Percentage dat zich psychisch ongezond voelt 2020

Sla de grafiek Percentage dat zich psychisch ongezond voelt 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • Psychische gezondheid is gemeten met de MHI-5
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.
  • Achterliggende cijfers: CBS-Statline

Meer vrouwen dan mannen voelen zich psychisch ongezond

Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder, voelt 12% zich psychisch ongezond en voelt 88% zich psychisch gezond. Het percentage volwassen vrouwen dat zich psychisch ongezond voelt, is in alle leeftijdsgroepen groter dan het percentage mannen. Wel verschilt het patroon tussen mannen en vrouwen. Het percentage vrouwen dat zich psychisch ongezond voelt is het hoogst bij de jongste vrouwen van 18 tot en met 35 jaar, en neemt af bij het ouder worden. Bij mannen neemt het percentage met een ongunstige psychische gezondheid juist toe tot 65 jaar, en neemt weer af boven de 65 jaar. Bij zowel mannen en vrouwen is het percentage dat zich psychisch ongezond voelt het laagst onder ouderen boven de 65 jaar. 


Trend psychische ongezondheid 2010-2020

Sla de grafiek Trend psychische ongezondheid 2010-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2020 en getoetst
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd
  • Psychische gezondheid is gemeten met de MHI-5
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Percentage dat zich psychisch ongezond voelt licht gestegen

Het percentage volwassenen dat zich psychisch ongezond voelt is tussen 2010 en 2020 licht gestegen. Dit geldt zowel voor de gehele groep volwassenen als voor mannen en vrouwen afzonderlijk. 

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie (Nederlandse bevolking in 2019). Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.


Psychische ongezondheid naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau 2018

Sla de grafiek Psychische ongezondheid naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut

  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, eerste 3 leerjaren van havo Hoger algemeen voortgezet onderwijs/ vwo Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of de assistentenopleiding (mbo Middelbaar beroepsonderwijs-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo Hoger beroepsonderwijs of wo Wetenschappelijk Onderwijs
  • Psychische gezondheid is gemeten met de MHI RAND Mental health inventory. Een instrument dat de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking meet.-5
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de gezondheid van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.
  • Toelichting bij de analyse van opleidingsniveaus

Opleidingsverschillen in psychische ongezondheid

De grafiek presenteert cijfers over 2020 naar opleiding. De verschillen zijn statistisch getoetst een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil . Resultaten van deze toetsing zijn:

  • Bij mannen van alle leeftijden en bij vrouwen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar voelen relatief meer laagopgeleiden zich psychisch ongezond vergeleken met hoogopgeleiden.
  • Bij mannen in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar en bij vrouwen in de leeftijd van 45 jaar en ouder voelen relatief meer laagopgeleiden zich psychisch ongezond vergeleken met middelbaaropgeleiden.
  • Bij vrouwen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar voelen relatief meer middelbaaropgeleiden zich psychisch ongezond vergeleken met hoogopgeleiden

Meer meisjes dan jongens met psychische problemen

Bij scholieren van 12 tot en met 16 jaar ervaart 20% relatief veel psychische problemen (totale probleemscore in figuur). Hyperactiviteit komt het vaakst voor (bij 28%); gedragsproblemen het minst vaak (bij 14%). Meer meisjes dan jongens ervaren psychische problemen. Emotionele problemen komen aanzienlijk meer voor bij meisjes dan bij jongens; voor gedragsproblemen is dat net andersom. Hyperactiviteit komt bij jongens en meisjes ongeveer evenveel voor, evenals problemen met leeftijdsgenoten.


Minder psychische klachten bij hoger opleidingsniveau 

De omvang van psychische problemen bij scholieren van 12 tot en met 16 jaar verschilt naar opleidingsniveau (school-/onderwijsniveau). Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe kleiner het percentage scholieren dat veel psychische problemen ervaart.


Percentage jongeren met veel psychische problemen 2005-2017

Sla de grafiek Percentage jongeren met veel psychische problemen 2005-2017 over en ga naar de datatabel

Bron: HBSC-Nederland/Leefstijlmonitor, UU, Trimbos-instituut en SCP i.s.m. RIVM

  • Doordat de trendgrafiek is gebaseerd op de leerjaren 1-4, wijken de cijfers voor 2017 af van de hierboven gepresenteerde cijfers.

Trend tussen 2005 en 2017 verschilt per type klacht

Twee typen psychische klachten komen bij scholieren van 12 tot en met 16 jaar relatief vaker voor in 2017 dan in 2005: emotionele problemen en klachten van hyperactiviteit.
Gedragsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten laten geen toe- of afname zien in de genoemde periode.


  • I. Laseur (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • S. Meijer (RIVM)
  • M.H.D. Plasmans (RIVM)
  • C. Zomer (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • E.M. Zantinge, red. (RIVM)