Vrouwen hebben lagere gezonde levensverwachting dan mannen

In 2021 was de levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) voor vrouwen 3,3 jaar langer dan voor mannen (83,0 versus 79,7). Maar vrouwen hebben een lagere gezonde levensverwachting dan mannen. Vrouwen leven 0,3 jaar korter in als goed ervaren gezondheid, 1,0 jaar korter zonder matige of ernstige beperkingen, 6,7 jaar korter zonder chronische ziekten en 1,5 jaar korter in goede geestelijke gezondheid. De jaren die vrouwen langer leven dan mannen, leven ze dus niet in goede gezondheid. Voor vrouwen was de ongezonde levensverwachting in 2021 hoger dan voor mannen: uitgedrukt in als minder goed ervaren gezondheid is het verschil 3,6 jaar, met beperkingen 4,3  jaar, met chronische ziekten 10,0 jaar en voor minder goede geestelijke gezondheid 4,8 jaar. 

Vrouwen leven veel meer jaren met chronische ziekten

De levensverwachting zonder chronische ziekten was in 2021 voor mannen 6,7 jaar hoger dan voor vrouwen (47,2 jaar versus 40,5 jaar). De levensverwachting met chronische ziekten was voor vrouwen 10 jaar hoger dan voor mannen (42,5 jaar versus 32,5 jaar). Vrouwen brengen dus veel meer jaren met chronische ziekten door dan mannen.

Tabel: Levensverwachting en (on)gezonde levensverwachting 2021, bij geboorte (in jaren).
  Mannen Vrouwen Totaal
Levensverwachting (LV) 79,7 83,0 81,4
Type gezonde levensverwachting      
LV in als goed ervaren gezondheid ( LGEG Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid (Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid )) 65,4 65,1 65,2
LV zonder matige of ernstige beperkingen ( LZB Levensverwachting zonder beperkingen (Levensverwachting zonder beperkingen)) 73,4 72,4 72,9
LV zonder chronische ziekten ( LZCZ Levensverwachting zonder chronische ziekten (Levensverwachting zonder chronische ziekten)) 47,2 40,5 43,9
LV in goede geestelijke gezondheid ( LGGG Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid (Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid)) 71,6 70,1 70,9
Type ongezonde levensverwachting      
LV in als minder goed ervaren gezondheid (LMEG) 14,3 17,9 16,2
LV met matige of ernstige beperkingen (LMB) 6,3 10,6 8,4
LV met chronische ziekten LMCZ) 32,5 42,5 37,5
LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG) 8,1 12,9 10,5

Bron: CBS-StatLine: Gezonde levensverwachting


Gezonde levensverwachtingop 65-jarige leeftijd laat wisselend beeld zien

De gezonde  levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) op 65-jarige leeftijd in 2021 laat een wisselend beeld zien. Voor de levensverwachting zonder beperkingen ( LZB Levensverwachting zonder beperkingen (Levensverwachting zonder beperkingen)) is de de situatie voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid ( LGEG Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid (Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid )) en in goede geestelijke gezondheid ( LGGG Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid (Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid))  is voor vrouwen gunstiger.

Vrouwen leven meer jaren met chronische ziekten

Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting met chronische ziekten voor vrouwen 2,9 jaar hoger dan voor mannen. Het grote verschil bij geboorte van 10 jaar tussen mannen en vrouwen in de levensverwachting met chronische ziekten wordt dus voor twee derde veroorzaakt door chronische ziekten vóór de leeftijd van 65 jaar. Dit zou deels veroorzaakt kunnen worden door migraine. Dat is een ziekte die veel voorkomt bij vrouwen en ook veel voorkomt op jongere leeftijd.

Tabel: Levensverwachting en (on)gezonde levensverwachting 2021, op 65-jarige leeftijd (in jaren).
  Mannen Vrouwen Totaal
Levensverwachting (LV) 18,6 21,2 19,9
Type gezonde levensverwachting      
LV in als goed ervaren gezondheid (LGEG) 12,6 13,4 13,0
LV zonder matige of ernstige beperkingen (LZB) 14,8 14,6 14,7
LV zonder chronische ziekten ( LZCZ Levensverwachting zonder chronische ziekten (Levensverwachting zonder chronische ziekten)) 4,1 3,8 3,9
LV in goede geestelijke gezondheid (LGGG) 16,9 18,2 17,6
Type ongezonde levensverwachting      
LV in als minder goed ervaren gezondheid (LMEG) 6,0 7,8 6,9
LV met matige of ernstige beperkingen (LMB) 3,8 6,6 5,2
LV met chronische ziekten (LMCZ) 14,5 17,4 16,0
LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG) 1,7 3,0 2,3

Bron: CBS StatLine: Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid 


Gezonde en ongezonde levensverwachting stijgen voor mannen allebei

De  levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) in als goed ervaren gezondheid (bij geboorte) is voor mannen gestegen van 59,9 in 1981 naar 65,4 jaar in 2021, een stijging van 5,5 jaar. In dezelfde periode steeg de totale levensverwachting van mannen met 7,0 jaar. De levensverwachting in als minder goed ervaren gezondheid is daarmee ook gestegen. Enerzijds hebben mannen dus meer jaren in goede gezondheid erbij gekregen, anderzijds kregen zij ook meer jaren in minder goede gezondheid erbij. De boodschap is dus tweeledig: mannen leven steeds langer, maar met zowel meer gezonde als ongezonde jaren (gebaseerd op ervaren gezondheid).

Gezonde levensverwachting stijgt minder snel bij vrouwen dan bij mannen

De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid bij geboorte is voor vrouwen gestegen van 62,4 in 1981 naar 65,1 jaar in 2021, een stijging van 3,7 jaar. Voor vrouwen stijgt de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid dus minder snel dan voor mannen. Sinds 1999 is de gezonde levensverwachting voor vrouwen dan ook lager dan voor mannen. De totale levensverwachting voor vrouwen is in dezelfde periode gestegen van 79,3 tot 83,0 jaar. Ook hier is de stijging kleiner dan voor mannen (3,7 jaar).


  • M.H.D. Plasmans ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • E.A. van der Wilk, red. (RIVM)