Aanbod preventie van roken

Rookpreventie bestaat uit combinatie van interventies

Rookpreventie richt zich op het voorkómen dat jongeren gaan roken, het bevorderen dat rokers stoppen met roken en het beschermen van niet-rokers tegen blootstelling aan schadelijke stoffen in tabaksrook. De aanpak bestaat uit een combinatie van maatregelen gericht op de omgeving, regelgeving en handhaving, voorlichting en educatie, en signalering, advies en stopondersteuning vanuit de zorg. Preventie van roken is al jaren één van de prioriteiten van het landelijk volksgezondheidsbeleid. Het is sinds 2018 een van de drie speerpunten van het Nationaal Preventieakkoord.

Tabaksontmoediging via beïnvloeden van sociale en fysieke omgeving

Het bevorderen van niet (mee)roken als sociale norm is een belangrijk ingrediënt van het tabaksontmoedigingsbeleid. De NIX18-campagne gericht op jongeren en hun ouders is een voorbeeld van een interventie die beoogt de sociale norm te beïnvloeden. Rook-, reclame- en verkoopverboden dragen er aan bij dat de fysieke omgeving het niet-roken als norm stelt. Ook een display ban, het verbod op het uitstallen van tabaksproducten op verkooppunten, is een voorbeeld van het beïnvloeden van de fysieke omgeving. Eén van de ambities in het Preventieakkoord is: een rookvrije generatie in 2040. Hiertoe wordt ingezet op een rook- en tabaksvrije omgeving waarin kinderen niet langer meeroken en worden verleid om te gaan roken.

Ontmoediging tabaksgebruik via Tabaks- en rookwarenwet

De Tabaks- en rookwarenwet reguleert de tabaksverkoop, beperkt het tabaksgebruik en beschermt de niet-roker. De wet bevat verkoop-, reclame- en rookverboden en regels over de samenstelling en verpakking van tabaksproducten. In het Preventieakkoord is veel nieuwe regelgeving aangekondigd gericht op de normalisering van roken. Invoering gebeurt stapsgewijs, te beginnen in 2020.

  • Vanaf 2020 moeten sigaretten verpakt zijn in neutrale verpakkingen. Voor sigaren en e-sigaretten wordt overwogen dit in 2022 in te laten gaan.  
  • Het rookverbod wordt per 2020 uitgebreid voor de e-sigaret met en zonder nicotine.
  • Rookvrije schoolpleinen zijn vanaf 2020 verplicht. 
  • Per 2020 is het uitstallen van tabaksproducten verboden voor supermarkten; voor andere verkooppunten geldt het uitstalverbod per 2021. Met het uitstalverbod wordt ook geregeld dat sigarettenautomaten per 2022 niet meer zijn toegestaan. 
  • Per 2021 geldt een nieuw reclameverbod voor speciaalzaken. Onder meer gevelreclame is dan niet meer toegestaan. 

Er wordt een aanpassing van de Tabaks- en rookwarenwet voorbereid zodat rookruimten in de horeca uiterlijk juli 2022 worden gesloten. Ook worden dan de rookruimten in de (semi)-publieke sector en in openbare gebouwen gesloten. Voor het sluiten van rookruimten op de werkplek buiten de horeca wordt een convenant met het bedrijfsleven gesloten. Daarbij is het uitgangspunt dat het bedrijfsleven eigen verantwoordelijkheid neemt en dat sluiting gerealiseerd is in 2023. 

Tabaksontmoediging via accijnsverhoging

Ook accijnsverhoging is een manier om tabaksgebruik te ontmoedigen. De prijs van tabakswaren bestaat voor een deel uit accijns (belasting). Regelmatig verhoogt het ministerie van Financiën de accijns en daarmee de prijs van tabakswaren. In het Preventieakkoord was een grote stapsgewijze accijnsverhoging aangekondigd, met als einddoel: een pakje sigaretten (20 stuks) voor de prijs van 10 euro in 2023. 
Op 1 april 2020  is  de accijns van een pakje sigaretten met 1 euro verhoogd. Om een overstap naar andere tabaksproducten te beperken, is ook de accijns van producten zoals shag, volumetabak en heatsticks verhoogd. Alvorens de prijs van een pakje sigaretten verder te verhogen tot 10 euro in 2023, vindt in 2021 een evaluatie plaats naar mogelijke grenseffecten door inkoop in buurlanden.  

Voorlichtingscampagnes, -projecten  en -programma’s om (mee)roken te verminderen

Via campagnes, projecten en programma’s worden het algemeen publiek en specifieke doelgroepen (zoals jongeren en zwangere vrouwen) voorgelicht over de schadelijke invloed van (mee)roken. Meerjarige campagnes van de rijksoverheid zijn ‘Rookvrij zwanger’ waarbij de sociale omgeving van zwangere vrouwen wordt gestimuleerd om niet te roken waar ze bij is, en ‘Rookvrij opgroeien’, waarbij met name ouders van opgroeiende kinderen via televisie en sociale media worden geïnformeerd over de gevolgen van roken en meeroken. Een voorbeeld van een programma gericht op jongeren is Gezonde School. Ook de waarschuwingstekst op de verpakking van tabaksproducten is een vorm van voorlichting. Het Trimbos-instituut is door de overheid aangewezen als landelijke kennisinstituut en expertisecentrum op het gebied van preventie van roken (en andere genotsmiddelen).

