Psychosociale arbeidsbelasting

Sla de grafiek Psychosociale arbeidsbelasting 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden))

Ongeveer een derde van de werknemers ervaart hoge werkdruk

In 2020 gaf een derde van de Nederlandse werknemers aan dat zij een 'hoge werkdruk' ervaren. 'Hoge werkdruk’ bestaat uit de factoren: heel veel werk moeten doen (42,5%), erg snel moeten werken (32,3%) en extra hard moeten werken (27,2%). Werkdruk is daarmee de grootste psychosociale belasting die werknemers ervaren. Daarnaast gaf 12,1% van de werknemers aan dat hun werk vaak of altijd emotioneel veeleisend is (NEA 2020). Langdurige blootstelling aan hoge werkdruk of emotionele belasting kan leiden tot overspannenheid en burn-out. 

Werknemers vaker gepest door collega's dan door klanten

In 2020 gaf 6,6% van de werknemers aan in de afgelopen 12 maanden gepest te zijn door hun leidinggevende of collega’s. De meeste werknemers werden een enkele keer gepest (5,6%). In 0,3% van de gevallen werden werknemers ‘zeer vaak’ gepest. Daarnaast gaf 5,3% van de werknemers aan gepest te zijn door klanten in de afgelopen 12 maanden. Ook het pesten door klanten gebeurde meestal een enkele keer (4,5%) en in 0,2% van de gevallen gebeurde dit ‘zeer vaak’ (NEA 2020).

COVID-19-uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie


Psychosociale arbeidsbelasting naar geslacht

Sla de grafiek Psychosociale arbeidsbelasting naar geslacht 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden))

Vrouwen ervaren een hogere werkdruk dan mannen

Meer vrouwen dan mannen ervaren een hoge werkdruk. Het percentage vrouwen dat erg snel werk doet, heel veel werk doet en extra hard werkt, is in alle gevallen hoger dan het percentage mannen. Ook ervaren meer vrouwen dan mannen hun werk als emotioneel belastend. Dit komt mogelijk ook omdat vrouwen vaker werkzaam zijn in sectoren die emotioneel belastend kunnen zijn (zoals de zorg- en onderwijssector) (NEA 2020).

Vrouwen iets vaker gepest door klanten dan mannen

In 2020 gaf 5,9% van de vrouwelijke werknemers aan in de afgelopen 12 maanden gepest te zijn door klanten. Voor mannen lag dit percentage iets lager (4,7%). Mannen werden juist iets vaker gepest dan vrouwen door hun leidinggevende of collega (respectievelijk 7,1% en 6,2%) (NEA 2020).

COVID-19-uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie


Trend in psychosociaal belastende factoren

Sla de grafiek Trend in psychosociaal belastende factoren 2005-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: NEA ( bewerkt door RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), 2021)

  • Geïndexeerd (2005 is 100 voor 'veel werk doen' en 2007 is 100 voor 'pesten door collega's').
  • Gebaseerd op percentages voor werknemers die 'altijd' en 'vaak' (veel werk doen) en 'zeer vaak', 'vaak' en 'een enkele keer' (pesten door collega's) hebben geantwoord.
  • Sinds 2014 is de steekproefopzet veranderd, door deze wijziging in methodologie is er mogelijk sprake van een trendbreuk.
  • In 2019 zijn de vragen over conflicten op het werk weggelaten. Dit leek effect te hebben op de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van ongewenst gedrag dat in dat jaar meer voor kwam dan in eerdere jaren. In 2020 zijn de vragen over conflicten op het werk weer opgenomen in de vragenlijst.

Daling in percentage werknemers dat heel veel werk moet doen

In de periode 2005-2020 is het percentage mannen dat heel veel werk doet met 21% afgenomen. Het percentage voor vrouwen is in dezelfde periode 6% afgenomen. Het percentage mannelijke en vrouwelijke werknemers dat aangeeft gepest te zijn door de leidinggevende of collega’s is in de periode 2007-2013 licht gedaald. Sinds 2014 is er een lichte toename zichtbaar voor zowel mannen als vrouwen. Daarna blijft het percentage mannen dat gepest wordt door collega’s gelijk en neemt zelfs af, terwijl het percentage voor vrouwen blijft stijgen. In 2019 is een flinke stijging te zien voor zowel mannen als vrouwen om vervolgens in 2020 weer flink te dalen. Deze toename kan mogelijk het gevolg zijn van een trendbreuk die heeft plaatsgevonden in 2014 en 2019 (zie toelichting onder grafiek). Daarnaast is het ook mogelijk dat de stijging te maken heeft met het relatief lage percentage werknemers dat gepest wordt. Een kleine toename in aantallen zal dan sneller te zien zijn in de percentages (NEA 2005-2020).

COVID-19-uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan onder andere over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie

  • P.E.D. Eysink (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • W.E. Hooftman (TNO)
  • T. Hulshof, red. (RIVM)