Minder roken en vapen onder vwo-leerlingen
Leerlingen van het vmbo-b hebben de meeste ervaring met roken en vapen: respectievelijk 21% en 31% van deze scholieren heeft ooit gerookt of gevaped. Dat is twee keer zo veel als vwo-leerlingen (11% gerookt en 16% gevaped). Ook het percentage leerlingen dat in de afgelopen maand heeft gerookt is het hoogst onder vmbo-b-leerlingen. Ook dagelijks roken komt vaker voor op het vmbo en op de havo dan op het vwo (<1%).
Roken naar geslacht en opleiding
Sla de grafiek 'Roken naar geslacht en opleiding 2023/2024' over en ga naar de datatabelBron: Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Mensen met een hbo- of wo-opleiding roken het minst
De grafiek presenteert cijfers over roken naar opleiding van 2023 en 2024 samengenomen. Alle mensen die in het onderzoek hebben aangegeven (weleens) te roken, zijn hierin meegenomen. De verschillen tussen opleidingstypen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil). Resultaten van deze toetsing zijn:
- Bij zowel mannen als vrouwen is het percentage mensen dat rookt hoger onder mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) dan onder hbo- en universitair geschoolden (roze in grafiek). Roken komt 1,8 keer vaker voor bij mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding dan bij mensen met een hbo- of wo-opleiding.
- Bij zowel mannen als vrouwen is het percentage mensen dat rookt hoger onder mensen met een havo- vwo- of mbo-opleiding (geel in grafiek) dan onder mensen met een hbo- of universitaire opleiding.
- Bij mannen is het percentage dat rookt hoger onder mannen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding dan onder mannen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding. Bij vrouwen is het verschil tussen deze opleidingstypen niet statistisch significant.
Bron: Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Bij mannen in alle leeftijdsgroepen is er een verband tussen opleiding en roken
Bovenstaande grafieken presenteren cijfers over roken naar opleiding over 2023 en 2024 samengenomen. De linker grafiek gaat over mannen en de rechter grafiek over vrouwen. De verschillen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil).
Voor mannen zijn de resultaten van deze toetsing:
- In alle leeftijdsgroepen is het percentage mannen dat rookt hoger onder mannen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) dan onder hbo- en universitair geschoolde mannen (roze in grafiek). Zo is dit bij mannen van 45 tot en met 64 jaar met primair onderwijs of een vmbo-opleiding 32,1% ten opzichte van 11,5% van de hbo- en universitair geschoolde mannen in deze leeftijdsgroep.
- In de leeftijdsgroep van 25 tot en met 44 jaar en in de leeftijdsgroep van van 45 tot en met 64 jaar is het percentage mannen dat rookt hoger onder mannen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding dan onder havo- vwo- of mbo-opgeleide mannen (geel in grafiek). Bij mannen in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder is het verschil tussen deze opleidingstypen niet statistisch significant.
- In alle leeftijdsgroepen is het percentage mannen dat rookt hoger onder mannen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding dan onder mannen met een hbo-, of wo-opleiding.
Ook bij vrouwen in alle leeftijdsgroepen verband tussen opleiding en roken
Bovenstaande grafieken presenteren cijfers over roken naar opleiding over 2023 en 2024 samengenomen. De linker grafiek gaat over mannen en de rechter grafiek over vrouwen. De verschillen zijn statistisch getoetst.
Voor vrouwen zijn de resultaten van deze toetsing:
- In alle leeftijdsgroepen is het percentage vrouwen dat rookt hoger onder vrouwen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) dan onder hbo- en universitair geschoolde vrouwen (roze in grafiek).
- In de leeftijdsgroep van 45 tot en met 64 jaar is het percentage vrouwen dat rookt hoger onder vrouwen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding dan onder havo- vwo- of mbo-opgeleide vrouwen (geel in grafiek). Bij vrouwen in de leeftijdsgroep van 25 tot en met 44 jaar en in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder is het verschil tussen deze opleidingstypen niet statistisch significant.
- In alle leeftijdsgroepen is het percentage vrouwen dat rookt hoger onder vrouwen met een havo-, vwo-, of mbo-opleiding dan onder vrouwen met een hbo-, of wo-opleiding.
Trend in roken naar opleiding 1999-2024
Sla de grafiek 'Trend in roken naar opleiding 1999-2024' over en ga naar de datatabelBron: CBS Gezondheidsenquête(tot en met 2013); daarna Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut
- De labels van de opleidingstypen vermelden de grootste opleidingsgroepen. Zie de toelichting op opleidingstypen voor meer informatie.
- De ondergrens en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval zijn zichtbaar in tabelweergave.
Verschil in roken tussen opleidingsgroepen groter geworden
De grafiek presenteert de trend in roken naar opleidingstype van 1999-2024. De verschillen zijn statistisch (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil). Resultaten van deze toetsing zijn:
- Het percentage mensen dat rookt is tussen 1999 en 2024 (statistisch significant) gedaald in alle opleidingsgroepen. Bij mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) is het percentage mensen dat rookt gedaald met 14,6 (Een procentpunt geeft het absolute verschil aan tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Een stijging van 1 procentpunt is bijvoorbeeld een stijging van 4 naar 5%.). Bij mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding (geel in grafiek) is dit gedaald met 14,2 procentpunt. En bij hbo- of universitair geschoolden (roze in grafiek) is dit gedaald met 12,1 procentpunt.
- De daling van het percentage rokers ging even snel in de groep met de laagste relatieve opleidingspositie als in de groep met de hoogste relatieve opleidingspositie.
- In 2024 rookten ongeveer 1,7 keer meer mensen in de groep met primair onderwijs of een vmbo-opleiding (blauw in grafiek) dan in de groep met een hbo- of wo-opleiding (roze in grafiek). Het verschil in roken tussen de groep met de laagste relatieve opleidingspositie en de groep met de hoogste relatieve opleidingspositie is tussen 1999 en 2024 groter geworden.
- G. de Boer (RIVM)
- M.J. Buijs (RIVM)
- K. Monshouwer (Trimbos-instituut)
- M.M. ter Hedde, red. (RIVM)
- V. Hermans, red (RIVM)
- E.M. Zantinge, red. (RIVM)