Rotterdam meeste gebruikers astma- en COPD-middelen
De regio met het hoogst aantal gebruikers is de regio Rotterdam. In de regio's Noord-Holland Noord, Kennemerland, Amstelland en De Meerlanden, en Amsterdam ligt het aantal gebruikers van astma- en (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten))-middelen het verst onder het Nederlands gemiddelde.
Landelijk 88 gebruikers per 1.000 Zvw-verzekerden
In 2024 hebben van iedere 1.000 (Zorgverzekeringswet)-verzekerden 88,4 verzekerden ten minste één keer een astma- en COPD-middel verkregen dat werd vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet. In 2024 zijn er 1,6 miljoen gebruikers van astma- en COPD-middelen (Zorgcijfersdatabank: meerjarenoverzicht astma- en copd-middelen in Nederland). Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen. De hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen (DDD). Klik op een regio voor meer informatie over dit onderwerp.
Meeste inwoners met astma in Groningen
Voor de periode 2023-2025 is het hoogste percentage inwoners met astma (zelfgerapporteerd) te vinden in de (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst)-regio Groningen (8,7%). De regio Hollandse Noorden (4,6%) is de regio met het laagste percentage. Gemiddeld heeft 6,2% aangegeven in de afgelopen 12 maanden astma te hebben of te hebben gehad. Het landelijke gemiddelde over de periode 2023-2025 kan afwijken van het landelijk gemiddelde bij het onderdeel 'leeftijd en geslacht', zie methoden voor meer informatie.
Toelichting regionale verschillen
De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn via de kaart op te vragen. Ook is via de kaart informatie op te vragen over significantie per GGD-regio. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen.
- C. Deuning (RIVM)
- H. Giesbers (RIVM)