Totaal aantal geboorten ruim 177.000 in 2021

In 2021 vonden er 177.248 geboorten plaats. Het betreft hier het aantal geboorten na een zwangerschapsduur van 28 of meer weken, ongeacht de levensvatbaarheid van de kinderen. Het gaat dus zowel om levend- als doodgeborenen. In 2021 werden 179.441 levende kinderen geboren (ongeacht zwangerschapsduur). Dit komt overeen met 10,3 levendgeborenen per 1.000 inwoners. In 2.570 van de geboorten was er sprake van een meerling. Daaronder was het aantal drie- of meerlingen zeer klein. In 2021 werden er in totaal 28 drie- of meerlingen geboren (CBS StatLine).

Tabel: Aantal geboorten en levendgeborenen 2021
  Aantal
Totaal geboorten (vanaf 28 weken zwangerschap, zowel levend- als dood geboren) 177.248
Totaal levend geboren kinderen (ongeacht zwangerschapsduur) 179.441
Enkelvoudige geboorten 174.678
Totaal meervoudige geboorten 2.570

Bron: CBS Bevolkingsstatistiek


2021: Hoogste aantal geboorten in 10 jaar tijd

De afgelopen jaren werden relatief weinig kinderen geboren, sinds 2013 worden er jaarlijks rond de 170.000 kinderen geboren. In 2021 waren dat er ruim 10.000 meer.  Daarmee neemt, na een dalende trend sinds de eeuwwisseling, het aantal levendgeborenen duidelijk toe. Vooral bij vrouwen tussen de 30 en 35 jaar nam het aantal eerste kinderen toe. Niet alleen het aantal eerstgeborenen was hoger, er werden ook meer tweede en derde kinderen geboren. Relatief was de toename van het aantal derde kinderen het grootst. 

20ste eeuw: de babyboom en andere ontwikkelingen

In eerdere periodes was het jaarlijkse aantal levendgeborenen groter. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden relatief veel kinderen geboren, in 1946 zelfs 284.000. Dat veranderde in de jaren zeventig. De laatste keer dat er meer dan 200.000 kinderen in een jaar geboren werden, was aan het begin van de jaren 2000. Rond het jaar 2000 steeg het aantal geboorten sterk, doordat de kinderen uit de naoorlogse geboortegolf zelf kinderen kregen (van Nimwegen & Heering, 2009).


Baby’s hebben steeds vaker een moeder van 35 jaar of ouder

In 2021 werden per 1.000 vrouwen van 35 tot 40 jaar 74,8 kinderen geboren, in 2000 waren dat er 56,5 kinderen. Steeds minder vrouwen zijn al voor hun dertigste moeder, terwijl het juist vaker voorkomt dat vrouwen op latere leeftijd een eerste kind krijgen (CBS, 2021).

Vrouw is gemiddeld 30,3 jaar bij geboorte eerste kind

Vrouwen in Nederland waren in 2021 gemiddeld 30,3 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Het betreft hier de gemiddelde leeftijd van de vrouw op 31 december van het jaar dat haar kind werd geboren (levendgeborenen) (CBS StatLine). Van alle kinderen die in 2021 zijn geboren had 26,5% een moeder van 35 jaar of ouder. Bij bijna een derde van de moeders van 35 of ouder ging het om de geboorte van hun eerste kind. Van de tienermoeders was 82,5% achttien of negentien jaar oud in 2021, 1% was jonger dan zestien (CBS StatLine).

Mannen zijn 2,5 jaar ouder bij geboorte van hun kind

In 2021 waren mannen gemiddeld 32,8 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Vergeleken met vrouwen, zijn mannen gemiddeld 2,5 jaar ouder wanneer zij hun eerste kind of opnieuw een kind krijgen.


Vruchtbaarheidcijfer laatste decenia gedaald

Het  vruchtbaarheidscijfer Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen per vrouw. Schatting voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt indien de in een bepaald jaar of voor een bepaald geboortecohort waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden. Het cijfer wordt berekend… (Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen per vrouw. Schatting voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt indien de in een bepaald jaar of voor een bepaald geboortecohort waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden. Het cijfer wordt berekend…) schommelde na de eeuwwisseling rond 1,75. De laatste decenia is het vruchtbaarheidscijfer weer verder gedaald tot 1,55 in 2020. In 2021 zien we voor het eerste weer een toename van het vruchtbaarheidscijfer naar 1,62. In de jaren voor 1965 lag het gemiddeld kindertal per vrouw nog boven de 3. Het huidige vruchtbaarheidscijfer ligt ruim onder het vervangingsniveau van 2,1 kind per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Net als bij vrouwen is ook bij mannen het kindertal met de generaties gedaald. Een wat lager vruchtbaarheidscijfer betekent niet dat de vrouwen die nu in de vruchtbare leeftijd zijn uiteindelijk gemiddeld minder kinderen zullen krijgen dan de generaties voor hen. Wanneer vrouwen nu wachten met kinderen krijgen, wordt er in het vruchtbaarheidscijfer geen rekening meegehouden dat zij die kinderen mogelijk later alsnog krijgen.

Hogeropgeleiden krijgen later kinderen

Hoger opgeleiden beginnen gemiddeld later aan kinderen dan lager opgeleiden. Dat geldt zowel voor mannen als vrouwen. Van de generatie 1970 was op 30-jarige leeftijd 64% van de lager opgeleide vrouwen moeder, en nog maar 27% van de hoger opgeleide vrouwen. Op 30-jarige leeftijd waren er minder mannen dan vrouwen met een kind: 35% van de lager opgeleide mannen was op die leeftijd vader en 18% van de hoger opgeleiden. Hoogopgeleiden maken na hun dertigste een inhaalslag. Mannen met een hoger opleidingsniveau worden uiteindelijk vaker vader dan lager opgeleide mannen. Bij de vrouwen is dat niet het geval, zij lopen de achterstand op lager opgeleide vrouwen niet helemaal meer in.


  • E.A. van der Wilk, red. ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • C. Deuning (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)