Levensverwachting voor mannen 80,7 en voor vrouwen 83,5

In 2025 was de  (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) bij geboorte 80,7 jaar voor mannen en 83,5 jaar voor vrouwen. De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd was 19,5 jaar voor mannen en 21,4 voor vrouwen. Een 65-jarige man wordt naar verwachting dus 84,5 jaar en een 65-jarige vrouw 86,4 jaar. 

Levensverwachting vrouwen 2,8 jaar langer dan van mannen

De levensverwachting bij geboorte was in 2025 voor vrouwen 2,8 jaar hoger dan voor mannen. Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting voor vrouwen nog steeds 2,0 jaar hoger dan die voor mannen.

Levensverwachting op iedere leeftijd hoger voor vrouwen

De resterende levensverwachting is voor vrouwen op iedere leeftijd groter dan voor mannen, maar met een toenemende leeftijd neemt het verschil in resterende levensverwachting wel af. De overlevingskans van vrouwen is dus op iedere leeftijd beter dan voor mannen.


Levensverwachting op niveau van vóór COVID-19

Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 was de  (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) bij geboorte in 2020 en 2021 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren. In de periode 2022 tot en met 2025 is de levensverwachting voor mannen weer toegenomen ten opzichte van de jaren ervoor. De levensverwachting van vrouwen is ongeveer op hetzelfde niveau als in 2019 (het jaar voor de pandemie).

Levensverwachting voor mannen sinds 1970 sterk gestegen

De levensverwachting bij geboorte voor mannen is in de periode 1950-2025 met 10,4 jaar toegenomen, van 70,3 naar 80,7 jaar. De levensverwachting was in de periode 1950-1975 vrijwel constant. Daarna steeg de levensverwachting voor mannen sterk, vooral in de periode 2002-2010.

Levensverwachting vrouwen steeg tussen 2002 en 2014 sterk

De levensverwachting bij geboorte voor vrouwen is in de periode 1950-2025 met 10,9 jaar toegenomen, van 72,6 naar 83,5 jaar. Vooral in de periode 1950-1980 en 2002-2014 steeg de levensverwachting voor vrouwen sterk. In de periode 1980-2000 nam de levensverwachting voor vrouwen nauwelijks toe.

Levensverwachting bij 65 jaar sterk gestegen sinds 1950

De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is in de periode 1950-2025 voor mannen toegenomen van 14,4 naar 19,5 jaar en voor vrouwen van 14,9 naar 21,4 jaar. Vooral in de periode 2002-2014 steeg de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen sterk. De trend in de levensverwachting op 65-jarige leeftijd vertoont een vergelijkbaar patroon als de levensverwachting bij geboorte. Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 was de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2020 en 2021 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren.


Verschil levensverwachting tussen seksen afgenomen na 1980

De (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) voor vrouwen is hoger dan voor mannen, zowel bij geboorte als op 65-jarige leeftijd. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is in de periode 1980-2025 met bijna 4 jaar afgenomen: in 1980 leefden vrouwen nog 6,7 jaar langer dan mannen, in 2025 nog maar 2,8 jaar. Tussen 1950 en 1980 was het verschil tussen mannen en vrouwen juist toegenomen van 2,3 tot 6,7 jaar. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is vooral een gevolg van de kleinere sterftekansen voor vrouwen van 65 jaar en ouder. Op jongere leeftijd sterven ook (iets) meer mannen dan vrouwen, maar dit verschil in sterfte heeft een klein effect op het geslachtsverschil in de levensverwachting, omdat op jonge leeftijd relatief weinig mensen overlijden. Het verschil in de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is toegenomen van 0,6 jaar in 1950 tot 4,8 jaar in 1983 en daarna weer gedaald naar 2,0 jaar in 2025.

Daling rokende mannen leidt tot kleiner sekseverschil in levensverwachting

Eén van de belangrijkste oorzaken van het afgenomen verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de periode 1980-2025 is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Het percentage mannen dat rookt, is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gedaald. Het percentage rokende vrouwen is toegenomen tussen 1958 en 1970 en daarna weer gedaald. Door de afname van de verschillen tussen mannen en vrouwen in rookgedrag nemen ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, af.

Invloed COVID-19 op levensverwachting groter voor mannen

In de grafiek is bij de jaren 2020 en 2021 een duidelijk groter verschil in (resterende) levensverwachting tussen mannen en vrouwen. Deze toename van het man-vrouw-verschil wordt veroorzaakt door het feit dat de sterfte als gevolg van COVID-19 onder mannen groter was dan onder vrouwen.


Prognose levensverwachting

Sla de grafiek 'Levensverwachting 1950-2070' over en ga naar de datatabel

Bron: Waargenomen (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) (CBS StatLine); prognoses levensverwachting (CBS StatLine), cijfers gedownload op 19 augustus 2026

Levensverwachting zal verder stijgen

Het  (Centraal Bureau voor de Statistiek) verwacht op basis van analyses van sterftetrends uit het verleden dat de  (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) verder zal toenemen voor zowel mannen als vrouwen. Het CBS verwacht in 2070 een levensverwachting van 87,5 jaar voor mannen en 90,6 jaar voor vrouwen. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen zal  naar verwachting iets toenemen van 2,8 jaar in 2025 naar 3,1 in 2070.


  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • E.A. van der Wilk, red. (RIVM)