Het vóórkomen van borstkanker

Sla de grafiek Nieuwe gevallen van borstkanker 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: NKR, cijfers gedownload 9 februari 2022

Borstkanker is meest voorkomende kanker bij vrouwen

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. In 2021 bedroeg het aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van een invasieve vorm van borstkanker 1,8 per 1.000 vrouwen. Dit komt overeen met ongeveer 15.600 nieuwe gevallen. Bij een invasieve vorm van borstkanker groeit de borsttumor door in omliggend weefsel en blijft deze niet begrensd tot de klierstructuren van de borst.

Kans op borstkanker neemt toe met leeftijd

Bij vrouwen jonger dan 25 jaar komt borstkanker vrijwel niet voor. Vanaf 25 jaar neemt het aantal nieuwe gevallen toe. Het aantal geregistreerde nieuwe gevallen is in de leeftijdsgroepen vanaf 75 jaar relatief (per 1.000 vrouwen) kleiner dan in de daaraan voorafgaande jongere leeftijdsgroepen. Dit is het gevolg van het feit dat vrouwen vanaf de leeftijd van 75 jaar niet meer worden opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. In de groep van gescreende vrouwen tot 75 jaar worden tumoren opgespoord die veelal nog niet duidelijk waarneembaar (klinisch manifest) zijn. Na beëindiging van deelname aan de screening duurt het even voor deze tumoren groot genoeg zijn om zich klinisch te manifesteren. 

Meeste borsttumoren groeien door in omliggend weefsel

Veruit de meeste borsttumoren zijn invasief en groeien door in omliggend weefsel. In 2021 werden ongeveer 2.400 vrouwen gediagnosticeerd met een niet-invasieve borsttumor: ductaal carcinoma in situ (DCIS). Een niet-invasieve borsttumor blijft begrensd tot de klierstructuren van de borst (Bron: NKR, 2022). Uit DCIS kan wel een invasieve tumor ontstaan en DCIS kan daardoor een voorloper van borstkanker zijn.

Ongeveer 119.300 vrouwen met borstkanker op 1-1-2021

Op 1 januari 2021 waren er ongeveer 119.300 vrouwen met invasieve borstkanker (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 9 februari 2022). Dit komt overeen met 13,6 per 1.000 vrouwen. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie. Dit wil zeggen het aantal nog levende vrouwen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan 1 januari 2021 de diagnose borstkanker heeft gekregen.


Borstkanker komt ook voor bij mannen

Niet alleen vrouwen krijgen borstkanker. In 2021 kregen ongeveer 130 mannen de diagnose borstkanker, en op 1 januari 2021 waren er ongeveer 780 mannen met borstkanker (tienjaarsprevalentie) (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 9 februari 2022). De tienjaarsprevalentie is het aantal nog levende mannen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan 1 januari 2021 de diagnose borstkanker heeft gekregen.


Trend nieuwe gevallen borstkanker

Sla de grafiek Nieuwe gevallen van borstkanker 1989-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: NKR, cijfers gedownload 9 februari 2022

Aantal nieuwe gevallen borstkanker gestabiliseerd

Het aantal nieuwe gevallen van borstkanker is in de periode 1990-2011 toegenomen en in de jaren 2011-2019 nagenoeg gelijk gebleven. Na een tijdelijke afname in 2020 ligt het aantal nieuwe gevallen van borstkanker in 2021 weer op het niveau van de jaren voor 2020. De gepresenteerde trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). De aanvankelijke toename is deels toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker dat in 1988 van start is gegaan ( Visser et al. 2003 Visser, O., Siesling, SS., van de Kassteele, J., van Dijk, J., Incidence of cancer in the Netherlands 1999/2000, Utrecht (2003) ). Het absoluut (niet gestandaardiseerd) aantal nieuwe gevallen van borstkanker is over de periode 1989-2021 toegenomen van  ongeveer 7.700 in 1989 tot ongeveer 15.600 in 2021 (voorlopig cijfer).

In 2020 minder diagnoses door COVID-19-uitbraak

Het aantal vrouwen bij wie borstkanker is vastgesteld, was in 2020 kleiner dan in voorgaande jaren (ongeveer 13.000; voorlopig cijfer). Het kleiner aantal diagnoses in 2020 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een tijdelijke onderbreking van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in verband met de COVID-19-uitbraak. Daarnaast spelen uitgestelde huisartsbezoeken en doorverwijzingen naar het ziekenhuis tijdens de COVID-19-uitbraak een rol. In 2021 was geen effect van de COVID-19-uitbraak te zien op het aantal nieuwe kankerdiagnoses.

Bevolkingsonderzoek beïnvloedt aantal geregistreerde nieuwe gevallen

In de periode 1994-1998 is het aantal nieuwe gevallen van borstkanker vrijwel constant gebleven. Vanaf 1999 lag het aantal nieuwe gevallen op een iets hoger niveau, waarna het opnieuw stabiliseerde. Er zijn twee belangrijke factoren die de trend vanaf 1994 beïnvloed hebben en die tegengesteld werken:

  • Een groot deel van de langzaam groeiende tumoren is al in de eerste ronde van het bevolkingsonderzoek op borstkanker, begin jaren negentig, aan het licht gekomen. In de vervolgronden is het detectiecijfer van deze tumoren dan lager. Het gevolg is dat het aantal nieuwe gevallen daalt.
  • In 1999 is de bovengrens van de leeftijd waarop vrouwen worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek verhoogd naar 75 jaar ( Visser et al. 2003 Visser, O., Siesling, SS., van de Kassteele, J., van Dijk, J., Incidence of cancer in the Netherlands 1999/2000, Utrecht (2003) ). Tot dan toe werden vrouwen van 50 tot en met 70 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Door deze uitbreiding van het bevolkingsonderzoek is het detectiecijfer van tumoren weer toegenomen en hiermee het aantal nieuw opgespoorde gevallen van borstkanker.

Verwachte stijging aantal nieuwe gevallen borstkanker door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van borstkanker bij vrouwen in de periode 2018-2040 naar verwachting met 15% stijgen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van borstkanker beïnvloeden (Bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning).


Staat van Volkgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid:

  • A.M. Gommer (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.C. Voogd (UM, Maastricht University)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)