Relatieve 5-jaarsoverleving dikkedarmkanker 1990-2024

Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose dikkedarmkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel

Overleving dikkedarmkanker toegenomen

De overleving van dikkedarmkanker (colon- en endeldarmkanker samen) is over de afgelopen decennnia toegenomen. Van de personen die in de periode 1990-1994 werden gediagnosticeerd met dikkedarmkanker was de 5-jaarsoverleving 52,4%. Van de personen bij wie de diagnose is gesteld in de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 68,8%. Het verschil in overleving tussen mannen en vrouwen is in de afgelopen decennia kleiner geworden. De overall toename heeft te maken met ontwikkelingen in de behandeling en diagnose van darmkanker. Sinds januari 2014 is gefaseerd een landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker ingevoerd. Als gevolg hiervan is de overleving van darmkanker verder toegenomen, doordat darmkanker in een eerder en beter behandelbaar stadium wordt opgespoord ( IKNL, Trendrapport darmkanker | dikkedarm- en endeldarmkanker in Nederland (2024) ). 


Relatieve 5-jaarsoverleving colonkanker 1990-2024

Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose colonkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel

Overleving colonkanker toegenomen

Van de personen die in de periode 1990-1994 werden gediagnosticeerd met colonkanker was de 5-jaarsoverleving 52,8%. Van de personen bij wie de diagnose is gesteld in de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 68,8%. Er is nagenoeg geen verschil in (de trend in) overleving tussen mannen en vrouwen. 


Relatieve 5-jaarsoverleving endeldarmkanker 1990-2024

Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose endeldarmkanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel

Overleving endeldarmkanker toegenomen

Van de personen die in de periode 1990-1994 werden gediagnosticeerd met endeldarmkanker was de 5-jaarsoverleving 51,6%. Van de personen bij wie de diagnose is gesteld in de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 68,8%. Het verschil in overleving tussen mannen en vrouwen is in de afgelopen decennia kleiner geworden en is  sinds de diagnoseperiode 2005-2009 verwaarloosbaar.


  • R. Gijsen (RIVM)
  • T.C.H. Hazekamp, red. (RIVM)