Beschikbare bedden voor klinische medisch-specialistische zorg

De informatie over capaciteit is afkomstig uit aanvullende vragen bij de Jaarverantwoording Zorg, uitgevraagd door het CIBG via het portaal DigiMV. In de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) is vastgelegd dat alle zorginstellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden via de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en/of de Jeugdwet zich dienen te verantwoorden via de Jaarverantwoording Zorg. De vragen over capaciteit zijn door het (Centraal Bureau voor de Statistiek) toegevoegd aan DigiMV om te kunnen voldoen aan internationale verplichtingen. Conform de Europese verordening 2022/2294 zijn (Europese unie)-lidstaten verplicht om aan de Europese Commissie (in casu Eurostat) gegevens aan te leveren over onder andere ziekenhuiscapaciteit, waaronder het aantal beschikbare bedden.

Meetellen van bedden

Voor zorginstellingen waarvoor geen gegevens zijn verkregen, maar waarvan wel bekend is dat ze over bedden voor klinische medisch-specialistische zorg beschikken, zijn cijfers geschat (geïmputeerd) op basis van informatie uit voorgaande jaren en de gemiddelde ontwikkeling van de beddencapaciteit in vergelijkbare instellingen. Dat is ook gebeurd als er bij controle op de jaar-op-jaar ontwikkelingen opvallende afwijkingen werden geconstateerd.

Er zijn door het CBS aanvullende kwaliteitscontroles uitgevoerd bij zelfstandige behandelcentra en privéklinieken, in het geval deze instellingen aangaven over bedden voor klinische medisch specialistische te beschikken. Voor deze controles is rechtstreeks contact opgenomen met de betreffende zorginstellingen, via e-mail en/of telefoon. Enkele zorginstellingen reageerden hier niet op, het merendeel echter wel. Uit deze controle bleek dat de meeste zorginstellingen de vragen over het aantal bedden correct hadden ingevuld. Van een beperkt aantal instellingen moesten de opgegeven aantallen gecorrigeerd worden, bijvoorbeeld omdat bedden voor planbare laag-complexe zorg die ’s nachts niet operationeel zijn, ook waren meegeteld als klinisch bed. Deze instellingen beschikten bij elkaar over slechts enkele bedden.

Bedden in ziekenhuizen voor specifieke patiëntengroepen, zoals mensen met oogaandoeningen of oogletsels, kanker, aandoeningen van het bewegingsapparaat of epilepsie, worden meegeteld als de instelling zelf aangeeft dat het om bedden voor klinische medisch-specialistische zorg gaat. 

Veranderingen in vragen en beschikbaarheid van data

In 2022 zijn de capaciteitsvragen aangepast. Zo wordt vanaf 2022 duidelijker aangegeven welke bedden wel en niet moeten worden meegeteld. Ook zijn aanvullende voorwaarden gesteld aan een beschikbaar bed, zoals de beschikbaarheid van personeel. Ten slotte is voor een andere peildatum gekozen: in plaats van dat gevraagd wordt naar de capaciteit ‘op 31 december’ wordt gevraagd naar de capaciteit ‘op de eerste maandag van december’. 

Vanaf 2022 zijn de cijfers over het aantal klinische bedden op instellingsniveau niet meer openbaar beschikbaar bij het CIBG. De cijfers over capaciteit zijn sinds dat jaar alleen beschikbaar voor het CBS. Het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft het CBS daarom verzocht maatwerktabellen over de capaciteit van de klinische medisch-specialistische zorg samen te stellen. Omdat het CBS geen gegevens mag publiceren die tot individuele instellingen te herleiden zijn, kan hierin niet worden aangegeven welke zorginstellingen met welk aantal bedden aan de telling hebben bijgedragen.


Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto.