Naar geslacht en opleiding
Sla de grafiek '(Zeer) goed ervaren gezondheid naar geslacht en opleiding 2023/2024' over en ga naar de datatabelBron: CBS Gezondheidsenquête
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding ervaren hun gezondheid minder vaak als (zeer) goed
De grafiek presenteert cijfers over (zeer) goed ervaren gezondheid naar opleiding van 2023 en 2024 samengenomen. De verschillen tussen opleidingstypen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil). Resultaten van deze toetsing zijn:
- Bij zowel mannen als vrouwen ervaren relatief minder mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met hbo- of universitair geschoolden (roze in grafiek).
- Bij zowel mannen als vrouwen ervaren relatief minder mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding (geel in grafiek).
- Bij zowel mannen als vrouwen ervaren relatief minder mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met mensen met een hbo- of wo-opleiding.
Verklaringen voor verschillen tussen opleidingstypen
Verschillen in ervaren gezondheid tussen opleidingstypen worden grotendeels verklaard door onderliggende gezondheidsproblemen die vaker voorkomen bij mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding, zoals chronische aandoeningen en fysieke of mentale gezondheidsklachten ( Simon, J. G., van de Mheen, H., van der Meer, J. B. W., Mackenbach, J.P., Socioeconomic Differences in Self-Assessed Health in a Chronically Ill Population: The Role of Different Health Aspects (2000) ). Daarnaast hebben chronische aandoeningen mogelijk een grotere impact op de ervaren gezondheid bij deze mensen, hoewel recent onderzoek hier geen aanwijzingen voor gaf ( Galenkamp, H., van Oers, H. A. M., Kunst, A. E., Stronks, K., Is quality of life impairment associated with chronic diseases dependent on educational level? (2019) ). Verder zou het kunnen dat mensen met verschillende opleidingstypen een (gedeeltelijk) ander concept van gezondheid hanteren. Dit levert mogelijk ook een bijdrage aan de verschillen in ervaren gezondheid tussen mensen met verschillende opleidingstypen ( Stronks, K., Hoeymans, N., Haverkamp, B., den Hertog, FF. R. J., van Bon-Martens, M.J.H., Galenkamp, H., Verweij, M., van Oers, H. A. M., Do conceptualisations of health differ across social strata? A concept mapping study among lay people (2018) ).
Mannen en vrouwen naar leeftijd en opleiding
Bron: CBS Gezondheidsenquête
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Opleiding factor in ervaren gezondheid bij mannen en vrouwen in alle leeftijdsgroepen
Bovenstaande grafieken presenteren cijfers over (zeer) goed ervaren gezondheid naar opleiding van 2023 en 2024 samengenomen. De linker grafiek gaat over mannen en de rechter grafiek over vrouwen. De verschillen tussen opleidingstypen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil).
Resultaten van deze toetsing voor mannen zijn:
- In alle leeftijdsgroepen ervaren relatief minder mannen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met hbo- en universitair geschoolde mannen (roze in grafiek).
- In alle leeftijdsgroepen ervaren relatief minder mannen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met mannen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding (geel in grafiek).
- In alle leeftijdsgroepen ervaren relatief minder mannen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met mannen met een hbo- of wo-opleiding.
Resultaten van de toetsing voor vrouwen zijn:
- In alle leeftijdsgroepen ervaren relatief minder vrouwen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met hbo- en universitair geschoolde vrouwen (roze in grafiek).
- In alle leeftijdsgroepen ervaren minder vrouwen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met vrouwen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding (geel in grafiek).
- In alle leeftijdsgroepen ervaren relatief minder vrouwen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding hun gezondheid als (zeer) goed vergeleken met vrouwen met een hbo- of wo-opleiding.
Trend in (zeer) goed ervaren gezondheid naar opleiding
Sla de grafiek 'Trend in (zeer) goed ervaren gezondheid naar opleiding 1999-2024' over en ga naar de datatabelBron: CBS Gezondheidsenquête
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Verschil in (zeer) goed ervaren gezondheid tussen opleidingsgroepen groter geworden
Bovenstaande grafiek presenteert de trend in (zeer) goed ervaren gezondheid van 1999-2024 naar opleiding. De verschillen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil). Resultaten van deze toetsing zijn:
- Het percentage mensen dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart is tussen 1999 en 2024 (statistisch significant) gedaald in alle opleidingsgroepen. Bij mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding is het percentage mensen dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart in deze periode gedaald met 8,8 (Een procentpunt geeft het absolute verschil aan tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Een stijging van 1 procentpunt is bijvoorbeeld een stijging van 4 naar 5%.) (blauw in grafiek). Bij mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding is dit gedaald met 9.8 procentpunt (geel in grafiek) en bij mensen met een hbo-, of wo-opleiding met 5,0 procentpunt (roze in grafiek).
- Tussen 1999 en 2024 is het verschil in het percentage mensen dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart tussen de groep de laagste relatieve opleidingspositie en de groep met de hoogste relatieve opleidingspositie wat toegenomen.
- In 2024 ervaarden mensen met een hbo- of wo-opleiding (roze in grafiek) hun gezondheid ongeveer 1,4 keer vaker als (zeer) goed dan mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek). Het verschil in ervaren gezondheid tussen de groep met de laagste relatieve opleidingspositie en de groep met de hoogste relatieve opleidingspositie is tussen 1999 en 2024 groter geworden.
- G. de Boer (RIVM)
- M.J. Buijs (RIVM)
- T. Jansen-van Eijndt (RIVM)
- A. Wester (RIVM)
- V. Hermans, red (RIVM)