Relatieve vijfjaarsoverleving kanker 1990-2024

Sla de grafiek 'Relatieve 5-jaarsoverleving na diagnose kanker 1990-2024' over en ga naar de datatabel

Bron: IKNL Nederlandse Kankerregistratie

Overleving kanker is verbeterd

In totaliteit is de overleving van kanker in de afgelopen dertig jaar verbeterd. Van alle personen van 18 jaar en ouder die in de periode 1990-1994 zijn gediagnosticeerd met een vorm van kanker was de 5-jaarsoverleving 48,2%. In de periode 2020-2024 was de 5-jaarsoverleving 70,8%. De toename in overleving van kanker is onder andere te danken aan verbeterde diagnostiek en behandeling. 

Het gaat hier om relatieve overleving: de waargenomen overleving van mensen die zijn gediagnosticeerd met kanker ten opzichte van de verwachte overleving van mensen in de algemene bevolking met dezelfde leeftijd en geslacht. Door te corrigeren voor overlijden aan andere doodsoorzaken, wordt een benadering voor de kankerspecifieke sterfte verkregen (IKNL, 26 mei 2026).

Overleving kanker voornamelijk voor mannen toegenomen

De overleving van kanker is vooral bij mannen toegenomen. Het percentage 5-jaarsoverleving voor mannen is toegenomen van 42,1% voor de diagnoseperiode 1990-1994 naar 69,4% voor de diagnoseperiode 2020-2024. Bij vrouwen is de 5-jaaroverleving in dezelfde periode toegenomen van 54,9% naar 71,8%. De overleving is hoger voor vrouwen dan voor mannen, maar dit verschil is in de aflopen decennia flink afgenomen. Voor patiënten gediagnosticeerd in de periode 1990-1994 bedroeg het verschil tussen mannen en vrouwen nog ongeveer 13%, voor patiënten gediagnosticeerd in de periode 2020-2024 was dat verschil nog maar ongeveer 2,4%. 


Tabel: Relatieve 5-jaarsoverleving (%) naar kankersoort.
KankersoortDiagnoseperiode 1990-1994Diagnoseperiode 2020-2024
Huidkanker - plaveiselcelcarcinoom90,4 (89,3 - 91,4)95,7 (95,2 - 96,1)
Huidkanker - melanoom80,0 (78,8 - 81,1)94,5 (94,1 - 95,0)
Prostaatkanker65,2 (64,3 - 66,0)90,3 (89,6 - 90,8)
Borstkanker76,6 (76,0 - 77,2)89,5 (88,9 - 90,0)
Baarmoederhalskanker63,7 (61,9 - 65,4)74,3 (72,3 - 76,2)
Dikkedarmkanker52,4 (51,8 - 53,1)68,8 (68,2 - 69,3)
- Colonkanker52,8 (52,0 - 53,5)68,8 (68,1 - 69,4)
- Endeldarmkanker51,6 (50,6 - 52,7)68,8 (67,6 - 69,9)
Longkanker11,8 (11,4 - 12,1)29,1 (28,6 - 29,7)
Hematologische maligniteiten42,8 (42,0 - 43,5)71,0 (70,4 - 71,6)

Bron: IKNL Nederlandse Kankerregistratie

  • Tussen haakjes en cursief staat het 95%-betrouwbaarheidsinterval (95%-BI).

Variatie in overleving tussen kankersoorten

De overlevingskansen van patiënten met kanker variëren sterk per soort kanker en zijn afhankelijk van het stadium waarin de ziekte is vastgesteld. Voor de in de tabel weergegeven soorten kanker, varieert de 5-jaarsoverleving van iets meer dan 95% tot nog geen 30%. Voor alvleesklierkanker (niet in de tabel weergegeven) is de 5-jaarsoverleving nog lager, 5%. De absolute toename van de 5-jaarsoverleving is het grootst bij hematologische kanker (28,2%-punt), prostaatkanker (25,1%-punt) en longkanker (17,3%-punt). Bij plaveiselcelcarcinoom, een vorm van huidkanker, is de absolute toename van de 5-jaarsoverleving het kleinst,  namelijk 5,3%-punt. Dit is een kankersoort dat in de uitgangssituatie (1990-1994) al een hoge 5-jaarsoverleving had (90,4%).  

Over het algemeen zijn de overlevingskansen van patiënten met kanker in de afgelopen dertig jaar toegenomen. Deze toename wordt niet alleen verklaard door verbeterde diagnostiek en behandeling van kanker, maar ook doordat in de 30-jarige periode het aandeel nieuwe diagnosen met een relatief gunstige prognose toenam ten opzichte van het aandeel nieuwe diagnosen met een slechtere prognose. Zo steeg de (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) van plaveiselcelcarcinoom (met een gunstige prognose) aanzienlijk, terwijl de incidentie van alvleesklierkanker en longkanker (met een tamelijk slechte prognose) respectievelijk licht steeg en licht daalde (IKNL).


  • R. Gijsen (RIVM)
  • T.C.H. Hazekamp, red. (RIVM)