47.500 duizend contacten met een crisisdienst ggz in 2021

In 2021 waren er bij volwassenen in Nederland 47.492 patiëntcontacten met een crisisdienst ggz. Het aantal patiënten met één of meer contact was 37.492. Dat betekent dat gemiddeld elke patiënt met een contact met de crisisdienst, 1,27 contacten in een jaar had. Ook voor kinderen en jongeren kan bij crises de hulp van ggz-crisisdiensten ingeroepen worden. Cijfers over de frequentie waarmee dat gebeurt, zijn echter (nog) niet landelijk beschikbaar.

Bij vrouwen komen crisiscontacten het meest voor bij 18-19-jarigen, bij mannen rond het 25e jaar. Met het ouder worden neemt de kans op een crisiscontact af. Boven de 75 jaar is de kans echter weer wat groter bij zowel mannen als vrouwen. 


Dalende trend crisiscontacten

In de periode 2016-2021 daalde het aantal crisiscontacten en aantal patiënten met een crisiscontact. In 2020 was de daling aanzienlijk, het aantal patiëntcontacten per 1.000 inwoners lag in 2020 11,3% lager dan in 2019. Dit had waarschijnlijk te maken met de COVID-19-pandemie (en de genomen maatregelen). In 2020 was er ook een verandering van de bekostiging van acute ggz, wat mogelijk ook een effect heeft gehad. In 2021 daalde de aantallen voor de totale groep volwassenen verder.


Stijging aantal crisiscontacten onder jonge vrouwen van 2020 op 2021

Voor alle groepen naar leeftijd en geslacht zien we ongeveer hetzelfde patroon, namelijk een daling over de periode 2016-2021, met een iets hardere daling in 2020. Alleen voor jonge vrouwen is het beeld wat afwijkend: een stabiele trend, met een daling in 2020 gevolgd door een stijging in 2021. Van 2020 op 2021 steeg het aantal crisiscontacten per 1.000 vrouwen van 18-19 jaar met 21%, per 1.000 vrouwen van 20-24 jaar met 10%.

Meeste patiënten komen via een huisarts

Van alle patiënten die in 2021 contact hadden met een crisisdienst ggz, kwam het grootste deel via een huisarts. In 33% van de crisiscontacten werd de crisisdienst ingeschakeld door een huisarts tijdens kantooruren en in 20% van de gevallen door een huisarts tijdens ANW Avond-, nacht-, en weekenddienst (Avond-, nacht-, en weekenddienst)-uren. In 9% van de crisiscontacten was de patiënt eerst gezien op een SEH Spoedeisende hulp (Spoedeisende hulp). Bij 36% van de crisiscontacten was de exacte herkomst niet bekend; dit kon zijn via politie, justitie of de patiënt of diens naaste nam zelf contact op met de crisisdienst (NZa 2023 NZa, Monitor acute zorg 2023, Utrecht (2023)).

Bij crisis wordt 36% van de patiënten opgenomen

Uit een analyse uit 2017 bleek dat 36% van de patiënten die in crisis raakte en gezien werd door de crisisdienst, werd opgenomen voor één of meerdere dagen (Vektis 2019 Vektis, Minder mensen behandeld voor crisis, Zeist (2019)). De gemiddelde verblijfsduur na een crisis was 7 dagen. Daarbij werden alleen de verblijfsdagen in de eerste 28 dagen vanaf de crisis meegeteld. In de periode 2013-2017 daalde de verblijfsduur; in 2013 was deze nog ruim 9 dagen.


  • R. Gijsen (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • H. Giesbers, red. (RIVM)