Contacten met de HAP 2024

Sla de grafiek 'Contacten huisartsenspoedpost 2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Benchmarkbulletin huisartsenspoedposten

  • Telefonische consulten zijn sinds 2021 gedefinieerd als triagecontacten, omdat zij meer omvatten dan enkel telefonie. Denk aan beeldbellen of andere digitale substituten.

14% minimaal 1x contact met een huisartsenspoedpost

In 2024 nam ongeveer 14% van de inwoners in de verzorgingsgebieden van de huisartsenspoedposten één of meerdere keren per jaar contact op met de HASP Huisartsenspoedpost (Huisartsenspoedpost) (InEen, 2025 InEen, Benchmark Huisartsenspoedposten 2024, Utrecht (2025) (InEen, Benchmark Huisartsenspoedposten 2024, Utrecht (2025))). Een HASP kan verschillende verrichtingen declareren: triagecontacten, contacten in de spreekkamer en huisbezoeken. Het merendeel van de contacten zijn contacten triagecontacten (113 per 1.000 inwoners) of contacten in de spreekkamer (108 per 1.000 inwoners) of . De verhoudingen tussen de verrichtingentypes worden deels beïnvloed door het beleid van de huisartsenspoedposten als bijvoorbeeld samenwerking met een spoedeisende hulp of afspraken met de ambulancedienst, maar ook door externe omstandigheden als kenmerken van de zorgvraag en geografische gebiedskenmerken (InEen, 2017 InEen, Benchmarkbulletin huisartsenposten 2016, Utrecht (2017) (InEen, Benchmarkbulletin huisartsenposten 2016, Utrecht (2017))). De cijfers van InEen komen overeen met die uit de registratie van huisartsenspoedposten door Nivel Zorgregistraties eerste lijn


Grafiek Contacten met HAP 2015-2024

Sla de grafiek 'Contacten huisartsenspoedpost 2015-2024' over en ga naar de datatabel

Bron: Benchmarkbulletin huisartsenspoedposten

  • Telefonische consulten zijn sinds 2021 gedefinieerd als triagecontacten, omdat zij meer omvatten dan enkel telefonie. Denk aan beeldbellen of andere digitale substituten

Aantal contacten HASP gedaald

Het totaal aantal patiëntcontacten nam in 2023 al af met 7% en in 2024 opnieuw met 1%. Deze trend komt grotendeels voort uit een afname van het aantal contacten in de spreekkamer en het aantal huisbezoeken. Opvallend is dat het aantal huisbezoeken per 1.000 inwoners al tien jaar structureel afneemt. Een daling van maar liefst 41% ten opzichte van 2015 (InEen, 2025 InEen, Benchmark Huisartsenspoedposten 2024, Utrecht (2025) (InEen, Benchmark Huisartsenspoedposten 2024, Utrecht (2025))). De trends van InEen komen overeen met die uit de registratie van huisartsenspoedposten door Nivel Zorgregistraties eerste lijn.


Meer vrouwen dan mannen op de huisartsenspoedpost

Vrouwen (255 per 1.000 vrouwen) maken vaker gebruik van de HASP Huisartsenspoedpost (Huisartsenspoedpost) dan mannen (227 per 1.000 mannen) (Ramerman et al., 2025 Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025) (Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025))). Dit verschil is het grootst bij triagecontacten. Deze aantallen zijn niet gecorrigeerd voor leeftijd, dus dit verschil kan deels verklaard worden door de gemiddeld oudere leeftijd van vrouwen in Nederland.


Vooral jonge kinderen en ouderen maken gebruik van de HASP Huisartsenspoedpost (Huisartsenspoedpost)

Vooral jonge kinderen en ouderen maken gebruik van de HASP. Relatief gezien zijn de meeste consulten op de huisartsenspoedpost voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar, en de meeste visites voor ouderen vanaf 85 jaar (Ramerman et al., 2025 Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025) (Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025))).

Vooral ouders met jonge kinderen ongerust

Uit onderzoek waarin nader is ingezoomd op frequente bezoekers (3 tot 25 keer per jaar) met laagurgente problemen, blijkt dat ouders met jonge kinderen de belangrijkste groep vormen (Giesen et al., 2010 Giesen, P., Stam, D., Wensing, M., Frequente bezoekers huisartsenpost vertellen over hun motieven "Je wilt de zekerheid dat het goed zit" (2010) (Giesen, P., Stam, D., Wensing, M., Frequente bezoekers huisartsenpost vertellen over hun motieven "Je wilt de zekerheid dat het goed zit" (2010))). Ouders zijn in veel gevallen extra voorzichtig met kinderen en nemen daarom relatief snel contact op met de HASP. Bovendien kunnen jonge kinderen niet precies aangeven wat er aan de hand is, waardoor ouders sneller onzeker en ongerust worden. Ook mensen met een chronische ziekte of een belaste voorgeschiedenis nemen vaker bij laagurgente problemen contact op met de HASP. Zij zijn snel ongerust en angstig, en hebben behoefte aan geruststelling en duidelijkheid over wat er aan de hand is. 