Stoppen met roken advies en ondersteuning door professionals in zorg

Professionals in de zorg kunnen rokende patiënten adviseren te stoppen met roken. Ze kunnen hen hierbij ondersteuning bieden of doorverwijzen. Het kan gaan om gedragsmatige ondersteuning (zoals telefonische coaching, individuele- of groepstraining) en/of farmacologische ondersteuning (zoals nicotinevervangers of bepaalde medicijnen). De kosten van stoppen met roken ondersteuning worden vergoed via de Zorgverzekeringswet. In het Preventieakkoord is als doel geformuleerd dat er in 2020 voor iedereen die wil stoppen in de eerstelijn toegankelijke stoppen-met-rokenzorg en ondersteuning beschikbaar is zonder financiële drempels. Ook worden er vele acties aangekondigd om vanuit de zorg en zorgverzekeraars rokers te motiveren met roken te stoppen en hen hierbij zo effectief mogelijk te ondersteunen.


(Kosten)effectiviteit van preventie van roken

Interventiescenario's laten zien dat rookprevalentie kan dalen

Met een groot opgezette Maatschappelijke Kosten Baten Analyse ( MKBA Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse)) hebben de Universiteit Maastricht, het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en het Trimbos-instituut gezamenlijk geprobeerd een rationele impuls te geven aan de opvattingen over de kosten en baten van tabaksontmoediging ( Maastricht University et al. 2016 Maastricht University, RIVM, Trimbos-Instituut, Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging, Maastricht (2016) ). In de analyse is gekozen voor een breed economisch en maatschappelijk perspectief, waarbij álle relevante kosten en baten meegewogen worden in het streven naar een rookvrije samenleving. De uitgewerkte scenario’s laten zien dat er mogelijkheden zijn om het aantal rokers in Nederland met 14,2  procentpunt Een procentpunt geeft het absolute verschil aan tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Een stijging van 1 procentpunt is bijvoorbeeld een stijging van 4 naar 5%. (Een procentpunt geeft het absolute verschil aan tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Een stijging van 1 procentpunt is bijvoorbeeld een stijging van 4 naar 5%.) te laten dalen de komende 35 jaar. Dat is een grotere daling van de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) dan te verwachten is met voortzetting van het huidige beleid waarbij het aantal rokers slechts met 2,3 procentpunt daalt. Uit deze MKBA blijkt dat alle overheidsmaatregelen resulteren in een positief saldo voor de Nederlandse samenleving als geheel, zowel op korte als lange termijn. Desondanks zijn de interventiekosten in alle scenario’s gering over de gehele tijdshorizon.

Relatie tussen maatregel en effecten belangrijk

Het is belangrijk te letten op de relatie tussen maatregel en effecten. Zo zorgen accijnsverhogingen in het algemeen voor extra accijnsinkomsten maar is er een lager effect op de prevalentie en  ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). (De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten).). Massamediacampagnes, wanneer zelfstandig en als enig instrument gebruikt, hebben daarentegen een positief effect op de prevalentie maar een negatief effect op de accijnsinkomsten. De combinatie van deze maatregelen heeft een gunstig effect op prevalentie én op de accijnsinkomsten.

Meeste baten voor consumenten en werknemers

In scenario’s waarin de prevalentie sterk daalt, ervaren vooral de consumenten (in de vorm van een stijging in het aantal  QALY Quality-adjusted life-year. Maat voor kwaliteit van een levensjaar (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit de resterende levensduur en de kwaliteit van leven van een persoon na interventie. QALY's worden berekend als een schatting van de gewonnen levensjaren, waarbij elk jaar vermenigvuldigd wordt met… (Quality-adjusted life-year. Maat voor kwaliteit van een levensjaar (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit de resterende levensduur en de kwaliteit van leven van een persoon na interventie. QALY's worden berekend als een schatting van de gewonnen levensjaren, waarbij elk jaar vermenigvuldigd wordt met…)'s) en werknemers (in de vorm van verminderde productiviteitsverliezen) de meeste baten. In alle scenario’s daalt het  consumentensurplus De waarde die een consument bereid is méér te betalen voor een bepaald product dan de marktprijs. (De waarde die een consument bereid is méér te betalen voor een bepaald product dan de marktprijs.). Indien het consumentensurplus niet zou worden meegenomen in de analyses vallen de resultaten positiever uit. Daarnaast zou verhoging van de accijnzen kunnen leiden tot verdringings- of grenseffecten, indien mensen over de grens tabak kopen. Een accijnsverhoging die afgestemd en doorgevoerd wordt in Europees verband, kan deze grenseffecten tegengaan.


Tobacco Control Scale meet intensiteit tabaksontmoediging in Europa

De Tobacco Control Scale (TCS) meet hoe intensief het tabaksontmoedigingsbeleid in 35 Europese landen is. Landen die veel ondernemen op dit gebied scoren hoog op de TCS. De landen met het meest intensieve beleid zijn het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland, IJsland en Noorwegen. Nederland staat op de veertiende plaats en met een score van 53 uit de 100 punten behoort het volgens de TCS tot de landen die het ‘redelijk goed’ doen. Als Nederland wordt vergeleken met de vijf best presterende landen blijft Nederland achter op het gebied van (volledige) rookverboden in openbare ruimten (zoals op treinstations en in pretparken). De vijf best presterende landen hebben ook strengere reclameverboden dan Nederland. Daarnaast is de prijs van tabaksproducten in deze landen hoger.


  • M.C.M. Busch ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • E.A. van der Wilk (RIVM)
  • G.A. de Wit (RIVM)
  • E.M. Zantinge, red. (RIVM)