld in de oorzakelijke keten.  Wanneer COVID-19 en een andere aandoening op het doodsoorzakenformulier staan vermeld als aandoeningen die deel uitmaken van de oorzakelijke keten, wordt COVID-19 aangemerkt als doodsoorzaak.


A.M. Gommer (RIVM)