Contacten met HAP naar ICPC-hoofdstuk

Sla de grafiek 'Contacten huisartsenspoedpost naar ICPC-hoofdstuk 2024' over en ga naar de datatabel

Bron:  Nivel Zorgregistraties eerstelijn

  • Deelcontact: één contact kan één of meerdere deelcontacten omvatten. Een deelcontact heeft betrekking op één gezondheidsprobleem binnen één contact. Indien een patiënt in een contact meerdere gezondheidsproblemen aan de orde stelt, bestaat dit contact uit evenveel deelcontacten.

Klachten aan bewegingsapparaat vaakst reden voor contact met HASP

Klachten waarvoor het vaakst contact is met de HASP Huisartsenspoedpost (Huisartsenspoedpost) zijn gerelateerd aan het bewegingsapparaat. Daarnaast is er vaak contact met de HASP vanwege algemene klachten en symptomen en aandoeningen van het maagdarmkanaal en ademhalingsorganen (Ramerman et al., 2025 Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025) (Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025))).


Scheur- en snijwond meest gestelde diagnose bij consulten

Mensen die voor een consult naar de huisartsenspoedpost gaan, doen dit vooral vanwege scheur- en snijwonden, buikpijn en acute infecties van de bovenste luchtwegen. De meest voorkomende gezondheidsproblemen die met een triageconsult afgehandeld worden zijn bezorgdheid over koorts en de (bij-)werking van een geneesmiddel. Tijdens huisvisites hebben zorgverleners van de huisartsenspoedpost vooral te maken met overlijden, infectie(s) luchtwegen en benauwdheid. Per contact kunnen er meerdere ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes geregistreerd worden. De diagnosen in de tabel geven voor een deel de door patiënten gepresenteerde klachten weer en niet altijd de definitieve diagnosen, omdat soms nog nader onderzoek nodig is (bijvoorbeeld radiologisch onderzoek). In die gevallen is op het moment van registratie in het medisch dossier de uitslag van dergelijk onderzoek nog niet bekend bij de dienstdoende huisarts, zodat deze de klacht registreert en nog niet de definitieve diagnose.

Tabel: Top-5 van meest voorkomende ICPC-codes op de huisartsenspoedpost 2024

 Percentage
Consulten 
S18-Scheurwond/snijwond7,9
D06-Andere gelokaliseerde buikpijn 4,3
R74-Acute infectie bovenste luchtwegen3,8
U71-Cystitis/urineweginfectie3,4
 A03-Koorts 3,1
Triagecontacten het beoordelen van de urgentie en ernst van de zorgvraag van de patiënt door de triagist, onder supervisie van de huisarts, en het informeren/adviseren over de benodigde vervolgzorg (evt. geruststellen); een triageconsult is vaak telefonisch.  (het beoordelen van de urgentie en ernst van de zorgvraag van de patiënt door de triagist, onder supervisie van de huisarts, en het informeren/adviseren over de benodigde vervolgzorg (evt. geruststellen); een triageconsult is vaak telefonisch. ) 
A03-Koorts4,1
A13-Bezorgdheid over (bij)werking geneesmiddel 4,0
L04-Borstkas symptomen/klachten2,9
D06-Andere gelokaliseerde buikpijn2,7
R83-Andere infectie(s) luchtwegen 2,5
Visites 
A96-Dood/overlijden16,0
R81-Pneumonie (longontsteking)6,1
A03-Koorts3,6
R02-Dyspnoe/benauwdheid (luchtwegen)3,5
U71 - Cystitis/urineweginfectie

