Relatieve vijfjaarsoverleving longkanker 1990-2024
Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose longkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel- Luchtpijp/ trachea en long (ICD-O2/3: topografiecodes C33, C34)
- De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-1).
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) zijn zichtbaar in tabelweergave.
- Meer cijfers over overleving per kankersoort zijn te vinden op NKR Cijfers.
Overleving van longkanker is slecht, maar wel verbeterd
De overleving bij longkanker is slecht in vergelijking met veel andere soorten kanker. Van alle personen die in de periode 2020-2024 zijn gediagnosticeerd met longkanker was de 5-jaarsoverleving 29,1%. Voor kleincellige tumoren (SCLC) is de prognose het slechtst. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de delingssnelheid van de betreffende cellen groter is dan bij niet-kleincellige tumoren (NSCLC). De overleving van longkanker is wel verbeterd. Voor longkanker gediagnosticeerd in de periode 1990-1994 bedroeg de relatieve 5-jaarsoverleving nog 11,8%. De invoering van immunotherapie en doelgerichte therapie leverde een belangrijke bijdrage aan de verbetering in overleving (IKNL, geraadpleegd 3 september 2026).
Relatieve vijfjaarsoverleving niet kleincellige longkanker 1990-2024
Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose niet kleincellige longkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel- ICD-O2/3: topografiecodes C34
- De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-1).
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) zijn zichtbaar in tabelweergave.
- Meer cijfers over overleving per kankersoort zijn te vinden op NKR Cijfers.
Overleving meest gunstig voor niet-kleincellige longkanker
Niet-kleincellige longkanker groeit over het algemeen langzamer en zaait minder snel uit dan kleincellige longkanker. Hierdoor is de overleving van deze vorm van longkanker beter dan die van kleincellige longkanker. De overleving van niet-kleincellige longkanker is in de laatste decennia zowel bij mannen als vrouwen toegenomen. Van zowel de mannen als vrouwen die in de periode 1990-1994 werden gediagnosticeerd met niet-kleincellige longkanker was de 5-jaarsoverleving nog rond de 13%. Van de mannen bij wie de diagnose is gesteld in de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 28,1% en van de vrouwen bij wie de diagnose in deze periode werd gesteld was de 5-jaarsoverleving 34,2%. De toename in overleving is vooral toe te schrijven aan de introductie van immunotherapie en doelgerichte therapie voor niet-kleincellige longkanker in stadium IV (IKNL, 2024).
Relatieve vijfjaarsoverleving kleincellige longkanker 1990-2024
Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose kleincellige longkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel- ICD-O2/3: topografiecodes C34
- De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-1).
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) zijn zichtbaar in tabelweergave.
- Meer cijfers over overleving per kankersoort zijn te vinden op NKR Cijfers.
Overleving kleincellige longkanker laag, maar toegenomen
De overleving van kleincellige longkanker is laag, maar licht toegenomen in de afgelopen decennia. Van zowel de mannen als vrouwen die in de periode 1990-1994 werden gediagnosticeerd met kleincellige longkanker was de 5-jaarsoverleving ongeveer 4%. Van de mannen bij wie de diagnose is gesteld in de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 8,8% en van de vrouwen bij wie de diagnose in deze periode werd gesteld was de 5-jaarsoverleving 10,2%.
- R. Gijsen (RIVM)
- T.C.H. Hazekamp, red. (RIVM)