Totaal aantal levengeborenen ruim 166.000

In 2024 werden 166.143 kinderen levend geboren (ongeacht zwangerschapsduur). Dit komt overeen met 9,2 levendgeborenen per 1.000 inwoners. In 2.480 van de geboorten was er sprake van een meerling. Daaronder was het aantal drie- of meerlingen zeer klein.

Tabel: Kerncijfers geboorte 2024

 Aantal
Totaal levend geboren kinderen (ongeacht zwangerschapsduur)166.143
Enkelvoudige geboorten161.533
Totaal meervoudige geboorten2.480

Bron: CBS Bevolkingsstatistiek 


Stijging aantal levendgeborenen ten op zichte van 2023

De afgelopen jaren werden relatief weinig kinderen geboren, in de periode 2013-2020 werden er jaarlijks rond de 170.000 kinderen geboren. Tussen 2020 en 2021 was er voor het eerst weer sprake van een stijging na een lange periode van daling van het aantal levendgeborenen. In 2022 en 2023 is het aantal weer opnieuw gedaald. Het aantal levendgeborenen was in 2024 in Nederland 166.143. Dat is een stijging ten op zichte van 2023. In 2023 waren er 164.487 levendgeborenen (CBS Staline).

20ste eeuw: de babyboom en andere ontwikkelingen

In eerdere periodes was het jaarlijkse aantal levendgeborenen groter. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden relatief veel kinderen geboren, in 1946 zelfs 284.000. Dat veranderde in de jaren zeventig. De laatste keer dat er meer dan 200.000 kinderen in een jaar geboren werden, was aan het begin van de jaren 2000. Rond het jaar 2000 steeg het aantal geboorten sterk, doordat de kinderen uit de naoorlogse geboortegolf zelf kinderen kregen (van Nimwegen & Heering, 2009).


Vrouw is gemiddeld 30,4 jaar bij geboorte eerste kind

Vrouwen in Nederland waren in 2024 gemiddeld 30,4 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Het betreft hier de gemiddelde leeftijd van de vrouw op 31 december van het jaar dat haar kind werd geboren (levendgeborenen) (CBS StatLine). Van alle kinderen die in 2024 zijn geboren had 28% een moeder van 35 jaar of ouder.

Baby’s hebben steeds vaker een moeder van 35 jaar of ouder

In 2024 werden per 1.000 vrouwen van 35 tot en met 39 jaar 67,4 kinderen geboren, in 2000 waren dat er 56,5 kinderen. Steeds minder vrouwen zijn al voor hun dertigste moeder, terwijl het juist vaker voorkomt dat vrouwen op latere leeftijd een eerste kind krijgen (CBS, 2025).

Mannen zijn 2,5 jaar ouder bij geboorte van hun kind

In 2024 waren mannen gemiddeld 32,9 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Vergeleken met vrouwen, zijn mannen gemiddeld 2,5 jaar ouder wanneer zij hun eerste kind of opnieuw een kind krijgen.


Vruchtbaarheidcijfer laatste decenia gedaald

Het vruchtbaarheidscijfer Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen per vrouw. Schatting voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt indien de in een bepaald jaar of voor een bepaald geboortecohort waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden. Het cijfer wordt berekend door het aantal in een jaar geboren kinderen per leeftijdsjaar van de moeder te delen op het totaal aantal vrouwen van die leeftijd, en vervolgens de uitkomsten hiervan te sommeren over de vruchtbare levensjaren. (Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen per vrouw. Schatting voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt indien de in een bepaald jaar of voor een bepaald geboortecohort waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden. Het cijfer wordt berekend door het aantal in een jaar geboren kinderen per leeftijdsjaar van de moeder te delen op het totaal aantal vrouwen van die leeftijd, en vervolgens de uitkomsten hiervan te sommeren over de vruchtbare levensjaren.) schommelde na de eeuwwisseling rond 1,75. De laatste decenia is het vruchtbaarheidscijfer weer verder gedaald tot 1,43 in 2024. In 2021 zagen we voor het eerste weer een toename van het vruchtbaarheidscijfer naar 1,62. In de jaren voor 1965 lag het gemiddeld kindertal per vrouw nog boven de 3. Het huidige vruchtbaarheidscijfer ligt ruim onder het vervangingsniveau van 2,1 kind per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Net als bij vrouwen is ook bij mannen het kindertal met de generaties gedaald.


  • E.A. van der Wilk, red. (RIVM)
  • C. Deuning (RIVM)
  • H. Giesbers, red. (RIVM)