3,2

Bron:  Nivel Zorgregistraties eerstelijn


Meeste hulpvragen op de HASP zijn dringend

De meeste hulpvragen die gepresenteerd worden op de huisartsenspoedpost krijgen de urgentie U3 (dringend). Hierna komen hulpvragen in de urgentiecategorie U0 uitval vitale functies tot en met U5 geen kans op schade (U0 uitval vitale functies tot en met U5 geen kans op schade) U5 (advies) het meest voor. De urgentie van hulpvragen varieert sterk per type contact. Hulpvragen die worden geclassificeerd als U3 (dringend) leiden het vaakst tot een consult en hulpvragen met de urgentiecategorie U5 (advies) worden het vaakst telefonisch afgehandeld. Hulpvragen met de urgentie U2 (spoed) of U3 (dringend) leiden het vaakst tot een visite. In de periode 2022-2024 is het percentage contacten met een zeer hoge-urgentie (U0 en U1) een een gemiddelde urgentie (U3 en U4) gelijk gebleven. Het percentage contacten met een hoge urgentie (U2) is  toegenomen. Het percentage laag-urgente contacten (U5) is weer afgenomen (Ramerman et al., 2025 Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025) (Ramerman, L., Rijpkema, C., Hek, K., Beusekom, S., van der Hout, Schmitz, J., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, Utrecht (2025))). 

Triage op de huisartsenspoedpost

Patiënten dienen voorafgaand aan een consult met de huisartsenspoedpost te bellen met een triagist. De triagist maakt op basis van de (ernst van de) klachten een inschatting van de urgentiecategorie. Voor de indeling van de urgentie en de vervolgactie gebruikt de triagist de Nederlandse Triage Standaard (NTS). De urgentiecategorie bepaalt hoe snel een patiënt geholpen wordt met zijn zorgvraag en op welke manier (telefonisch, consult op de HASP Huisartsenspoedpost (Huisartsenspoedpost) of visite). De triage op de huisartsenspoedpost speelt een belangrijke rol in het beheersen van de patiënten toestroom naar de huisartsenspoedpost en in het bieden van de juiste zorg voor patiënten op de juiste plek (Rijksoverheid, 2018 Rijksoverheid, De juiste zorg op de juiste plek; Wie durft? (2018) (Rijksoverheid, De juiste zorg op de juiste plek; Wie durft? (2018))). Hoewel de zorgvragen van patiënten met een U5-urgentie in het overgrote deel telefonisch worden afgehandeld, geeft dat wel druk op de werkbelasting van de triagist. Het geven van zelfzorgadvies door de triagist beperkt de beschikbare tijd voor de triage bij (hoog)acute zorg. Met digitale triage, e-consultatie en voorlichting proberen huisartsenspoedposten patiënten zo goed mogelijk van dienst te zijn, de wachttijd voor patiënten te verkorten en de werkdruk bij triagisten te verminderen (InEen, 2023 InEen, Benchmark huisartsenposten 2022, Utrecht (2023) (InEen, Benchmark huisartsenposten 2022, Utrecht (2023))Giesen et al., 2021 Giesen, P., Kant, J., Sluiter, A., Verstappen, W., Rutten, M., Innovaties noodzakelijk voor toekomstbestendige huisartsenposten (2021) (Giesen, P., Kant, J., Sluiter, A., Verstappen, W., Rutten, M., Innovaties noodzakelijk voor toekomstbestendige huisartsenposten (2021))). 

Reden voor contact bij niet-urgente problemen vaak ongerustheid

Patiënten met laagurgente klachten bellen de huisartsenspoedpost vaak omdat zij ongerust zijn, last ervaren of weinig kennis over gezondheid en ziekte hebben (van der Werf, 2005 van der Werf, G., Hulpvragen op de dokterspost: ongerust of urgent? Commentaar (2005) (van der Werf, G., Hulpvragen op de dokterspost: ongerust of urgent? Commentaar (2005))). Uit onderzoek naar personen met laagurgente problemen (U4 of U5) en die volgens beoordeling door huisartsen een niet-noodzakelijk contact hadden, bleek dat het vaak ging om jongvolwassenen (25-44 jaar), mensen die frequent contact hadden met de HASP en bij wie de klacht al enkele dagen bestond. Ze maakten zich vaak zorgen of hadden op dat moment medische informatie nodig (Keizer et al., 2015 Keizer, E., Smits, M., Peters, Y., Huibers, L., Giesen, P., Wensing, M., Contacts with out-of-hours primary care for nonurgent problems: patients' beliefs or deficiencies in healthcare? (2015) (Keizer, E., Smits, M., Peters, Y., Huibers, L., Giesen, P., Wensing, M., Contacts with out-of-hours primary care for nonurgent problems: patients' beliefs or deficiencies in healthcare? (2015))).


  • R. Gijsen (RIVM)
  • G.J. Kommer (RIVM)
  • C.M. Deuning (RIVM)