Verwijzing naar coronaire hartziekten

Naar schatting 792.700 mensen met coronaire hartziekten

In 2024 waren er naar schatting 792.700 mensen met een coronaire hartziekte: 495.800 mannen en 296.900 vrouwen (jaarprevalentie). Dat zijn 55,4 per 1.000 mannen en 32,8 per 1.000 vrouwen. De jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2024 bekend waren bij de huisarts voor ten minste één vorm van coronaire hartziekten. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2024 contact te hebben gehad met de huisarts voor coronaire hartziekten. Mensen met meerdere vormen van coronaire hartziekten tellen dus maar één keer mee in het totaal.

Huisartsencijfers lager dan zelfgerapporteerde cijfers

In de CBS-Gezondheidsenquête gaf 3,1% van de ondervraagden (12 jaar en ouder) in 2024 aan ooit een acuut hartinfarct te hebben gehad: 4,6% van de mannen en 1,6% van de vrouwen. Het percentage mensen dat zelf aangeeft ooit een acuut hartinfarct te hebben gehad, is hoger dan de (jaar)prevalentie op basis van registratie door de huisarts.

69.200 nieuwe patiënten met acuut myocardinfarct in 2024

In 2024 kwamen er 69.200 nieuwe patiënten met een acuut myocardinfarct bij: 48.400 mannen en 20.800 vrouwen. Het aantal nieuwe gevallen van angina pectoris is 27.200 en het aantal nieuwe gevallen van andere/chronische ischemische hartziekte is 9.300. Deze schattingen zijn gebaseerd op de Nivel Zorgregistraties eerste lijn

Tabel: Coronaire hartziekten in huisartsenpraktijk naar type 2024.

 Nieuwe gevallenJaarprevalentie
 MannenVrouwenMannenVrouwen
Per 1.000 personen
Angina pectoris (K74)1,61,426,320,4
Acuut myocardinfarct (AMI; K75)5,42,321,68,6
Andere/chronische ischemische hartziekte (K76)0,70,415,17,2
Absolute aantallen         
Angina pectoris (K74)14.50012.700235.100184.100
Acuut myocardinfarct (AMI; K75)48.40020.800193.00077.700
Andere/chronische ischemische hartziekte (K76)5.8003.500134.80064.900

Bron: Nivel Zorgregistratie eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes K74, K75 en K76

Door veranderingen in risicofactoren verandert incidentie

Door veranderingen in het voorkomen van de risicofactoren van coronaire hartziekten verandert de incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) (en daarmee de sterfte en de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.)) van coronaire hartziekten. Ook kan de ernst van de ziekte bij optreden hierdoor afnemen. Een aantal trends in de determinanten (risicofactoren) van coronaire hartziekten is ongunstig en een aantal is gunstig. Indien er daadwerkelijk een daling in de incidentie is opgetreden, betekent dit dat de positieve trends in risicofactoren meer invloed hebben op de trends in coronaire hartziekten dan de negatieve trends in risicofactoren.

(On)gunstige trends van risicofactoren

Gunstige en ongunstige ontwikkelingen in het (recente) verleden die mogelijk doorwerken in de huidige en toekomstige cijfers zijn:

  • Daling van het percentage personen met een te hoog totaal cholesterolgehalte, met name als gevolg van een sterke toename van het gebruik van cholesterolverlagende medicatie.
  • Daling van het percentage rokers in de tachtiger jaren (en een stabilisatie in de jaren negentig).
  • Daling van de inname van transvetzuren sinds het begin van de jaren negentig (na aanpassingen door de voedingsmiddelenindustrie).
  • Toename van het aantal mensen met overgewicht.
  • Toename van het aantal mensen met diabetes mellitus.
  • Daling in de consumptie van groente, fruit en vezels (zie: trends in voeding).

  • S.J. van Dis (Hartstichting)
  • P.M. Engelfriet (RIVM)
  • J.W. Deckers (Erasmus MC)
  • J.W. Vanhommerig (NIVEL)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • M.H.D. Plasmans (RIVM)
  • M. Buijs (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)